Photographer

Gemiddelde leestijd: 16 min 

Na 60 jaren in dit leven maakt Frank Van Massenhove het testament op van zijn jeugd en van zijn loopbaan. ‘Vroeger was ik een arrogante etter, een narcistische leider. Ik vond mezelf een onwaarschijnlijk cadeau voor de mensheid,’ zegt de voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid. Hij gooide het roer drastisch om, toonde zich voor het eerst kwetsbaar en groeide het voorbije decennium uit tot de wonderboy onder alle federale topambtenaren.

Onder zijn impuls werd de FOD Sociale Zekerheid radicaal omgevormd tot een moderne dienst waar ambtenaren hun eigen chefs mogen beoordelen en waar een overgrote meerderheid van het personeel thuis mag werken. In 2007 werd hij verkozen tot ‘Overheidsmanager van het jaar’. ‘Frank Van Massenhove loodst de overheidsdiensten de 21ste eeuw in’, lees en hoor je wel eens. Van opleiding is hij jurist. Tot zijn grote vreugde kon hij elders een job zoeken, buiten de gerechtelijke wereld, een wereld die volgens hem nog te veel in de 19de eeuw leeft. “Het doet goed zoiets te lezen. Ik ben een jurist en voel me net als Walter Van Steenbrugge ook niet zo thuis in de wereld van justitie”. Dat was de reactie van Frank Van Massenhove naar aanleiding van het portretinterview van strafpleiter Van Steenbrugge op Intervista.

Waarom stuurde je deze commentaar de wereld in?
Frank Van Massenhove:
“Juristen hebben bepaalde manieren om naar zaken te kijken die helemaal niet mijn ding is. Ik wil er eigenlijk voor zorgen dat mensen zich verzoenen, niet dat ze zeggen: wie heeft gelijk en wie is de winnaar? Ik vind niet dat er één kant altijd gelijk heeft. Bovendien heb ik een gloeiende hekel aan de gedachte ‘Ik heb gelijk omdat de regel mij gelijk geeft’. Meestal zorgt dat voor enorm veel verzuring in de maatschappij. Want zelfs diegene die wint, voelt zichzelf niet noodzakelijk een winnaar, heeft nog altijd wrevel omdat er iets gebeurd is, heeft het niet bijgelegd. En diegene die verloren heeft, is woedender dan voordien en voelt zich nog meer in de hoek gedrumd. Natuurlijk moet je soms ‘recht spreken’, maar diegene die niet met recht bezig is, brengt het recht altijd terug tot strafrecht. Terwijl het recht dat het meest toegepast wordt, burgerlijk recht is. Burenruzies bijvoorbeeld, en daar is recht niet het beste ding.”

Is er in de periode tussen jouw studies en nu veel veranderd in de rechtspraak?
Van Massenhove:
“Heel weinig. Ik ben afgestudeerd in 1977 en heb in de Wetswinkel gewerkt, die toen net was opgericht, met mensen als Johan Vande Lanotte, Willem De Beuckelaere en Koen Raes. Wij zagen in dat er heel wat moest veranderen aan het recht. Vroeger was het echt een klassenrecht, dat is gelukkig wèl veranderd. Maar dat komt omdat de wereld veranderd is, niet omdat de wereld van het recht veranderd is. Mijn grootste talent ligt niet in de rechtspraak – dat had ik natuurlijk niet door in die periode – maar in het samenbrengen van mensen om tot betere resultaten te komen. De kant kiezen van één iemand om aan te tonen dat de ander ongelijk heeft, is niet echt mijn talent. Het bezorgt me zelfs wat weerzin. Toen ik afstudeerde, heb ik geen werk gezocht in die omgeving. Niet dat er ongelooflijk veel werk was, er was er gewoon géén. Het was een verschrikkelijke tijd, met hoge werkloosheid. In december had ik een job, en ik was nagenoeg de eerste van al mijn kennissen die afgestudeerd was. Heel blij was ik dat mijn werk niets met rechten te maken had. Ik mocht BTK-projecten goedkeuren, projecten waarin mensen konden werken. Zo zijn onder meer de Vooruit en enkele theaterprojecten ontstaan, en zijn veel diensten van het OCMW uitgeprobeerd. Het meer sociaal maken van de maatschappij: ik vond dat een vooruitgang. Op mijn 60ste heb ik door wat mij drijft, en dat is: mensen gelukkig maken. (fijntjes) Ik denk niet dat veel advocaten mensen gelukkig maken.”

