Gemiddelde leestijd: 18 min 

Als een grote meneer raasde Tomas Van Den Spiegel door Europa. Hij bereikte de Europese top in het basketbal. Na een leven in de ban van de ring slaat hij resoluut het zwarte gat over. Sinds deze zomer begeleidt hij sporters op zakelijk en financieel vlak. “Ik ben geïnteresseerd in het verhaal van iedereen en niet gebonden aan enige grond en identiteit. Van alle mensen die ik leren kennen heb en de plaatsen waar ik geweest ben, zijn de Vlamingen toch wel het kneuterigst.” Reflecties van Van Den Spiegel. Een sportman, wereldburger, met meer dan één mening.

Bouwjaar 1978. Leerling op het Don Bosco College in Zwijnaarde. En Latinist. Groot ben ik nooit geworden, maar alvast deze drie kenmerken heb ik wél gemeen met Tomas Van Den Spiegel. We waren met andere woorden ‘schoolgenoten’. Naast Van Den Spiegel – met zijn 2m14 toen al volgroeid – toonde ook de boomlange Jeroen Selhorst zijn basketkunsten op de speelplaats van DBZ.

Tomas Van Den Spiegel: “Klopt. Jeroen Selhorst is nu fotograaf, denk ik. Hij basket in elk geval niet meer.”

Veel leerlingen vroegen zich toen af: welke van de twee gaat de grootste carrière hebben? Het is duidelijk wie het gehaald heeft.
Van Den Spiegel:
“Ja… Ik leefde voor het basket. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. En ik denk dat Jeroen dat minder had. Dat is het verschil tussen iemand die het wel maakt en iemand die het niet maakt. Dat is puur ambitie en passie. Iedereen heeft wel iets waar hij voor kiest en denkt ‘het zou fantastisch zijn als ik het daarin kon maken’. Bij mij was dat basketbal.”

Jeroen Selhorst had diezelfde passie niet?
Van Den Spiegel:
“Het is een ander soort drive. Jeroen speelde basket omdat hij het plezant vond. Bij mij lag dat anders. Ik wist al van mijn zes jaar: ik wil basketter worden. Daar ging ik alles voor gedaan hebben. Ik kom uit een basketbalfamilie. Ik was groot, maar ik was er ook vrij goed in. Mijn eerste herinneringen mediagewijs zijn het feit dat ik mocht op blijven toen in de jaren ‘80 één of ander Brits kanaal de finale Lakers-Celtics uitzond. Magic Johnson tegen Larry Bird. Mijn vader legde toen alles uit. Hij was voor Magic, ik was voor Bird. Ook Michael Jordan werd mijn absolute held, zeker ten tijde van het Dream Team ’92. Op dat moment kwam de mondialisering van het basket op, en ik ben daar van mijn 10 tot 20 jaar in meegesleurd geweest. Toen zijn basket en NBA populair geworden als product, net in de periode dat ik gevormd werd als persoon. Als indoctrinatie bijna. (lacht)

In interviews liet je nochtans al eerder verstaan dat het nooit jouw droom is geweest om profbasketter te worden.
Van Den Spiegel:
“Ik wilde basketter worden. Maar ik wilde een brede blik naar andere dingen houden. Ik moest er ook rekening mee houden dat het niet ging lukken. Of dat er een kwetsuur ging komen. Ik ben er gewoon ingerold. Het is niet zo dat je op je 15de zegt: ‘het gaat lukken’. Op je 17de ben je het voor je het weet. Daar heb je totaal geen zicht op. Dat bedoel ik met ‘geen droom’. Maar ik heb er wel alles voor gedaan opdat het zou lukken. Uiteindelijk moet je realistisch zijn. Velen dromen er van, weinigen maken het. Je hebt geen idee dat het gaat lukken tot de dag dat je op het veld staat. (lacht) ‘Wauw, ik speel hier tussen de grote jongens’.”

Op 17-jarige leeftijd al.
Van Den Spiegel:
“Ja. Dat was een samenloop van omstandigheden. Ik zat toen nog op school. Dat waren toen lange, zware dagen.”

