Di2849_111_dann-920x615

Gemiddelde leestijd: 16 min 

Hij is al bijna tien jaar het uithangbord van zelfstandigenorganisatie Unizo. Al komt hij zelf niet uit een ondernemersnest. “En deels daardoor ben ik nooit ondernemer geworden”, zegt Karel Van Eetvelt. “Want thuis werd amper over ondernemerschap gesproken en als het er al over ging was het vooral over de (te vermijden) risico’s.”

Vader Jozef Van Eetvelt was 40 jaar burgemeester van Bornem en ook lange tijd parlementslid voor CD&V. Oudste zoon Karel groeide op in de gemeente. Maar voor de middelbare studies trok hij naar het Don Boscocollege in Zwijnaarde, een slordige 50 kilometer van huis.

Karel Van Eetvelt: “Ik heb drie jaar internaat gedaan en drie jaar gependeld. Dat had meerdere redenen. Mijn vader vond dat dit goed voor me was. En kinderen hadden toen nog iets minder te zeggen toen dan vandaag. Wij waren met vier kinderen. Mijn vader was nooit thuis, dat was zwaar voor mijn moeder. Dat speelde ook mee. Plus, mijn ouders hebben een school gezocht waar ik veel aan sport kon doen, naast een uitdagende studie. Zeker in die tijd waren er niet zo veel opties. Het Don Boscocollege was en is één van de beste opties als je graag beweegt en ook graag studeert. Die laatste reden was de belangrijkste om voor die school te kiezen, namelijk de combinatie ‘een goede theoretische opleiding krijgen met een stuk opvoeding’ met ‘veel kunnen bewegen’. Ik ben altijd nogal een actieve gast geweest. (lacht) Er waren ook twee jongens van Bornem die in het internaat zaten. Mijn vader kende die ook.”

Je bent de oudste van vier. In welke mate heeft dat jou gevormd?
Van Eetvelt:
“Ik denk dat ik een vrij groot verantwoordelijkheidsgevoel heb. Mijn vader heeft altijd gezegd: ‘Jij bent verantwoordelijk voor je broers en je zus als wij er niet zijn’. Wat regelmatig gebeurde. En dat was vanaf heel jonge leeftijd.”

Waarom vond jouw vader het belangrijk om op internaat te gaan?
Van Eetvelt:
“Hij had zelf ook internaat gedaan. Ik heb het eigenlijk nooit zo gevraagd. Maar ik heb er zelf goede ervaringen mee. Je leert op een andere manier in een gemeenschap te ageren, actief te zijn en je plaats te zoeken. Thuis is dat heel beschermd, hè. In een internaat moet je ook je contacten met andere gasten – het waren allemaal jongens – ontwikkelen. Ik vond dat toch wel een meerwaarde. Je leert opkomen voor jezelf. Je leert waar je goed en minder goed in bent. Je leert ook verantwoordelijkheid nemen, als dat een beetje in je zit tenminste. Voor mij was dat goed. Ik heb altijd van in mijn jeugd lijnen getrokken en leiding gegeven. Dat begon al op het internaat. Dus dat was een goede leerschool, achteraf gezien.”

Je was dus tevreden met de keuze voor het internaat?
Van Eetvelt:
“Jawel. Ik heb me daar heel weinig vragen over gesteld. De eerste keer is dat natuurlijk niet het plezantste. Als je de zondagavond weggedaan wordt en je gaat een hele week van thuis weg. Maar dat wende heel snel. En je zit daar tussen kameraden, ééntje zat ook in mijn klas: Stefan Lehoucq, die nu zelfstandige is en bestuurslid van Unizo. Nog eens, ik deed heel veel sport. Ik begon direct te voetballen in de schoolploeg. En dan maak je snel vrienden.”