Als je de Vooruit binnen stapt, denk je dan ‘hey, hier heb ik toe bijgedragen?’
Van Massenhove:
“Nee. Ik had maar een beperkt, facilitair rolletje als BTK-inspecteur. Je zal het van mij misschien niet verwachten, maar met ouder worden ben ik veel nederiger geworden. Vroeger vond ik mezelf veel belangrijker. In de Wetswinkel heb ik gemerkt dat ik qua intellectuele mogelijkheden slechts heel gewoon bediend ben. Alleen kon ik beter organiseren en mensen bij elkaar zetten, in vergelijking met de collega’s bij de Wetswinkel. Ik heb in mijn leven geen enkele keer gesolliciteerd voor een job. Bijna altijd ben ik gevraagd geweest. Ook voor deze job. Raar om zeggen, maar op mijn 48ste wist ik niet dat ik de talenten had om de FOD Sociale Zekerheid te leiden. Ik wist alleen dat ik goed een kabinet kon leiden.”

Over talenten vertelde je ooit: ‘Ik heb eigenlijk geen talenten. Ik heb maar 1 talent, en dat is: ik zie talent’.
Van Massenhove:
“Dat is zo. Al overdrijf ik misschien een beetje. Ik weet dat ik een blik heb die meer ‘meta’ is, anders zou ik geen visie kunnen ontwikkelen en de baas kunnen zijn van zo’n grote organisatie. Maar ik zie snel talent bij mensen, en ik nodig hen uit om iets met dat talent te doen. Ongelooflijk goed luisteren naar mensen met veel talent, dat samenbrengen in een nieuw systeem, er  zeer enthousiast met mensen over praten zodat ze zeggen ‘dit gaan we doen’ en nadien zeggen ‘jullie hebben het fantastisch gedaan’: dàt is mijn grootste talent. Ik ben een dweil die mensen en dingen samenbrengt. Ik ben echt het kind van mijn pa en mijn ma. Ik ben een zeer nieuwsgierige mens. Mijn ma – ze leeft nog – is een hele warme, emotionele vrouw die mensen bij elkaar brengt. Een typische connector. In de boeken van (de Canadese auteur) Malcolm Gladwell worden die beschreven. Het zijn personen die eigenlijk zelf geen dingen bijdragen aan een groep, maar mensen bij elkaar brengen. Persoon X is hier goed in, persoon Y is daar goed in. Mijn ma brengt ze bij elkaar op de koffie, en zodra die twee personen goed aan het praten zijn, is ze weg. Mijn pa was net zo nieuwsgierig als ik. Een heel slimme man, maar hij heeft met zijn intellectuele vermogen niets kunnen doen, omdat in die tijd het kind van een werkmens niet mocht studeren. Ik was de eerste van Zerkegem, een onderdeel van Jabbeke, die mocht studeren. Mijn ouders kregen van de rijke boeren uit de streek te horen: ‘Met welke pretentie durf jij jouw kind naar de universiteit sturen?’ Ik ben een kind van twee ongeschoolde mensen die naar de universiteit is kunnen gaan.”

Waarom leg je hier vaak de nadruk op in interviews?
Van Massenhove:
“Niet om mij daar te laten op voorstaan. ‘Kijk eens welke fantastische mens ik ben, ik heb unief gevolgd.’ Ik moet niet trots zijn op iets wat ik meegekregen heb in mijn genen en op de cadeau achteraf van ongelooflijk mooi onderwijs en schitterende onderwijzers. Met die uitspraak heb ik twee bedoelingen: vroeger gebeurde het niet, en nu gebeurt het te weinig. Ik ben het prototype van socialisering van het onderwijs. Er gaat nog te veel talent verloren.”