Wat was jouw regime toen? Hoe zagen jouw dagen er uit?
Van Den Spiegel:
“Ik ben niet van Gent, maar van Serskamp. Ik stond op om 6u45 en moest met de fiets naar het station. Trein naar Gent, bus naar Don Bosco in Zwijnaarde. Hele dag les. Onder de middag nog verplicht sporten. (lacht) En na de school – die pas gedaan was om 16u10 – moest ik me keihard haasten naar de training in Aalst. Om 16u23 moest ik een trein hebben in Gent Sint-Pieters om om 16u48 in Aalst te zijn. Dan moest ik wandelen naar de zaal aan een top tempo om er om 17u te kunnen zijn. Van 17 tot 19u training en verschillende keren per week had ik dan nog een training van 20 tot 21u30. Dan at ik iets tussen 19 en 20u. Om 21u30 kwamen mijn ouders me halen. Om 22u was ik thuis en moest ik nog aan mijn schoolwerk beginnen.”

En toch zonder problemen jouw middelbaar afgemaakt.
Van Den Spiegel:
“Ja. Ik volgde toen Latijn-Wiskunde en al in het 5de middelbaar dacht ik: ‘Dit kan ik niet combineren en met die wiskunde ga ik niets doen’. Toen ben ik naar Latijn-Wetenschappen gegaan. Don Bosco is op dat vlak wel een fantastische school. Er zijn veel scholen en hogescholen met faciliteiten. Maar in zulke dingen gaat het toch vooral over beschikbaarheid van leidinggevenden die mee zijn in jouw verhaal. Als die stroef denken en niet flexibel zijn, kan je zoveel faciliteiten krijgen als je wil – die ook op papier staan – maar het zal niet werken. Ik speelde toen play offs voor de Belgische titel. Wel, af en toe kon ik de latere directeur Gaston Hertegonne vragen om grote overhoringen uit te stellen. ‘Ik speel vanavond een wedstrijd voor een paar duizend mensen, live op tv. En ik heb morgen grote overhoring’. Zulke dingen gingen. En dat is wat je uiteindelijk nodig hebt. Als je dan op een slechte school zit, geef je er misschien de brui aan. ‘Ik ben toch al profbasketter’. Je bent dan sowieso eigenwijs en onbezonnen. Dat is in mijn geval ook zo gebleken op de universiteit. (lacht) De studies Pol en Soc heb ik niet afgemaakt.”

Zou je voor zoiets als een topsportschool pleiten?
Van Den Spiegel:
“Er zijn topsportscholen. Ik ken het systeem niet genoeg om het heel cru te beoordelen. Maar ik denk dat op maat gemaakte oplossingen voor ieder individu nodig zijn. Opleiding en sport combineren is echt niet iets dat je in modellen kan gieten. Zo voel ik dat aan, ook met jongens die wel op een topsportschool zitten. Ook bij hen voel je altijd iets waarvan je denkt: ‘kan daar niets aan gedaan worden?’ Ze kunnen bijvoorbeeld niet de bepaalde richting volgen die ze willen, omdat het niet te combineren valt met het systeem zoals het uitgedacht is. Wat ik had, was ideaal. Het was flexibel en er waren mensen die dit voor mij mee op maat maakten.”

Maar had je op een strengere school gezeten, of waren er zaken misgelopen, had je misschien die carrière niet gehad?
Van Den Spiegel:
“Dat zou in elk geval kunnen. Of dan had ik misschien voor mijn carrière gekozen en die wel gehad, maar had ik mijn middelbaar voor de Middenjury of achteraf moeten halen. Dat zie je ook vaak bij jonge voetballers of tennissers.”

Je bent aan de unief begonnen met het idee ‘om iets achter te hand te hebben’?
Van Den Spiegel:
“Ja. We zijn Belgen en we zijn allemaal zeer voorzichtig bij het uitspreken van onze ambities. We denken toch altijd met een bepaalde soort onzekerheid aan de toekomst. Dan is het hier maar logisch dat je topsport en studie probeert te combineren. Maar op de unief was ik vrij eigenwijs. Ik speelde toen al in Oostende op het moment dat ik er de brui aan gaf. Ik kreeg het echt niet gecombineerd en was er mentaal niet klaar voor. Ik studeer nu terug en merk dat ik nu veel meer klaar ben om te studeren en om het te plannen. Als prof verdien je al genoeg om rond te komen. En toen zei ik: ‘Als ik ooit de kans krijg om opnieuw te studeren, zal ik het wel doen.’ Eigenlijk probeer ik dus nu mijn belofte van toen waar te maken. (lachje)