Het was toen al duidelijk dat je de sportieve toer wilde opgaan. Jouw droom was om sportman te worden.
Van Eetvelt:
“Ja, als jonge gast. Het is anders uitgedraaid. Maar dat is niet zo erg. Ik voetbalde heel graag en kon het wel wat. Dus ja, dan denk je: ‘Ik word voetballer’. Je moet er de tijd voor maken en er ook het karakter voor hebben als je dat echt wil doen. Naast het talent uiteraard. Maar die combinatie was bij mij duidelijk onvoldoende aanwezig. Dus ik ben er nooit op doorgegaan. Maar ik ben wel graag recreatief sport blijven doen.”

En met welk idee voor ogen begon je dan aan je studies Lichamelijke Opvoeding?
Van Eetvelt:
“Ik wou die combinatie sport en studie blijven voortzetten in het hoger onderwijs. En zeker op de unief heb je dan maar één mogelijkheid meer. Ik wou ook wel in de sportwereld actief blijven op de één of andere manier. Het was niet echt mijn ambitie om les te geven. Wel tussendoor trainingen geven en zo – dat heb ik ook gedaan. Ik dacht: ‘Ofwel start ik een zaak op in de sportsector ofwel doe ik iets in de federatiewereld’. Op het einde van mijn studies en aan het begin van mijn professionele carrière heb ik met Sporta en BLOSO gepraat. Maar ik zat op een ander pad. De uitdagingen lagen elders en waren veel interessanter. Voor mij is een uitdaging heel belangrijk. Hoe groter de uitdaging, hoe liever ik het heb.”

Je koos voor Nacebo, het huidige Bouwunie. Wat trok je aan in die organisatie?
Van Eetvelt
: “Eigenlijk is dat stom gegaan. Ik dacht toen om zelfstandig een sport- en een fitnesszaak te runnen. Mijn vader zei: ‘Als je dat wil, kan je best eens gaan klappen met iemand die er alles van kent.’ En dat was Paul Ackermans, die nog voorzitter is geweest van NCMV (het huidige Unizo, MS). Toen was hij voorzitter van Nacebo. Ik ga dat nooit vergeten. Ik had met hem een gesprek op een zaterdagvoormiddag. ‘Manneke, jij zou beter bij mij komen werken’, zei hij. ‘Dan ga je het leren. Ik zoek iemand in de beweging van de bouwfederatie. Iemand die activiteiten en vorming organiseert, besturen animeert, cursussen opzet.’ Het zag er interessant uit. Ik kon ook voor een stuk mijn eigen baas zijn, maar dan binnen de structuur en de organisatie. ‘Een goeie leerschool’, dacht ik. Plus, het ging om ondernemers – een wereld die ik niet echt kende.”

Dat aspect van leidinggeven…
Van Eetvelt:
“… dat is er dan bijgekomen. Ik had wel al op een kabinet gewerkt (in ’91 was Van Eetvelt een half jaar kabinetsmedewerker op het kabinet van Gaston Geens, voorzitter van de Vlaamse regering, MS). Maar ik was toen zeer jong. Ik was meer met politiek bezig dan met beleid maken. Dat is er pas gekomen door het bewegingswerk in Nacebo. Dat was echt heel plezant. Dingen opzetten van nul, ideeën en budget zoeken, het spel in elkaar steken, alles organiseren, bij wijze van spreken zelf de briefjes vouwen voor de uitnodigingen. Dat was zowat de pionierstijd. Een fantastisch goede leerschool. Door toen naar de zelfstandigen te luisteren, dacht ik: ‘Jullie hebben echt een probleem, er moet iets aan gedaan worden. Die btw is te hoog, de controle is niet koosjer, het zwartwerk is een veel te groot probleem,…’ Als ik problemen hoor, wil ik het oplossen. Hoe dan ook. Ik heb dat altijd gehad. Ik ben me beginnen te moeien met het beleidsmatige. Ik stond op het terrein en zei tegen mijn toenmalig gedelegeerd bestuurder dat we er werk van moesten maken. Zo ben ik in het beleidsmatige en het lobbywerk gerold.”

