Gemiddelde leestijd: 13 min 

Grote kans dat Jos Geysels de geschiedenis in gaat als ‘de uitvinder van het cordon sanitaire’. Ook al is de tekst, dat samenwerken met het Vlaams Belang verbood, niet alleen van zijn hand, toch was en is het cordon nog altijd zijn dada. Alleen al het woord vernoemen doet de voormalige topman van Agalev opveren. “Het cordon? Ha! Het heeft standgehouden hè. (lacht) Daar ben ik heel tevreden om. Hulde aan de toenmalige voorzitters van CD&V en Open VLD en hun democratische halsstarrigheid.”

De val van het Vlaams Belang heeft wel niet meteen voor een daling van het racisme in Vlaanderen gezorgd. En dus blijft Geysels bezorgd. “Het aantal mensen dat problemen heeft met het vreemde, migratie en zo blijft in ons land vrij hoog in vergelijking met de rest van Europa,” weet Geysels. Ook de lage scores voor de linkerzijde, sp.a en Groen, stemmen hem niet vrolijk. “Rood en groen zijn geen communicerende maar leeglopende vaten.” De man is uit de politiek, maar de politiek is niet uit de man. En dat aan de vooravond van een opmerkelijke verjaardag.

Proficiat Jos Geysels. Je wordt 60 jaar op 20 september. Ik zou zeggen: tijd om Anders te Gaan te Leven?
Jos Geysels:
“Ik zou niet weten waarom.”

Om het rustiger aan te doen?
Geysels:
“Ik ben toch nog zeker 40 uur per week bezig. Maar zonder stress. Dat is het verschil. Maar voor de rest ben ik niet van plan om met berusting naar de problemen in de samenleving te kijken.”

Was het geen onderdeel van Agalev om de tijd in te delen?
Geysels:
“Ik ben voor een nieuwe politiek van de tijd. Maar ik ben niet voor het moraliserende gedoe dat dertig jaar geleden onder Anders Gaan Leven werd gehuisvest. Ik was ook nooit fan van de naam Agalev. Ik denk wel dat meer dan ooit duidelijk is dat wij in het Westen op een andere manier ons leven moeten organiseren. Kijk hier wat verder naar de ring rond Antwerpen. Snelheid is een interessant begrip. Een auto is een redelijk performant middel om snel van A naar B te gaan. Maar als iedereen op hetzelfde moment van A naar B gaat, krijgt je het tegengestelde van snelheid, namelijk stilstand. Dat is de maatschappelijke relevantie van de problematiek ‘tijd en mobiliteit’.”

Wat doe je zoal tegenwoordig?
Geysels:
“De helft van de tijd ben ik bezig met alles wat te maken heeft met letteren. Het lezen en bespreken van boeken, onder andere in het boekenprogramma Uitgelezen en als voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Aan de andere kant is er de voortzetting van mijn vorig leven. Maar dan op een andere manier, namelijk ik engageer mij politiek-maatschappelijk in alles wat te maken heeft met de belangrijke problemen waar de samenleving mee worstelt: de Noord-Zuid verhouding en de armoede hier. Armoede is een onderschat probleem in België en Vlaanderen.”

Je vindt het een schande dat de regering zo weinig aandacht besteedt aan armoede, heb je al eens eerder gezegd. Waarom?
Geysels:
“De laatste dertig jaar is, in economische termen, onze gemeenschappelijke rijkdom geweldig toegenomen. En de armoede is niet gedaald. De taart is dus groter geworden. Maar 14,8 procent van de mensen neemt daar dus niet aan deel. Welke indicator je ook neemt : inkomen, werk, wonen, energie, onderwijs. Ik vind dat ongelooflijk, omdat dat breekt met allerlei soorten theorieën die zeggen: als de taart groter wordt, gaan ook de mensen aan de onderkant daar van profiteren. Dat is niet bewezen. Dat die bewering niet leidt tot een ander handelen, vind ik intellectueel fascinerend en maatschappelijk schandalig.”

Klopt het dat jullie gaan betogen?
Geysels:
(knikt) “Ik ben heel blij dat wij op 30 september in Brussel een manifestatie hebben – dus geen klassieke betoging – waarbij het armoedeprobleem politiek geduid wordt. Namelijk: iedereen heeft recht op welvaart, dus dat betekent dat de laagste uitkeringen moeten stijgen. Het is ook een protest tegen bepaalde paragrafen in het federale regeerakkoord van Di Rupo. Enerzijds staat dat er een inhaaloperatie moet komen voor de mensen die aan de onderkant leven. Anderzijds pakt de regering uit met maatregelen zoals de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen en willen ze maar een beperkt gedeelte van de welvaartsenveloppe uitkeren.”