Daarnet zei je: ‘Ik ben nederiger geworden’.
Van Massenhove:
“Tot mijn 35ste was ik een arrogante etter. In de Wetswinkel moest ik mensen helpen met heel grote problemen. Ze werden uit hun huis gegooid, zaten in verschrikkelijke echtscheidingen of werden van de ene op de andere dag werkloos. Heel snel werd ik in de werkelijke wereld gegooid. Daardoor had ik een voorsprong in inzicht in de wereld: hoe ik me moest gedragen, hoe ik in een groep werkte. Daarom vond ik mezelf een onwaarschijnlijk cadeau voor de mensheid. Gelukkig ging ik een aantal keren tegen de grond, door andere arrogante etters, maar ook omdat ik de mensen niet mee kreeg. Command and control: het systeem waarbij de slimste de baas is, hij is zogezegd de enige die verstandige ideeën kan hebben en al de rest zijn uitvoerders. Net dat systeem verfoei ik vandaag.”

Wanneer ben je dan enkele keren tegen de grond gegaan?
Van Massenhove:
“De eerste keer ben ik zelfs nog niet eens zo hard aangevallen. Ik leidde een vergadering en ik verstond niets van het thema. Ik dacht ‘Hier zit die onverbiddelijke kenner, hij weet niet eens waarover het gaat’. Ik voelde mezelf alweer arrogante vragen bedenken. Iets in mijn binnenste zei ‘Doe dat niet, Van Massenhove. Zeg gewoon dat je het niet begrijpt’. Zonder dat ik er bij stilstond – ik hoorde het mezelf zeggen, het was geen keuze – zei ik ‘Sorry mensen, ik versta echt niet waarover jullie het hebben. Jullie moeten me dat uitleggen’. Het grappige is dat ze het ook niet wisten. Dat is echt een belangrijk moment voor mij geweest. ‘Ik ben geen voorzitter om te zeggen hoe de dingen moeten verlopen’, dacht ik. ‘Ik ben voorzitter om te kijken hoe je de meest creatieve ideeën op tafel kunt krijgen. Wees niet vooringenomen, neem de mensen au sérieux’.”

Maar je bent toen niet aangevallen geweest?
Van Massenhove:
“Nee, niet op dat moment. Maar ik begon stelselmatig zulke vragen te stellen, en dàn ben ik aangevallen geweest. Ze voelden: ‘Die arrogante kwal begint nu te zeggen dat hij dingen niet kan’. Doordat ik me vroeg onkwetsbaar toonde, zorgde ik ervoor dat men echt op mij begon te slaan. Ze vernederden me: ‘Vroeger heb je dit gezegd, je bent verkeerd’. In korte tijd heb ik alle slagen gekregen die ik verdiende – zoals Boudewijn de Groot zingt in ‘Testament’. Pas achteraf is dat gekeerd. En dan gebeurde het omgekeerde. Als je je heel kwetsbaar opstelt, krijg je veel meer gezag en autoriteit. Daarom ben ik zo verknocht aan de boeken van (de Amerikaanse onderzoekster) Brené Brown, onder meer ‘De kracht van kwetsbaarheid’. Nederige bazen zijn meestal ook veel onzichtbaarder dan anderen. Onder meer studies van Sonja Lyubomirsky (Amerikaans professor in de psychologie, MS) over leiderschap tonen dit aan. Goeie leiders zijn mensen die in evenwicht zijn, tussen hun mensen staan, hun fouten toegeven enzovoort. Vroeger was ik een narcistische leider.”