Vanuit Nacebo ben je opgeklommen in verschillende stapjes.
Van Eetvelt:
“Stap voor stap.”

Ben je een carrièrist?
Van Eetvelt:
“Nee. Ik ben geen carrièreplanner. Nooit geweest. Ik heb wel altijd heel veel ambitie gehad. Maar ik plan niet: ‘Als ik vandaag hier zit, wil ik binnen tien jaar daar zitten.’ Maar als ik iets doe, ga ik er 100 procent voor. Tot ik weet: ‘Dat zit goed. Nu is het beter dat iemand anders dit doet.’ Want als je ambitie en motivatie begint te zakken, kan je beter iets anders doen. En dan verleg je jouw ambitie. En tot nu toe is die ambitie altijd alleen maar groter geworden. Maar goed, het is belangrijk dat je bepaalde tussenstappen kunt zetten. Daar leer je dingen uit. Dat geeft je de ervaring en de competentie om een stap hoger te zetten. Als je die stappen overslaat, lukt het niet. Het zijn maar uitzonderingen die dat kunnen. Maar ik ben geen planner. Ik heb dat nooit bewust gedaan. Als ik nog voor mijn 30 jaar secretaris-generaal werd van Bouwunie – ik was dan de nummer twee – dacht ik: ‘Nu heb ik het bereikt’. Ik ben dan nog wel doorgegroeid naar gedelegeerd bestuurder omdat iemand met pensioen ging. Maar in mijn perceptie toen dacht ik: ‘Shit, ik zit hier al aan het plafond in deze organisatie’. Op een bepaald ogenblik voel je dat het te klein wordt voor jou op de plaats waar je zit. Of dat de uitdaging te klein is. Met Nacebo zat ik toen op microniveau. Het was een echte droom om bij Unizo te werken, op macroniveau.”

 

NATUURLIJK CHARISMA

Je dacht er destijds aan om een sportzaak op te starten, vertelde je daarnet. En je schetste hoe je in de ondernemerswereld bent gerold. Nooit de kriebel gevoeld om zelf ondernemer te worden?
Van Eetvelt:
“Jawel hoor. Maar weet je wat het probleem is? Ik probeer de dingen zo goed te doen dat ik niet de tijd heb om daarnaast met iets anders te beginnen. Alles laten vallen en van nul beginnen… Ik heb twee kinderen en een verantwoordelijkheid voor mijn gezin. Dat is toch wel een rem. Ik was toen grotendeels de kostwinner. Ik dacht: ‘Als ik dat risico neem en het lukt niet, laat ik hier wel een heel gezin in de kou staan.’ In de periode bij Bouwunie en zelfs in de beginperiode bij Unizo heb ik regelmatig overwogen om ergens in de ondernemerswereld te stappen, zelf of als partner of vennoot. Ik heb ook de kans gehad. Maar ik heb die stap tot nu toe nooit gezet. En ik denk dat daar ook mijn niet-ondernemersachtergrond een stuk speelt. Want als ik dat thuis vertelde, gingen vooral de handremmen op werd er geprobeerd om me van dat pad af te houden omwille van het risico. (glimlacht) Terwijl in de omgeving waar ik in zit net het omgekeerde het geval is. Als je omgeving je remt, wordt het een ander verhaal hè. Maar ik voel me nog altijd jong. Dus het kan nog altijd.”