Gaat zo’n manifestatie iets uithalen?
Geysels:
“Natuurlijk haalt dat iets uit. Politiek is een kwestie van machtsvorming. Ook machtsvorming rond een idee. Met zo’n manifestaties geef je concreet gestalte aan een ander discours van de samenleving. Ondanks de financiële crisis van 2008 blijven een aantal economen herhalen: ‘Laat de markt maar doen’. Armoede werd betiteld als een individueel probleem. Als je je maar inzet, kom je er wel. Politici denken: ‘We gaan de mensen activeren en dan zullen ze wel werk vinden’. 30 september is een zondag, ja. Dat betekent dat mensen ‘in hun vrije tijd’ de moeite nemen om zich te bewegen. Ik hoop dat er ettelijke duizenden zijn.”

De reden waarom je in 1985 in de politiek bent gegaan, kwam er ten tijde van het protest tegen atoomwapens. ‘Wij kunnen betogen, maar het parlement beslist’, was toen jouw argument.
Geysels: “… En dat is juist.”

Nu sta je opnieuw aan de kant van de betogers. Heb je dan toch niet het gevoel dat de manifestatie tegen armoede eind september weinig zal uithalen?
Geysels:
“Nee. Ik vind dat helemaal niet contradictorisch. De eerste fase in mijn leven speelde zich af in de sociale bewegingen. De tweede fase was het puur partijpolitieke maar ook het parlementaire. En nu zit ik terug in mijn vorige fase, namelijk – en dat heb ik ook altijd gezegd toen ik nog in de Wetstraat zat: ‘Geen beweging in de Wetstraat zonder beweging op straat’.”

Je mist het parlement nog elke dag, hè.
Geysels:
“Elke dag.”

Waarom doe je het dan niet meer?
Geysels:
“Er is toch niets heerlijker dan dat je goede herinneringen hebt aan iets wat je meer dan twintig jaar zelf hebt gedaan? Maar het is niet omdat je iets mist, dat je het moet herhalen. Beter een goede herinnering dan een slechte herhaling.”

Enkele keren per jaar nodigt de huidige generatie Groen-politici de oude garde uit. Binnen de partij hebben jullie het over de ‘krokodillenraad’. Zeg je daar vaak jouw gedacht?
Geysels: “Ik zeg altijd mijn gedacht wanneer ik uitgenodigd word. Als men mij opbelde over de staatshervorming heb ik hen toen raad gegeven, ja. Ze hebben dat dossier goed aangepakt. Maar ieder zijn verantwoordelijkheid. Noch in de pers noch daarbuiten speel ik schoonvader. Ik ga niet meer naar de partijraad of het partijbestuur. Stoppen is stoppen. Je moet iets los kunnen laten. Ik zie een aantal ex-collega’s die moeilijk afscheid kunnen nemen, zoals Mark Eyskens of Louis Tobback. Waardig afscheid nemen is soms heel goed.”

Dat is wat jij ook gedaan hebt in 2003: nog geen dag na de forse nederlaag van de partij nam je ontslag als politiek secretaris en zei je de politiek vaarwel.
Geysels:
“De verkiezingsuitslag was heel slecht. Ik voelde mij niet schuldig, maar je moet wel je verantwoordelijkheid nemen. En als je die neemt, moet je niet terugkeren langs links of rechts.”

Groene thema’s zijn misschien wel juiste thema’s, maar zeker niet de meest aantrekkelijke. Ga je daar mee akkoord?
Geysels:
(twijfelend) “Ja. Als partij moet je een bepaalde redenering kunnen omzetten in begrijpelijke termen – wat niet betekent ‘simplistisch’. Een boodschap populair maken zonder populistisch te worden. En dat is voor een groene partij een hele uitdaging. We zijn er niet altijd in geslaagd. Op sommige momenten lukte dat wel. In 1999 bijvoorbeeld, rond de voedselveiligheid. Nu rond kernenergie is het ook heel duidelijk. Je moet trachten een verbinding te maken tussen de systeemwereld en de leefwereld, zonder te vervallen in het heel lachwekkend betoog ‘wij zeggen wat de mensen denken’. Je moet luisteren naar de mensen, maar je moet ook de eerlijkheid hebben om hen te vragen: wat vind je van wat wij zeggen? Dat is de essentie van democratie. Politieke partijen zijn geen verzameling van wat de mensen denken. Je kent mijn mening daarover: democratie is een georganiseerd meningsverschil. Maar het meningsverschil tussen partijen, politieke programma’s. En daarmee ga je dan vreedzaam in conflict met anderen.”