Je studeert aan een Deense universiteit, vanop afstand.
Van Den Spiegel:
“Ja. Ik heb een beurs aan een Deense universiteit. Een professionele bachelor opleiding. Alleen sporters krijgen die beurzen. Het is plezant en doenbaar. Je kan plannen zoals jij het wil. Alles is online. Maar het is geen zelfstudie. Maandag trek ik al mijn lessen binnen. Die worden gefilmd van de week voordien. En maandag plan je je week in: wanneer ga je lessen bekijken, wanneer geef je presentaties? Bij examens zit je voor je webcam en moet je jouw computer delen. Zo zien ze wat je op je computer aan het doen bent. Zodanig dat je niet kunt googlen. Vrij streng dus. Het is een beetje de toekomst van ons onderwijs waar ze daar mee aan het experimenteren zijn.”

Komt de studie je nu al van pas?
Van Den Spiegel:
“Ja. Veel dingen die ik al wist – uit ervaring in mijn 18-jarige carrière als topsporter – krijgen nu een theoretisch kader. Als ik hier bij Optima met de mensen van marketing of events praat, zijn er modellen die me van pas komen die ik net gestudeerd heb.”

Je bent snel naar het buitenland gegaan. Had je een soort stappenplan: ‘Ik wil de top bereiken in België en dan naar het buitenland gaan’?
Van Den Spiegel:
“Nee. Ik had 1 plan. Ik zei altijd: ‘Ik zie wel hoe hoog ik geraak en zal op een bepaald moment mijn grens tegenkomen en voelen ‘beter dan dit kan ik niet’.’ Altijd een stap er bij, tot ik voelde dat ik het maximum had bereikt en op de toppen van mijn tenen moest lopen om mee te kunnen. Dat is gelukt, ik ben dat ook altijd trouw gebleven. Ik ben wel altijd zeer ambitieus geweest en ben niet zomaar snel tevreden.”

Moet je dat niet sowieso zijn, als topsporter?
Van Den Spiegel:
“Ja, maar je kan ook voor de zekerheid kiezen, hè. Ik zie jongens die tevreden zijn met hoe hun loopbaan loopt. In elke job vind je zo’n mensen. Natuurlijk, als je er niet het maximum uithaalt, kan je nooit weten hoe goed je wel had kunnen zijn. Dat wilde ik wel weten. De absolute toppers – zonder daarbij mezelf te rekenen, want dat was ik niet – hebben die drive natuurlijk wel.”

Dat zeg je altijd, hè: ‘Ja, misschien was ik Europese top.’ Je bent toch gewoon onze beste basketbalspeler ooit?
Van Den Spiegel:
“Ik heb het mooiste palmares in elk geval. Maar of ik de beste basketballer was, laat ik in het midden. Er zijn er nog beteren dan ik. Of ze hadden beter kunnen worden dan mij. Maar ze hadden niet diezelfde drive of ambitie.”

Aan wie denk je dan? Rik Samaey bijvoorbeeld?
Van Den Spiegel:
“Onder andere. En uiteindelijk moeten we ook dit kaderen. Want in het pre-Bosman tijdperk kregen die jongens de kans niet om naar het buitenland te gaan. Dat kon pas vanaf 1995. Uiteindelijk had je maar telkens twee buitenlanders per ploeg. En dat waren bijna altijd Amerikanen of zeer goeie Joegoslaven. Dus beste basketballer aller tijden… In het post-Bosman tijdperk heb ik in elk geval de mooiste carrière gehad. Wat niet wil zeggen dat ik de beste basketter was. Ik wist heel goed wat ik kon en niet kon. In bepaalde dingen was ik extreem goed, de mindere dingen deed ik gewoon niet. Dat is het voordeel van basketbal: je kan een bepaalde niche en een bepaalde rol vinden.”