Spijt het je niet dat je de stap naar het ondernemerschap nog niet hebt gezet?
Van Eetvelt:
“Je mag nooit van dingen spijt hebben. Er zijn ook dingen die ik geprobeerd heb, die niet gelukt zijn. Ik ben altijd iemand geweest die zegt: ‘Ok, het gaat niet zoals gedacht. Fine. Turn the page.’ Bij mij gaat dat heel snel. En ik heb soms al gezien dat mijn omgeving het daar moeilijk mee heeft, veel moeilijker dan ikzelf. Als een bepaalde mogelijke carrièrestap niet uitkomt – ik ben ook al voor van alles gevraagd, meestal beslis ik zelf om bepaalde dingen niet te doen – dan is dat echt weg. Maar je omgeving denkt daar natuurlijk zo niet over.’ Misschien had je dat toch beter gedaan’. ‘Wat zou er gebeurd zijn als…’ Ik maak me daar niet moe in. Blad om en verder.”

Als publieke figuur kom je vaak in de media. Heb je dat op je laten afkomen of was dat bewust?
Van Eetvelt:
“Ik denk dat dat in mijn karakter zit. In de voetbalploeg ben ik bijna altijd de kapitein van de ploeg geweest. In de klas was ik heel vaak de klasverantwoordelijke. In de lagere school was ik het vaak die iets organiseerde. Ook de sportdag in het secundair organiseerde ik. In mijn studententijd zat ik in het praesidium en in universitaire raden. Ik denk dat ik heel vaak al van heel jong geprobeerd heb om leiding te nemen. Maar dat was onbewust. Ik deed dat gewoon graag.”

Een soort natuurlijke leider?
Van Eetvelt:
“Sommige mensen hebben een natuurlijk charisma. Ik heb dat ook, denk ik. Maar dat komt omdat ik dat heel graag doe. Als je dat niet graag doet en je forceert dat – en dat heb ik al bij anderen gezien – dan werkt het niet. Ik heb dat meegekregen, het zal voor een stuk genetisch zijn.”

En dat charisma…
Van Eetvelt:
“Dat zeggen andere mensen over mij, hè.”

Wat zeggen ze dan precies?
Van Eetvelt:
“Sommigen zeggen: ‘Je ziet het als jij in een groep staat.’ Op de één of andere manier is dat blijkbaar zo. Veel mensen zeggen ook dat ik mensen aantrek in plaats van mensen af te stoten. Tja, hoe komt dat?”

Ik ga eens proberen: jouw stem misschien?
Van Eetvelt:
“Ik denk voor een stuk dat het met gedragingen te maken heeft. Het is niet alleen de stem, ook het zicht. In een groep ben ik wel redelijk open. (lacht breed) Zeker in een nieuwe groep. Ik luister en praat direct mee.”

Misschien is het de brede lach, zoals je net hebt getoond?
Van Eetvelt:
“Dat zal ook wel meespelen, ja. Als je altijd ontspannen bent, niet gestresseerd in de groep, en een beetje lachend door het leven gaat, gaan mensen daar snel heen. Sneller dan naar mensen die zuur rondlopen. Dat is ook logisch.”

Je loopt in een wereld rond waar strak pak en das regel nummer 1 zijn. En toch hou je een zekere flair en charisma. Ik zie het jouw collega’s niet altijd doen.
Van Eetvelt:
“Ja. Maar ik heb ook het geluk gehad om in verschillende milieus mijn jeugd doorgebracht te hebben. Je mag mij evengoed tussen een groep bankdirecteurs zetten als tussen een groep arbeiders. Ik ga me bij allebei thuis voelen. Omwille van mijn imago gaan die arbeiders in het begin misschien wat raar reageren. Er leeft natuurlijk een perceptie over mij. Maar ik ben er toch al vaak in geslaagd om die perceptie heel snel weg te krijgen als dat een negatieve was. Door gewoon te doen. Als ik tussen mensen zit die in een fabriek werken, praat ik en luister ik naar wat hen bezig houdt. Je moet er natuurlijk wat empathie voor tonen, maar op een echte manier. En als je dat doet, smelt het ijs heel snel.”