Jouw uitspraak over ‘democratie als georganiseerd meningsverschil’, is dat geen plagiaat?
Geysels:
“Plagiaat? Ik heb daar geen enkel misverstand over. Het is geïnspireerd door de stellingen van (de Belgische politicologe) Chantal Mouffe, die nu terug meer en meer opduikt.”

Een mogelijk kartel tussen rood en groen is altijd een moeilijk verhaal geweest. Je bent altijd rabiaat…
Geysels: (onderbreekt) “Dat is helemaal geen moeilijk verhaal. Dat maken sommigen er van. Het verhaal is heel duidelijk gebaseerd op allerlei onderzoeken. Verschillende linkse partijen hebben hun eigen programma en eigen kiespubliek. En dat koppelde ik aan de beroemde stelling van (de Duitse groene politicus) Joshka Fisher: ‘Gescheiden zullen we slagen’. In die tijd werd er zoveel geleuterd over politieke herverkaveling met als resultaat dat de linkerzijde in Vlaanderen nog nooit zo zwak is geweest. Ik heb altijd gepleit voor ieders positie binnen de linkerzijde, en een goede samenwerking tussen beiden.”

Voor jou was het geen moeilijk verhaal, maar binnen de partij bleef er toch altijd wel discussie.
Geysels:
“Dat was een minderheid. Op congressen en zo waren de stemmingen wel duidelijk, hoor.”

Wat de buitenwereld ervaart als communicerende vaten…
Geysels:
(onderbreekt) “… Dat klopt empirisch niet. Sorry. Kijk naar het onderzoek van professor Swyngedouw. Er zijn zo’n 60 à 80.000 stemmen die variëren. Dat is juist. Maar de partijen aan de linkerzijde zijn nu vooral leeglopende vaten in plaats van communicerende vaten – ik parafraseer nu iemand van Groen Gent. In ’99 had Groen 12, sp.a 15 en VU-ID 9 procent. Als ik dat optel, kom ik aan 36 procent. Ik denk dat de linkerzijde momenteel nog net aan 20 procent geraakt. De kiezer herverkavelt. Stop al de energie niet in de herverkaveling en de strategische manoeuvres. Zeg waarover het gaat, verschil van mening over bepaalde zaken, maar werk alsjeblief samen rond punten waarover je het eens bent. Wij waren zo bezig met de strategie dat we inhoudelijk te weinig hebben samengewerkt. Die periode is nu wel voorbij, denk ik. Ik zie dat ook bij de sp.a. Dat geeft een minder krampachtig discours en zo gaat de linkerzijde zich misschien bezig kunnen houden waar ze bezig mee moeten zijn. Het plafond voor Groen is volgens mij ongeveer 15 procent.”

In de periode van paars-groen zocht je ook toenadering tot het ACW. Niet om stemmen te ronselen, zeg je altijd. Had het dan te maken met jouw verleden bij de christelijke bediendencentrale LBC?
Geysels:
“Nee. Gezien mijn afkomst had ik contacten. Nog altijd trouwens. Maar ik vond dat er op termijn een verbinding moest komen tussen georganiseerde arbeidersbewegingen en Groen om het sociaal-economische denken met de voeten op de aarde te brengen. Om die moeilijke boodschap voor mensen in de vakbond – en ze zijn nog altijd met twee miljoen – te kunnen vertalen. Ik wilde het maatschappelijk draagvlak van onze ideeën verbreden en zag op dat moment een opening bij het ACW, dat niet alleen meer met de CD&V maar ook met Groen en sp.a wilde samenwerken. Dan moet je dat doen. Sommigen bij ons waren verkrampt als ze het woord ‘vakbond’ of ‘arbeidersbeweging’ hoorden.”

Maar de toenadering tot het ACW is mislukt, mag je wel zeggen.
Geysels:
“De verkiezingsuitslag was heel slecht, ja. Maar de vraag is of het daarmee te maken heeft.”

 

CORDON

Laten we het eens over het cordon hebben.
Geysels:
“Het cordon. Ha! Het heeft standgehouden hè. (lacht) Daar ben ik heel tevreden om.”