En wat waren jouw super goede kanten?
Van Den Spiegel:
“Ik was zeer explosief en zeer snel. Ik buitte dat enorm uit. Die niche zoeken was ook de enige manier voor mij om de Europese top te spelen. En: coaches vinden die dat apprecieerden in mij. Ik was een zeer goede verdediger. Zeer atletisch. Zo probeerde ik een plaatsje te vinden binnen die club. Want als ik een trapje zakte buiten de top 10 van beste Europese teams, was ik echt wel heel goed. Dan kon ik de ster zijn van het team.”

En jouw mindere kanten verdonkeremanen?
Van Den Spiegel:
“Ja. In basketbal kan je dat. Elke positie heeft zo zijn specifieke plaats op het terrein. Ik was center, ik was geen goeie shotter. Maar als center mag je nog zo’n goeie shotter zijn, eigenlijk heeft geen enkele ploeg dat nodig. Dus ik dacht er zelfs niet aan om dat te doen, als ik op dat niveau speelde. Ik wist perfect wat van mij gevraagd werd. En dat werkte zeer goed.”

Had je die mindere kanten niet gehad, had je dan NBA niveau gehaald en naar Amerika getrokken?
Van Den Spiegel:
“Ik had NBA niveau. Ik heb veel spelers gezien die in de NBA speelden en niet beter waren dan ik. Maar op een bepaald moment heb ik keuzes gemaakt die me gewoon niet richting NBA duwden. Omdat het op een verkeerd moment in mijn carrière kwam. Ik ben zeer blij met hoe het gelopen is. Had ik op dat moment NBA gekozen of zij mij… Op een bepaald moment had ik kunnen gaan, maar ik lag nog onder contract in Italië. Een heel verhaal rond buy out. En alles wat ik tot dan toe opgebouwd had, moest ik dan opgeven om over niets garanties te krijgen. En helemaal op het eind van de bank moeten gaan zitten, misschien geen speelminuten. Terwijl ik startende center kon zijn het jaar nadien in een ploeg die meedeed om de Euro League te winnen.”

Is dat die ‘voorzichtige Belg’ waar je het eerder over had?
Van Den Spiegel:
“Nee nee. Dat was puur de ambitie: ‘Ik wil spelen’. Het was ook een jaar waar ik enorm vooruitgegaan was. Ik voelde: ‘Dit is de extra stap. Als ik naar de NBA ga, krijg ik misschien nooit meer de kans om die stap te zetten’. Het was geen moeilijke keuze. Ik heb bewust gekozen, er van overtuigd dat dat de richting was die ik uit moest.”

Misschien de goede richting. Maar zoals je net zelf zei: je gaat het op die manier nooit weten.
Van Den Spiegel:
“Ja. Maar zoals ik daarnet ook zei: ik ken mijn beperkingen. Ik zou nooit een ster geweest zijn in de NBA. Voor mij was dat vrij makkelijk kiezen. Nu ik gestopt ben, krijg ik plots al die vragen over de NBA. Terwijl ik dat ook altijd probeer te duiden. En dan zeggen ze: ‘hij houdt niet van de NBA’. Ik hou wel van de NBA. Maar 80 procent van de spelers die er speelt, is niet beter of zelfs minder goed dan de Europese top. Het zijn slechts diegenen die iedereen kent, die zowel daar als hier ongelooflijk zouden zijn. Eigenlijk is het appelen met peren vergelijken. De spelregels zijn zo verschillend.”

Maar je wilde uitblinken, en dat zou niet gelukt zijn in de NBA?
Van Den Spiegel:
“Nee. Ik zou in elk geval niet meegedaan hebben voor een NBA titel, denk ik. Of het zou moeten geweest zijn met de handdoek zwaaiend op de bank. Maar daar zou ik zelf veel minder voldoening uit gehaald hebben dan op de manier waarop het nu uitgedraaid is. Op het moment dat ik naar Italië ging, had ik ‘an offer I couldn’t refuse’ van Charleroi. Een vijfjarig contract, naar Belgische normen en voor die tijd gek. Niemand dacht dat ik het ooit zou geweigerd hebben. Iedereen zei: ‘Je bent gek’. Op zijn Belgisch natuurlijk. Maar ik dacht: ‘Als ik binnen twee jaar mislukt terug kom, zal ik nog wel naar Charleroi kunnen’. Ik wilde zien of ik Italië of Spanje aankon.”