Ook bij arbeiders?
Van Eetvelt:
“Natuurlijk. Weet je dat er ook arbeiders zijn die bij mij thuis dingen komen vragen? Werk – als ze geen werk hebben. Of problemen op het werk. Mijn vader is 40 jaar burgemeester geweest in Bornem. Iederéén kwam bij ons over de vloer. Echt voor alles. Problemen met het gezin, de buren, het werk. Door het feit dat ik nu nog in de gemeente woon, weten ze mij natuurlijk te vinden. ‘Zijn vader deed dat en zijn zoon heeft een publieke functie. Waarom zouden we het niet doen?’ Ik vind dat ook niet erg. Zo kan ik zaken in de juiste context blijven plaatsen. Iets wat moeilijker is als je altijd in dezelfde groep blijft. Ik heb in mijn jeugd gevoetbald. In die tijd was dat een sport voor vooral arbeiders. Ik was één van de weinigen die studeerde.”

Mis je het voetbal?
Van Eetvelt:
“Ja. Ik droom er nog van. Letterlijk, niet figuurlijk. Ik heb dat altijd graag gedaan. Vooral omdat dat in een groep is. Ik zit graag in een ploeg. Ik vond het fantastisch om met een ploeg iets te realiseren, ook in het voetbal. Een overwinning met een ploeg behalen, vind ik het mooiste wat er is. Ik heb daar altijd veel meer voldoening uit gehaald dan alleen die berg overwinnen met de fiets. Ook daar kan ik enorm van genieten. Maar de individuele prestatie is voor mij altijd minder belangrijk geweest.”

En fietsen is in tweede orde gekomen, omdat voetballen niet meer ging?
Van Eetvelt:
“Ja. Eerst als revalidatie. En het is ook gezonder voor de ledematen. Het is een fantastische sport. Ik fiets soms alleen, maar ook hier toch liever in groep.”

 

‘IKEA HEEFT EEN PRACHTIG BUSINESS MODEL’

Als topman van Unizo promoot je dagelijks het ondernemerschap. Ook vaak ’s avonds als gastspreker. Word je dat soms niet moe?
Van Eetvelt:
“Fysiek is dat wel vermoeiend.”

Maar ‘het moe’ ben je niet?
Van Eetvelt:
“Dat niet, nee. De dag dat ik ‘het moe’ wordt, ga je me hier niet lang meer zien. Hoe je het ook draait of keert, achter elke ondernemer zit een heel boeiend verhaal. Dat geeft ook drive om ervoor te zorgen dat die mensen hun ding echt kunnen doen. Het geeft voldoening om er op die manier voor te zorgen dat ze meer kansen krijgen om hun zaak te laten lukken. Die voldoening is onbetaalbaar. Maar fysiek is het heel zwaar. Elke dag vanaf 7 uur bezig, met vakbonden en regeringen onderhandelen, zorgen dat de budgetten bij Unizo deftig zijn en de boel gerund wordt. En dan ’s avonds nog de boer op om hier en daar te gaan spreken en luisteren. Ik moet meer dan vroeger rustmomenten inbouwen. Anders ga ik er fysiek kapot aan.”

Je hebt een aantal jaren geleden een crash gehad. Wat was daar de oorzaak van?
Van Eetvelt:
“Dat had privé-redenen. Ik heb een privéprobleem proberen verdringen met té hard te werken. En dat mag je niet doen. Dat heb ik toen ook geleerd. Je lichaam kan bepaalde dingen aan en bouwt zelfs verdedigingsreflexen op. Maar je put je lichaam uit als je te ver gaat. Van werken ga je niet dood. Maar als je signalen negeert, krijg je wel een probleem. Ik heb het gelukkig niet zo ver laten komen dat ik helemààl out was. Ik ken mensen die volledig out waren en zes maanden niet meer konden werken. Dat is bij mij niet gebeurd. Ik ben op een lager ritme beginnen werken en moest zaken organiseren. Mijn avondactiviteiten heb ik bijna volledig afgebouwd. Maar behalve de mensen die er iets van wisten, hebben niet veel mensen dit gemerkt. Omdat ik gewoon een aantal dingen voort deed, zij het op een ander ritme. Ik ben blijven werken – op 5 dagen na – en na zes maanden was ik gerecupereerd.”