Je hebt altijd gezegd: ‘Het cordon sanitaire is geen strategische, maar een principiële beslissing’. Dat wil ik best geloven. Het gevolg was wel dat met minstens twintig procent van de kiezers geen rekening werd gehouden. Die stemmen waren toch verloren. En ook bepaalde thema’s zijn niet of te laat aangepakt.
Geysels:
“De analyse is voor een stuk juist. Maar of dat iets met het cordon sanitaire te maken heeft, weet ik niet. Het cordon ging ervan uit dat je geen bestuursmeerderheid vormde met het Vlaams Belang. Dat betekende op geen enkele wijze dat je een aantal problematieken niet moest aanpakken en tendensen moest zien.”

Waarom heeft het cordon stand gehouden volgens jou?
Geysels:
“Dat is hulde brengen aan een aantal voorzitters van politieke partijen die zegden: ‘Ok, ik hou me daar aan’. Ik denk aan CD&V met Jo Vandeurzen en Karel De Gucht van Open VLD. Door hun democratische halsstarrigheid heeft het cordon stand gehouden. Elke gemeenteraadsverkiezing kwam het cordon onder druk. Tijdens debatten in vorige verkiezingen hoorde je een aantal burgemeesters verkondigen ‘laat ons daar soepel mee omgaan’. Nu is het wèg. Heel eigenaardig. Nu speelt het cordon blijkbaar geen rol meer omdat de machtsfactor is weggevallen.”

Hoe verklaar je het dalende succes van het Vlaams Belang?
Geysels:
(denkt na) “Interessante vraag. Ze hebben geen serieuze lessen getrokken uit hun veroordeling voor het Hof van Beroep. Daarna was er hun eerste nederlaag bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 in Antwerpen waar Patrick Janssens de opgang heeft gestopt. Plus het feit dat ze doorgaan op een koers die velen niet meer als politiek efficiënt en effectief catalogeren. Een aantal kiezers ziet het Belang niet meer als hun vertegenwoordiger. Je hebt natuurlijk ook de leegloop gehad en de geweldige interne ruzies rond postjes. Dat in combinatie met een andere speler – en daarmee wil ik niet zeggen dat N-VA extreem-rechts is. N-VA en Vlaams Belang zijn niet louter communicerende vaten (glimlacht). Je ziet anderzijds uit onderzoeken dat het racisme niet drastisch gedaald is in Vlaanderen. Racistisch en xenofoob gedrag in de maatschappij bedoel ik dan.”

Het aantal racisten in Vlaanderen is dus niet zozeer gedaald?
Geysels:
“Het aantal mensen dat problemen heeft met het vreemde, migratie en zo is in ons land vrij hoog in vergelijking met de rest van Europa en de cijfers zijn niet geweldig aan het dalen. Maar het wordt op een andere manier politiek vertaald. Wat betekent dat je als democraat niet gerust mag zijn.”

Waarom heeft Groen zo’n forse nederlaag geleden in 2003?
Geysels:
“Door onze eigen stommiteit. Als je het niet goed doet, ligt het vooral aan jezelf. Als je een verkiezingsnederlaag leidt, heb je geen gelijk. We waren geweldig goed in ‘in de eigen voet schieten’. We lieten ons te snel in het defensief drukken. We lieten ons soms ook opjagen door – om het in hedendaagse termen te zeggen – de beroepstwitteraars. Toen heette dat niet Twitter maar mail: de mensen die tijd en goesting hebben om je te bestoken met kritieken, voorstellen enzovoort. We hebben ook te weinig aan de kiezer gedacht.”

De communicatie bij Groen was niet goed?
Geysels:
“Niet alleen de communicatie. Ook de positionering naar de kiezer. Welke thema’s en zo. Maar dat is mijn verantwoordelijkheid.”

Kan het zijn dat de kiezers het gevoel hadden dat jullie op het einde heel veel punten hebben binnengehaald? Dat de regeringsdeelname overlapte met de partijstandpunten.
Geysels:
“Dat is wat ik zeg, hè.”

Jullie hebben eigenlijk té veel groene punten binnengehaald?
Geysels:
“Goh, te veel… Het mocht nog iets meer zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de discussie – toen al – over de verhoging van de uitkeringen of de belastinghervorming. Maar op andere thema’s zoals de verhoging van het cultuurbudget kijk ik met grote tevredenheid terug. De meeste realisaties van toen zijn niet teruggeschroefd. Zelfs kernenergie, ondanks alles was de regering dit jaar heeft geprobeerd. Ook onze nederlaag rond de ecotaks is achteraf gezien één van de heerlijkste nederlagen in mijn leven. Dat heeft er toe geleid dat wij nu aan de top staan in Europa wat betreft recyclage.”