 

DE KNEUTERIGE BELG

Je hebt onder andere in Italië, Spanje en Rusland gespeeld en gewoond. Hoe heeft jou dat gevormd? Je noemt jezelf soms een ‘wereldburger’.
Van Den Spiegel:
“Ik zou echt niet in de verste verte in de buurt komen van wie ik vandaag ben zonder die toer gedaan te hebben in Europa en al die mensen te leren kennen. Uiteindelijk zijn wij hier maar een zakdoek groot. Ik merk dat nu nog meer, nu ik zo’n beetje publiek figuur geworden ben. Vlaanderen is zo klein. Hier gevormd worden, tegenover drie jaar in Rusland, vijf jaar in Italië, twee jaar in Spanje… dat leert je zoveel meer. Als je me vandaag zegt ‘Zet morgen je valies klaar, want je nieuwe job is in Iran’ dan neem ik mijn familie mee en zijn we weg. We zijn echt niet gebonden aan enige grond of identiteit. Dat maakt je wereld zoveel groter en leert je over alles op een vrij open manier nadenken. Wat me misschien ontbroken zou hebben, had ik alleen in België gespeeld.”

Dan bleef je in dat kneuterige België?
Van Den Spiegel:
“Ja. We moeten daar eerlijk in zijn. Zo is het wel. Van alle mensen die ik leren kennen heb en de plaatsen waar ik geweest ben, zijn wij toch wel het kneuterigst. (lacht) In kneuterigheid, in kleingeestigheid, in nauwdenkendheid zijn we toch wel bij de beteren. Dat zit zo diep in ons ingebakken. Op zich mogen we niet klagen, want we zijn een goed georganiseerd land. Ook als je ziet hoe moeilijk het op veel andere plekken in de wereld gaat, mogen we ons gelukkig prijzen dat we misschien voor die zekerheid kiezen. Maar soms is het toch wel echt frappant dat we enkel naar onze zakdoek kijken en niet veel verder. Het Vlaanderen-België-Europa verhaal vind ik zeer moeilijk om te begrijpen. Als ik dan moet kiezen, geef mij dan maar Europa.”

Veel mensen die lang in het buitenland wonen en werken, keren niet meer terug naar België. Jij hebt dat wel gedaan. Onder meer om sportieve redenen.
Van Den Spiegel:
“Ja. Ik voelde dat ik een stap terug moest zetten. Voelde me ook zowat een huurling, want het liep sportief niet meer zoals ik het wilde. En dan kreeg ik een lange termijn aanbod met één klein kind en één onderweg. En met een familie die die kinderen natuurlijk ook graag en veel willen zien. Het heeft dus daar mee te maken. Maar het is niet noodzakelijk een definitieve terugkeer. Ik kan me bijna niet voorstellen dat we de rest van onze dagen gaan blijven. (lachje) Sowieso gaat er iets komen waar we op dat moment voor open staan. En dan vertrekken we misschien opnieuw naar het buitenland.”

Je bent van kindsbeen af gewoon om groot te zijn.
Van Den Spiegel:
“Ja. Jij weet beter dan wie ook dat ik al van in het middelbaar heel groot was.”

Wanneer ben je gestopt met groeien?
Van Den Spiegel:
“Op mijn 17de, denk ik. Ik ben ook altijd trots geweest op mijn gestalte. Heel veel grote mensen worden bekeken en hebben daar een probleem mee. Ze krijgen de vraag: ‘Speel je basketbal of volleybal?’ Die worden daar horendol van. Ik had dan de kans en het geluk om ja te kunnen zeggen. (brede glimlach) Ik ben altijd bekeken geweest, van kindsbeen af. Ik weet nog dat ik met mijn ouders naar Versailles ging. Ik moet toen 13 of 14 jaar geweest zijn en ongeveer 2 meter. En alle Japanners wilden met mij op de foto. Je geraakt dat gewoon. Ik zat ook in een basketbal milieu met allemaal grote mensen. Mijn vrouw is 1m91 en speelt volleybal. Je hoort vaak over complexen. Maar daar kan ik me nauwelijks iets bij voorstellen. Voor een vrouw die 1m90 of meer wordt en geen sport doet, is het wellicht veel storender dan voor een man.”