Was je ook een narcistische leider ten tijde van de kabinetten die je geleid hebt, het kabinet-Beke en het kabinet-Vandenbroucke?
Massenhove:
“Ik was toen inderdaad narcistisch. Ook mijn vrienden spraken me er wel al over aan, ik werd er dus mee geconfronteerd. Maar het is fel verminderd toen ik in 1995 kabinetschef werd van Frank Beke. Een nederige, onwaarschijnlijk intelligente, wijze, wonderbaarlijke man. Al ziet hij dat zelf niet in. Hij vindt zichzelf modaal. Honderden van de principes over leiderschap die ik hier op de FOD Sociale Zekerheid toepas, paste hij al toe zonder dat hij het wist. Intuïtief wist hij wat hij moest doen: vertrouwen geven, ondersteunen, zelf de verantwoordelijkheid nemen wanneer er iets verkeerd gaat. Ook Johan Vande Lanotte is een zeer warme, gulle man. Hij was de enige die wist wat er met mij echt aan het gebeuren was ten tijde van het NMBS-verhaal. ‘Als het echt zo kan verkeerd lopen, mag je de job niet aannemen’, zei hij. Ik antwoordde: ‘Johan, je weet toch in welke orkaan je gaat terechtkomen?’ ‘Dat kan me niet schelen’, zei hij. ‘Ik laat een kameraad niet in de steek’.”

 

Photographer

 

NIET OP DE TREIN GESPRONGEN

Nu je het toch over de NMBS hebt… Er was even de vrees dat je kanker had, waardoor je de job uiteindelijk niet hebt aangenomen. Maar wat ik nog altijd niet begrijp, is waarom de NMBS en de regering niet gewoon enkele maanden langer konden wachten tot jouw gezondheidstoestand uitgeklaard en het gevaar geweken was.
Van Massenhove:
“Ja, maar ik wist het niet op dat moment. En het had kunnen zijn dat ik nog een jaar te leven had. Het bleek uiteindelijk geen kanker te zijn. Ik ga bijna nooit uit van het slechtste scenario, maar op dat moment mocht ik voor mijn vrouw, haar dochter, mijn vrienden, mijn moeder en andere dierbaren de job niet aannemen. Als ik nog een jaar te leven had, moest dat een jaar met hen zijn. En aan een regering kan je niet zeggen ‘je moet een jaar wachten’. De situatie bij de NMBS was precair. Natuurlijk mocht de regering dat niet zeggen, wetende dat ze in mei naar de verkiezingen ging. Maar je ziet de verliezen van het bedrijf, dat is niet om mee te lachen. Er moest echt heel snel iemand aan het hoofd komen. Johan (Vande Lanotte) zei me: ‘Jij moet je kop vrijmaken voor andere zaken’. Je weet dat hij enorm heeft afgezien van het verlies van zijn moeder. Ik zag dat hij met die ogen naar mijn situatie keek.”

Op dat moment was Vande Lanotte koninklijk bemiddelaar.
Van Massenhove:
“Klopt. En toen heeft ook hij gekozen voor privé boven werk. Hij is verschillende keren zijn moeder gaan bezoeken – en hij is te laat gekomen wanneer ze gestorven is. Waarschijnlijk dacht hij: ‘Je moet helemaal kiezen voor privé. Want ik heb het ook meegemaakt’. Ik ben hem tot het einde der dagen dankbaar, want ik zie niet veel ministers die dit zouden doen. De meeste politici zijn narcistisch en met zichzelf bezig, niet met het lot van iemand anders.”

Anderzijds gaf hij je toch niet te veel tijd. Twee à drie maanden, en het moest beklonken zijn. Ik blijf bij mijn vraag: had het iets langer mogen duren, was je vandaag wellicht topman van de NMBS.
Van Massenhove:
“Ja, maar in zo’n job moet je je volledig gooien. En dat ging niet meer gebeurd zijn. Op het moment dat je zo’n boodschap krijgt, laat je los. Je kan niet focussen op iets anders. Ik moet ook eerlijk zijn: de NMBS was niet de droomjob die ik voor ogen had. Ik deed het ook om de regering uit de problemen te helpen. Ik ben een civil servant. Was het de VRT geweest, dan had ik wel gezegd ‘wil je nog even wachten?’. Want dat is helemààl mijn droomjob. Dat neemt niet weg dat ik de NMBS van harte zou gedaan hebben. Toen ik hier op de FOD Sociale Zekerheid kwam, was het ook niet mijn droomjob. Ik zag mezelf niet als de secretaris-generaal van een ouderwets ministerie – wat het toen was. Ik heb er iets anders van gemaakt. Waarom zou dat ook niet gebeurd zijn met de NMBS?”