Een nederlaag omdat de ecotaks een lege doos was?
Geysels:
“Omdat men dat zo percipieert. Je vraagt een taks. Je krijgt dat dan onvoldoende . Maar door het feit dat je dreigt met een taks is Fost Plus opgericht (de organisatie die het verpakkingsafval in België promoot, coördineert en financiert, MS). Vandaar mijn tevredenheid. Maar op het moment zelf hadden we natuurlijk te weinig kiezers. Over de verkiezingsscore ben ik uiteraard niet trots.”

 

HET RODE NEUKERTJE

Je houdt erg van belezen mensen, hoor ik.
Geysels:
“Ja. Ik heb het voor mensen die in de politieke argumentatie de ratio gebruiken. En die hun emoties gebruiken in hun gedrevenheid. De twee sluiten elkaar niet uit. Maar verwar ze niet. Wees gedreven, wees niet cynisch. Ga ervoor. Maar laat ons in de discussie toch maar wat argumenten gebruiken. Ik hou niet van fundamentalisten. Ook niet destijds in mijn eigen partij. Maar alleen de ratio gebruiken zonder bezieling is evenmin goed.”

En heb je die combinatie gevonden bij jezelf?
Geysels:
“Ik hoop het. En ook bij mensen die niet mijn politieke vrienden waren. Overtuigde christen-democraten of overtuigde liberalen. En zo zie ik er nu iets te weinig. Politici zetten nu achter alles vraagtekens. Ze zagen de hele dag. Dan zeg ik: doe iets anders. Je moet niet in de politiek gaan of je kandidaat stellen, hè. Daar kan ik me oeverloos aan ergeren. Ben je niet overtuigd van het gedachtegoed van de partij, doe dan iets anders. Het zijn overal ‘halvekes’. (zucht) Om het in beenhouwerstermen te zeggen: soms mag het iets meer zijn.”

Mensen binnen de partij vertellen mij: ‘Jos is een joviale man, maar hij is erg overtuigd van zijn gelijk’.
Geysels:
“Absoluut. Zo moet je er voor gaan. En als het niet goed is, moet je je verantwoordelijkheid nemen. Er wordt democratisch beslist ‘dat is de lijn’. Dan is het je verdomde plicht om die lijn te blijven bewandelen. En dat is niet altijd even plezierig voor de anderen, dat is waar. Sommigen – vooral mensen buiten de partij – zeggen dat het een foute keuze was dat ik geen minister ben geworden.”

Was het een foute keuze?
Geysels:
“Dat zou kunnen. Maar ik heb gekozen en ik heb er geen spijt van. Dat was de afspraak die we heel collegiaal binnen de partij gemaakt hebben: die mensen worden minister en ik zorg voor de partij. Democratisch gehonoreerd met ruim tachtig procent. Daar ben ik nog altijd fier op. Ik heb geen amendement gehoord in de partij: ‘Geysels moet minister worden’. Het had gekund, want het was een partij waar duizend meningen bloeiden. Ik heb de partij dus niet zo autoritair geleid als sommigen denken (lacht smakelijk).”

Je hebt nu al meerdere keren gezegd dat je fouten hebt gemaakt tijdens paars-groen. Ben jij iemand die makkelijk jouw fouten toegeeft?
Geysels:
“Dat heb ik toen in alle interviews uit 2003 gedaan, ja. Dat is niet gemakkelijk hè. Er zijn plezieriger momenten in mijn leven geweest dan de avond van de verkiezingsuitslag. Maar je moet af en toe nuchter nadenken. It’s better to burn out, than to fade away. Je kan beter opbranden dan vervagen. Kan ik mijn fouten makkelijk toegeven? Ik denk het wel. Maar dat moet je aan anderen vragen.”

Je hebt school gelopen in het jezuïetencollege van Turnhout. Wie bij de jezuïeten heeft gezeten, is daardoor ofwel beginnen te revolteren, ofwel helemaal in een keurslijf gestopt. Hoe zat dat bij jou?
Geysels:
“Ik kijk met grote mildheid terug op die periode. De laatste jaren heb ik wel problemen gehad. Ik ben van het jaar 1952, dus ik spreek over de periode ’68, ’69. Daar moet ik geen tekening bij maken. Een stuk van de opvoeding was zeer elitair. Denigrerend ten opzichte van mensen die niet tot de top behoren. Ik was maar van gewone afkomst. En dat werd mij toch duidelijk gemaakt, vooral het laatste jaar. Mijn titularis heeft toen gezegd dat het met mij slecht zou aflopen. Maar ik heb daar niets van overgehouden. Ik ging relatief graag naar school, deed ook graag aan sport.”