Was het een fysieke eerder dan een mentale crash?
Van Eetvelt:
“Een combinatie van de twee. Weinig slapen, veel te veel hooi op de vork nemen. Maar ook mentaal enkele dingen moeten verwerken. Uiteindelijk leer je daar uit. Ik krijg meer dan 1000 vragen per jaar om ergens te gaan spreken. Dat is onmogelijk. Vroeger deed ik er 200 of meer op een jaar. Dat heb ik verminderd, want dat hou je niet vol. Dat vraagt een psychologische en andere voorbereiding. Ik moet er met mijn hoofd bij zijn van 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds, hè. Ik kan het mij niet permitteren om te zeggen: ‘Het interesseert me niet, ik ben een aantal uren weg.’ En dàt is zeer zwaar. Eigenlijk is die dag te lang. Dat kan je alleen volhouden als je mini-breaks inbouwt. Zorgen dat ik eens een avond thuis ben met mijn partner en de kinderen. Je gezin en directe omgeving houden je met de voeten op de grond en zorgen dat je evenwichten behoudt. Als dat wegvalt is het hek van de dam. Ik heb daar op een bepaald moment teveel tegen gezondigd en te weinig evenwicht behouden. Anderzijds heb ik altijd gezegd: ‘Als je deze functie op een goeie manier wil doen – en ik vind dat er geen andere weg is – dan moet je de combinatie van de zaken doen.’ Zorgen dat de boîte bij Unizo draait, dat je aanwezig bent in het lobbywerk en dat je tussen de ondernemers staat.”

Je kende de ondernemerswereld niet. Is jouw bewondering voor ondernemers gegroeid?
Van Eetvelt:
“Ja. Door te zien wat ze doen, namelijk de risico’s die ze nemen. Want dat onderschatten veel mensen. Een zelfstandige is verantwoordelijk voor alles wat hij of zij doet. Een werknemer niet. Ook ik niet, want ik ben bediende bij Unizo. Ik ben wel eindverantwoordelijke, maar zelfs dat is nog een verschil. Bij een zelfstandige is dat nog altijd een heel ander verhaal. Ik vind dat mensen dat veel te weinig beseffen. Dat heb ik wel geleerd, want ik wist dit ook niet zoveel jaren geleden.”

En de vooroordelen over zelfstandigen, word je daar nog altijd kwaad om?
Van Eetvelt:
“Kwaad word ik niet meer. Ik word niet zo snel meer kwaad. Soms ben ik daar nog een beetje verontwaardigd over. Maar als ik dat hoor, is mijn reflex altijd om de zaken uit te leggen.”

Je verdedigt de ondernemersbelangen. Ben je ooit in gewetensnood gekomen?
Van Eetvelt:
“Nee. Ik zal niet iets verdedigen waar ik niet in geloof. Dat kan ik ook niet. Als ondernemers mij dingen vragen uit protectionisme, ga ik hen niet verdedigen maar met hen discussiëren en zeggen ‘dit is niet de juiste ingesteldheid en het juiste pad’.”

Dus jij staat 100 procent achter alle standpunten van Unizo?
Van Eetvelt:
“Toch wel, ja. Als er iets zeer protectionistisch gevraagd wordt, veil ik daar de hoeken af. Als je te protectionistisch bent, geraak je niet vooruit. Dat is een oplossing op korte en niet op lange termijn. Kom mij ook niet vragen om fraude goed te praten bijvoorbeeld. Dat vraagt men ook niet binnen Unizo. Natuurlijk zijn er mensen die dat doen. En je komt al eens iemand tegen van wie je voelt ‘die probeert mij hier voor zijn kar te spannen voor iets wat niet helemaal koosjer is’. Maar door het feit dat Unizo een organisatie is, wordt dat soort van zaken er direct uitgeduwd. Bovendien zit heel veel maatschappijvisie in de standpunten die wij naar buiten brengen. Uiteindelijk moeten we mensen en een samenleving proberen te overtuigen om iets te doen voor een minderheid. En daar slaag je niet in als je alleen die minderheid meekrijgt. Ik wil het altijd breder kaderen en uitleggen waarom een bepaalde maatregel ook goed is voor de rest van de samenleving, niet alleen voor ondernemers.”