Jij hebt jouw gestalte nuttig gebruikt.
Van Den Spiegel:
“Nuttig… (lacht) Dat is goed gezegd. Ik heb er inderdaad een voordeel van gemaakt. Maar ik ging ook gebasket hebben als ik maar 1m80 geworden was, denk ik. Ik kom uit een familie waar iedereen basketbalde. En dat was de gewoonste zaak. Of ik dezelfde carrière zou gehad hebben, was een andere vraag natuurlijk. (glimlacht)

Je hebt in Italië voor Bologna en Roma gespeeld. En je bent erg te spreken over de sportverslaggeving in de krant Gazetta dello Sport.
Van Den Spiegel:
“Ja. De Gazetta is een instituut maar heeft ook een opvoedende functie die wij hier vaak in de sportmedia missen. Zoals Karl Vannieuwkerke er in geslaagd is om golf uitgelegd te krijgen en het te promoten door middel van Nicolas Colsaerts, doen zij dat met elke sport. Als ze een goede schermer hebben, gaan ze iedereen in Italië de regels van het schermen uitleggen en daar ruimte voor voorzien. Dat is de taak van sportmedia. Bij ons gaat het iets te vaak over de hondjes van de vrouwen van de wielrenners of van de wielrenners zelf. Dat interesseert mij geen bal. Dat verkoopt misschien kranten, maar het draagt niet bij tot het succes van sport op structureel vlak.”

Ze hadden jou als gezicht kunnen gebruiken om basketbal te promoten?
Van Den Spiegel:
“Goh. Ik heb niet te klagen en heb al heel veel mogen doen voor het basketbal. Zeker sinds ik sedert ‘De Slimste Mens’ een publiek figuur ben.”

Dat bedoel ik: voordien was je jaren de top. Oké, ik volgde jou en veel anderen ook, maar…
Van Den Spiegel:
(onderbreekt) Echte sportliefhebbers wisten wel wie ik was. Ik ben eens vierde geweest in het referendum ‘Sportman van het Jaar’. Dat was voor een basketballer en voor een zaalsporter de hoogste plaats ooit. Nu, ik heb het niet bewust opgezocht. Ik heb ook 11 jaar in het buitenland gezeten. Ik zat er niet op te wachten om geprezen te worden in België.”

Maar wat je zegt over Colsaerts, had ook bij jou gekund. Jou als gezicht gebruiken om de sport te promoten.
Van Den Spiegel:
“Ja. Maar zien eten doet eten, hè? Hoe meer golf je laat zien, hoe meer de mensen gaan golfen. Hoe meer Kim en Justine we gezien hebben, hoe meer mensen gaan tennissen zijn. De media zijn verplicht om alle sporten te belichten om zo iederéén aan te zetten om zijn sport te vinden. Wie je daar dan voor gebruikt, is niet zo belangrijk. Mensen sport laten verstaan, is één van de taken. Waarom zijn voetbal en wielrennen zo populair: omdat ze vrij eenvoudig te begrijpen zijn. De gemiddelde Italiaan, Spanjaard, Sloveen, Litouwer of Rus kent de basketbalregels van a tot z. In België denk ik niet dat 2 procent van de mensen de basketbalregels kent. Dat bedoel ik met die opvoedende taak.”

Moeten er meer basketbalterreintjes in België komen?
Van Den Spiegel:
“Zolang je niet omnipresent bent in media, mag je nog zoveel terreintjes leggen. Dat gaat niet stimuleren om mensen aan te zetten tot sporten. Want er zijn eigenlijk nog vrij veel terreintjes. Maar die zijn ook heel vaak leeg, merk ik zelf. Af en toe word ik wel eens gevraagd voor een fotoshoot op een terreintje. En zelden of nooit is daar iemand aan het basketballen.”