Je schreef toen voor een schoolkrantje ‘Het Rode Neukertje’.
Geysels:
“Ja. Dat blad is twee of drie keer verschenen. Er zijn exemplaren bewaard, maar ik heb ze zelf niet. Wij schreven over de autoritaire school. Maar ook over de derde wereld, de vrijheids- en anti-apartheidsbewegingen.”

Dus toen al duidelijk sociaal bewogen?
Geysels:
“Ja. Alles was toen sociaal bewogen hè. Ik kwam uit de Kempen, een heel kleine samenleving. Heel die wereld viel open. En dan zie je dat het centrum van de wereld niet in Vlaanderen ligt.”

Sommigen denken van wel.
Geysels:
“Ja, maar die vergissen zich. En dat is dan weer de kracht van de ecologische problematiek. De klimaatopwarming kijkt niet naar lands- of taalgrenzen. Toen ik in het parlement kwam, lachten ze allemaal wanneer ik het woord ‘opwarming’ gebruikte. Nu zal niemand dat nog doen. (snuift) Sommige staatsnationalisten denken dat ze de opwarming zullen tegengaan door de onafhankelijke republiek Vlaanderen.”

Hoe zie je België evolueren? Zie je het nog goed komen?
Geysels:
“Wat is goed komen? Ik ben geen aanhanger van de nv België, ook niet van de KMO Vlaanderen. Of moet ik andersom zeggen? Mocht België ooit verdampen, vind ik dat niet erg. Dat heeft te maken met de Europese ontwikkeling. Ik ben ook voor vormen van decentralisatie. En een absolute voorstander dat wij over taalgebonden materies kunnen beslissen: theater, literatuur. Nationalisten denken dat wij het op terreinen van het klimaat zelf beter zouden doen. Terwijl ze altijd zo bescheiden zijn als ze het hebben over dingen die ons binden, zoals taal en literatuur. Dat vind ik eigenaardig.”

Jij bent erg met taal bezig. Je schreef ook al eerder interviews en opiniestukken voor Knack en De Morgen. Was je niet liever journalist geworden?
Geysels:
“Niet liever, maar ook graag geworden, ja. Absoluut. Ik vind dat een heerlijke job, heerlijke stiel, heerlijke uitdaging. Omdat je via de interpretatie en vooral de kennis van de feiten mensen kan informeren en er toch een stuk van jezelf in leggen.”

Dan had je een ander beroep moeten kiezen.
Geysels:
“Nee, waarom? Niet alles wat je wil, moet je daarom zelf doen. Niet alle dromen moeten waarheid worden. Ik heb het nooit overwogen. Ik doe wat journalistiek werk, maar ik zou me geen journalist noemen.”

Journalisten zijn de vierde macht, maar hun macht is overroepen, zeggen sommigen.
Geysels:
“De beeldvorming is overroepen, maar de job niet. Die wordt onderschat. Ik ben hoe langer hoe meer geïnteresseerd in de opinies van journalisten, die mij als burger en lezer in een beschouwend stuk feiten en verbanden geven die ik niet had gezien.”

Hoe is het met jouw gezondheid?
Geysels:
“Mijn politiek leven was: veel broodjes, veel mayonaise, heel weinig slapen. Vooral de laatste acht jaar. Nu is dat allemaal veel meer in pakketten. Dat geeft regelmaat, ja.”

Denk je soms aan de dood?
Geysels:
“Nee. Maar dat moet je misschien binnen vijf jaar nog eens vragen.”

Jouw geheugen is nog altijd zeer goed. Jouw vader is gestorven aan de gevolgen van Alzheimer.
Geysels:
“Ja, hij is vrij jong gestorven, op zijn 65ste. Na zijn dood en na onderzoek van zijn hersenen bleek pas dat hij aan Alzheimer leed. De eerste symptomen waren er blijkbaar al rond zijn 60 jaar. Alzheimer is vreselijk. Mijn vader woog geen 40 kg toen hij stierf.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Geysels:
“Dat is een goeie vraag. (denkt na) It’s better to burn out, than to fade away. Maar dan in het Nederlands, hè.”

 

Beluister hier een kort interview-fragment met Jos Geysels.

      1. Jos Geysels

 

Pin It on Pinterest