Ben je al eens in Ikea-winkels geweest?
Van Eetvelt:
“Tuurlijk. Ook in shoppingcentra. Je moet overal komen. Hoe kan je nu over iets praten als je niet weet hoe het in mekaar zit? Ik heb ook niets tegen Ikea. Ik vind dat een prachtig business model. Het is ook een familiaal bedrijf. Wat die mensen gerealiseerd hebben, vind ik eigenlijk fantastisch. Zij hebben gezien waar de behoeften liggen van de klanten. Dat is ondernemerschap voor mij. En dat is wat ik bewonder in Ikea. Ik heb maar één probleem met Ikea: ze vestigen zich bewust buiten kernen en werken dus kernverzwakkend. In eender welke winkel ik kom, word ik wel eens bekeken. Dat moet je er bij nemen, Vlaanderen is zo klein. Mijn persoonlijke aankopen ga ik wel quasi uitsluitend bij zelfstandigen doen. Dat doe ik wel. Maar bewust wegblijven op bepaalde plaatsen… Nee, dat niet.”

Met jouw interview begin 2013 aan het Nederlandse Financieel Dagblad is het beeld versterkt ‘Karel Van Eetvelt = N-VA’. Is het geen fausse keu geweest om dat interview te doen?
Van Eetvelt:
“Nee, integendeel. In die 9 jaar bij Unizo ben ik al zowat alles geweest voor sommigen in de buitenwereld: een rabiate christendemocraat, of een liberaal, en vorige week ben ik in een debat zelfs voor socialist uitgemaakt. De media vinden het plezant om je in een zo strikt mogelijk vakje te steken. Ik lig er niet wakker van. Andere mensen wel. Ik weet hoe ik zelf in mekaar zit. Ik weet ook waar ik zelf in geloof (grijpt met een hand naar het hart, MS). Ik heb ook wel een zekere politieke overtuiging, maar die is voor mij. Mijn job is iets anders. Wat wel duidelijk is: na dat artikel is er geen enkele ondernemer die gebeld heeft en gezegd heeft ‘nu ben ik weg bij Unizo’.”

Omdat 40 procent van de Unizo-leden aangeeft op N-VA te stemmen.
Van Eetvelt:
“Neen, omdat bij de ondernemers de boodschap dus wel goed is overgekomen. Ik heb in dat interview heel duidelijk op de problemen gewezen. Dat was ook de inhoud van dat interview. Op een vraag in de marge hoeveel van onze leden aangeeft voor N-VA te stemmen heb ik eerlijk geantwoord op basis van onze enquêteresultaten. Dat een paar journalisten daar weet-ik-wat proberen van te maken is hun zaak, maar voor alle duidelijkheid niet correct.”

De kop was: ‘Ondernemers stellen hun hoop op N-VA’.
Van Eetvelt:
 “Ja, een groot deel toch maar uiteraard niet allemaal. So what?”

Sommige politici vonden het vertrek van Kris Peeters vanuit Unizo naar een partij “verraad”?
Van Eetvelt: “Kris praatte net als ik met alle partijen. Dat is de beste optie. Je moet de zon voor iedereen wat laten schijnen en zo tot akkoorden komen. Maar hij heeft dan – en ik heb daar niets tegen – op een bepaald moment een politieke keuze gemaakt. ‘Dat is verraad naar ons’, kreeg hij van sommige politici uit andere partijen te horen. Ik vind dat niet zo, maar ik snap wel dat mensen zo reageren. Alleen denk ik dat dat meer over die mensen zegt dan over Kris.”