 

ZWARE TOL

Wordt er vaak doping gebruikt in het basket?
Van Den Spiegel:
“Onlangs kreeg ik diezelfde vraag. 90 procent van de dopinggevallen in het basket is marihuana. En daar ga je niet beter van spelen. Dus dat is puur leisure of vrije tijd. (lacht) En de rest… Uiteindelijk komt er heel veel krachttraining bij kijken. Maar dat maakt je geen betere basketballer. Er zijn zoveel parameters die een rol spelen. Terwijl je met doping wel de beste zwemmer of verspringer kan worden. Als je de bal niet voelt… Want als basketter weet je op het moment dat de bal vertrekt, of die binnen gaat of niet. Als je dat niet hebt, mag je nog zoveel doping nemen. Zoiets ga je niet leren. Waar we wel eerlijk moeten in zijn, is dat er een verschil qua attitude is tussen de benadering van doping hier en die in de NBA. In de NBA gaat men er veel lichter over en  hoort het er eigenlijk bijna bij. De lijn tussen wat mag en niet mag is daar gewoon veel minder duidelijk. Met die inconsequentie heb ik soms wel een probleem.”

Je kan je ook doperen om een betere uithouding te hebben.
Van Den Spiegel:
“Ja. Maar wat ben je met uithouding zonder bijvoorbeeld een bepaalde voetsnelheid? Of goed de bal vangen. Niet iedereen is dat gegeven. Het lijkt iets heel banaal, maar ‘goede handen hebben’ is een omschrijving die wij geven. En dat zie je binnen de 5 seconden als je iets van basketbal kent. Mijn vrouw heeft dat ook in het volleybal. Zij ziet onmiddellijk of iemand goede handen heeft of niet. Doping kan helpen, maar het gaat je niet de beste ter wereld maken of je tot de top helpen. Het is ook een ploegsport. Anders dan zwemmen of atletiek bijvoorbeeld.”

Was het fysiek zwaar om al die jaren in conditie te blijven en het op te brengen?
Van Den Spiegel:
“Ik heb er vrij goed voor geleefd, denk ik. Maar mijn lichaam was heel fragiel. Ik heb heel veel revalidaties achter de rug. Twaalf keer geopereerd… Dat telt al, hè? Dus ja, het was zwaar. Mijn lichaam is ook op. Dat is ook één van de redenen waarom ik gestopt ben. Ik voel dat het puur roofbouw is. En dat hoeft voor mij niet. Ik kijk nu al niet echt reikhalzend uit naar mijn fysieke toekomst binnen 30 jaar. Ik voel nu al dat ik mijn lichaam echt tot het uiterste gedreven heb. Ik moet toch wel rekening houden met bepaalde repercussies binnen enkele tientallen jaren. Versleten, hè. In mijn rechterenkel heb ik geen enkel kraakbeen meer. Ik heb ook allerhande metalen in mijn voorvoet zitten. Ik ben al aan beide knieën geopereerd. Al die uren, al die zware kwetsuren ga ik ooit op de één of andere manier betalen in een bepaalde mobiliteit. Ik hoop dat de wetenschap zich snel genoeg ontwikkelt en er iets op vindt tegen dat ik ouder word. (lacht smakelijk)

Een zware tol…
Van Den Spiegel:
“Ja, een zware tol. Maar ik heb er ook heel veel voor teruggekregen. Ik heb nooit getwijfeld. Het eerste moment dat ik begon te twijfelen, heb ik de klik gemaakt in mijn hoofd en gezegd: ‘dat was het’. Ik wist hoe moeilijk het was om mijn spel terug op niveau te krijgen zoals ik het wilde en op een manier dat ik impact kon hebben.”

Nochtans wilde je zelf beslissen wanneer je zou stoppen.
Van Den Spiegel:
“Ja. Maar uiteindelijk heb ik zelf beslist. Ik had me ook kunnen vastklampen en er nog een jaar bij doen, maar niet op het niveau dat ik wilde. Op deze manier heb ik toch het gevoel dat ik zelf heb beslist. Oké, mijn lichaam heeft het op de één of andere manier voor mij gedaan. Maar ik had nog een contract van twee jaar. Ik had dat contract kunnen uitdoen en kon de citroen helemaal tot het laatste uitpersen. Ik ben niet het type dat heel erg in het verleden leeft. Toen ik net officieel gestopt was, heb ik wel wat YouTube filmpjes en zo herbekeken. Ik kreeg er terug kippenvel van. Maar nu ga ik dat weer 20 jaar niet doen, of tot mijn kinderen wat groter zijn.”