Jij verkondigde al eerder dat je nooit in de politiek zou stappen.
Van Eetvelt:
“Ik heb nog nooit gezegd: ‘Ik ga het nooit doen’. Maar wel: ‘Ik zou het liever niet doen’. Ik kom uit dat milieu. Dus de kans dat ik actief ooit iets met politiek te maken zal hebben, is vrij reëel. Maar eerder iets lokaal. In de huidige politieke wereld – ik heb bijzonder veel respect voor veel politici, ook voor wat Kris doet – is het zo verdomd moeilijk en krijg je zo weinig waardering. Bovendien geraken nog weinig zaken vooruit. Ik denk dat ik mij daar niet gelukkig zou voelen. Dat is de belangrijkste reden waarom ik denk die kelk beter aan mijn voorbij te laten gaan. Ik moet dingen kunnen aanpakken en het moet vooruit gaan. Op dat vlak ben ik wel meer een ondernemer. (lacht) In de politiek is het bijna omgekeerd.”

Mensen in jouw directe omgeving vertellen mij: ‘Misschien is België te klein voor Karel. Hij denkt meer en meer internationaal.’
Van Eetvelt:
“Omdat ik wel wat gereisd heb. Ik vind Vlaanderen niet bekrompen, maar er wordt soms wat bekrompen geredeneerd. Alsof er nog een muur staat rond die regio of rond dat land. Bijvoorbeeld de manier waarop over vreemdelingen gepraat wordt. Dat komt door schrik en onwetendheid. Die Vlaming heeft liefst het gekende, maar ziet te weinig wat de rijkdom is van diversiteit en wordt ook quasi uitsluitend met de problemen en niet met de voordelen van diversiteit geconfronteerd. De regio’s die protectionistisch en gesloten reageren in het mondiale systeem van vandaag zullen veel problemen hebben. Het ondergraaft de welvaart die de facto aanwezig is bij ons, ook je onderwijssysteem en het sociaal model. Want wat ben je aan het doen: jezelf niet meer aanpassen. En dus zak je op de ladder. Natuurlijk moeten mensen die naar hier komen zich aanpassen. Maar gooi die bekrompenheid open, verrijk je samenleving. Integratie wordt vandaag te vaak defensief bekeken. Ander voorbeeld: de jaloezie die er is voor ondernemers die succesvol zijn. Komaan zeg! Ik vind het fantastisch dat een ondernemer er in geslaagd is om succesvol te zijn. Ik gun die zijn dikke villa en zijn mooie auto en misschien zijn buitenverblijf. Hij heeft er voor gewerkt en verdient het. Tenminste de overgrote meerderheid – er zijn er natuurlijk die dat op de foute manier gedaan hebben en dat veroordeel ik ook.  Onze welvaart heeft voor een zekere laksheid gezorgd. Ook heel die anti-Europa houding die gecreëerd wordt vandaag, vind ik zo kortzichtig. Daar heb ik meer en meer moeite mee. Daarom is het voor mij misschien beter om me wat meer op internationale dingen te richten.”

Wat wordt het na Unizo?
Van Eetvelt:
“Zoals gezegd houdt dat mij niet bezig vandaag.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Van Eetvelt:
“Ik vind mezelf een zondagskind. En ik heb al heel veel geluk gehad in het leven. Daardoor ga ik vaak met de glimlach door het leven. Dus iets als: ‘Hij is heel gelukkig geweest en is met de glimlach door het leven gegaan’.”

Beluister hier een kort interview-fragment met Karel Van Eetvelt.

      1. Karel Van Eetvelt

 

Foto’s: Studio Dann

 

Pin It on Pinterest