Tom Boonen vertelde ons: ‘Ik wil de grootsheid van mijn palmares pas later beseffen’.
Van Den Spiegel:
“Wel ja, je bent daar echt niet mee bezig. Als je mij vraagt: ‘Hoeveel titels heb je in totaal?’ Ik zou het begot niet weten. Ik schat die twee Euro League’s hoog in – dat aantal ken ik dan wel. (glimlacht) Maar gewone titels en bekers…?”

Je werkt sinds de zomer voor Optima. Hoe omschrijf je jouw job?
Van Den Spiegel:
“Ik zeg altijd: een sportcarrière heeft twee pijlers. Een sportieve pijler waarbij ook je manager hoort, die je vertegenwoordigt bij de ploegen en jouw contract onderhandelt. De tweede pijler is een erg verwaarloosde pijler, namelijk alles wat je uit je sport haalt, vooral op financieel vlak. Dat moet je goed structureren, op lange termijn plannen en er mee om gaan. Want dat is niet zo evident. Je wil absoluut op je sport focussen en bent helemaal niet bezig met al die andere dingen. En dat is wat ik doe: ik ga dat plan uitstippelen samen met de sporter. Om op heel lange termijn nog te kunnen profiteren van de vruchten van hun sportcarrière.”

Een soort beleggen van wat ze tijdens hun carrière verdienen?
Van Den Spiegel:
“Wel, de expertise om te beleggen hebben we hier in huis. Mijn expertise is om te verstaan wat die sporter wil. Wat zijn doelen nog zijn. Hoe hij zichzelf ziet tijdens maar ook na de carrière. Ik ken hun noden en behoeften. Ik heb perfect gezien hoe het functioneert in de sportwereld. Net zoals er voor topsportstudenten op maat gemaakte oplossingen moeten zijn, moeten er voor elke topsporter op maat gemaakte oplossingen zijn zodat hij zich ten volle op zijn sport kan concentreren en toch gerust mag zijn op dat ander vlak. Een soort gemoedsrust creëren, een mentale begeleiding. Het is heel makkelijk om morgen een mooie wagen te kopen, maar misschien wil je binnen 25 jaar nog een mooie wagen kunnen kopen – ik heb het dan in dit geval over de jongens en meisjes die echt heel veel geld verdienen. De gevallen zijn legio dat dit niet meer kan, dat het zelfs niet meer aan de orde is. Overal waar er geld verdiend wordt, zijn er mensen die een stuk van die koek willen meepikken. Op den duur is het zeer moeilijk kiezen: wie vertrouw je nog en wie niet? Ik heb het zelf meegemaakt, ik heb er midden in gezeten. Dat is een moeilijker hoofdstuk dan die sportieve pijler. Ik wist van mezelf: als ik niet enkel met basketbal bezig ben, dan haal ik niet mijn niveau. Ik moest er echt kunnen op focussen. Naar het einde van mijn carrière ben ik wel dieper op die pijler ingegaan en ben ik als klant bij Optima terecht gekomen. Sporters die stoppen en dezelfde levensstandaard kunnen aanhouden, zijn heel zeldzaam. Bovendien willen de meesten nog iets doen na hun 35ste. Daar sta je plots na je loopbaan. En moet je jezelf heruitvinden.”

En zo het zwarte gat vermijden?
Van Den Spiegel:
“Ja. Een netwerk hebben en goed onderhouden is het allerbelangrijkste voor een sporter. Als je dat verwaarloost, komt er sowieso een zwart gat. Dat netwerk onderhouden is misschien wel mijn grootste kwaliteit. (lacht) Ik ben een sociaal iemand. Als je mij aan tafel zet met negen onbekenden, wordt dat voor mij sowieso een boeiende avond. Ik wil weten wat iedereen doet, waar iedereen vandaan komt. Ik ga ook altijd als laatste naar huis.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Van Den Spiegel:
“Iets in het genre van wat ik net verteld heb: geïnteresseerd in het verhaal van iedereen en niet gebonden aan enige grond en identiteit.”

 

Beluister hier een kort interview-fragment met Tomas Van Den Spiegel.

      1. Tomas Van Den Spiegel

 

Foto uit de oude doos: Tomas Van Den Spiegel – Gaston Hertegonne – Jeroen Selhorst

http://www.bbcfalcogent.be/node/1418 (bron: Het Nieuwsblad)

 

Foto’s James Arthur:

 

Pin It on Pinterest