Kan het nog, denk je, die job bij de NMBS?
Van Massenhove:
“Nee. Het momentum is voorbij. In die periode heb ik heel diep nagedacht over wat ik met de rest van mijn leven wilde doen. Want ik ben 60. ‘Frank, doe gewoon waar je het best in bent’, zeiden mijn vrienden.”

En dus blijf je op de FOD?
Massenhove:
“Ja. Maar daar waren ook andere redenen voor. Net na de verkiezingen van 25 mei verliep mijn mandaat. Je kan in de situatie komen dat we weer 541 dagen op een regering mogen wachten. Dan laat ik mijn mensen niet in de steek. Bovendien had ik net voor de NMBS met mijn mensen bekeken wat de volgende stap van de FOD was. Het was een fantastische, creatieve tocht geweest de maanden voordien, en ik wilde bij de implementatie zijn. Vroeger was het ‘ik wil dit doen en ik wil mijn mensen daar bij betrekken’ en nu is het ‘ik wil bij mijn mensen zijn terwijl ze bezig zijn met de boel weer helemaal te vertimmeren’. Mijn rol nu is ze aanmoedigen en nog verder duwen. Ik wil ervoor zorgen dat alle managers in dit land de command and control loslaten.”

Je stopt maar als er ook op andere diensten gewerkt wordt zoals op de FOD Sociale Zekerheid?
Van Massenhove:
“Ja. Niet alleen in de publieke, maar ook in de privé-sector, want ook daar is de interesse enorm groot. 70 procent van mijn presentaties gaan door in de privé-sector. Er is geen verschil tussen privé en publiek, valt mij op. Overal heb je ouderwetse, arrogante managers  en passievolle managers. Size does matter. Even grote organisaties hebben dezelfde problemen, of je nu in de publieke, de privé- of de non-profitsector zit.”

 

VREUGDESPRONGEN IN HET LEVEN

Klopt het dat je echt wel je best doet om als baas zo gewoon mogelijk onder je mensen te zijn? Je wil altijd met ‘Frank’ aangesproken worden. Naar verluidt ben je ook al rondgegaan op de hele dienst om te trakteren voor je verjaardag.
Van Massenhove:
“Vroeger deed ik dat altijd, omdat alle mensen er waren. Maar nu is hier misschien maar 20 procent van de mensen op mijn verjaardag. Trakteren is veel goedkoper geworden. (lacht) Ik ga inderdaad rond. Ook wanneer er kinderen of kleinkinderen geboren worden. Dat verschijnt hier dan op de schermen. Want wat maakt ons vreugdesprongen maken in ons leven? Soms iets in ons professioneel leven. Maar meestal iets in de familie of bij vrienden: dàt maakt ons doodgelukkig. Dat moet je binnen brengen in een organisatie. En dus moet je je er ook zo naar gedragen. Ik moet voor de mensen bij wijze van spreken de broer, de nonkel, de zotte zuster zijn – ik moet ook mijn vrouwelijke kant tonen.”

Alles behalve ‘de baas’ of ‘de chef’?
Van Massenhove:
“Wel, waarvoor moet je de chef zijn: wanneer je een meerwaarde hebt. De meeste rollen of gedragingen van chefs zijn geen meerwaarde voor een organisatie. Ze zitten er alleen voor hun ego, omdat ze chef zijn. Ze gaan naar vergaderingen om te bewijzen dat ze de slimste zijn. En dan komt er gewoon geen creativiteit rond die tafel, want iedereen zit te wachten op wat de chef zegt. Vandaar dat onzichtbaarheid belangrijk is. Ik probeer zo onzichtbaar mogelijk te zijn. En ik ga alleen naar een vergadering wanneer mensen zeggen ‘daar zou je naartoe moeten gaan, daar kun je ons helpen’. De afspraak is wel dat ik er altijd ben om de verantwoordelijkheid te nemen als er iets misloopt. Want dat is wat veel ministers niet begrijpen: het is niet omdat het een goed idee is, dat het werkt. Een goed idee werkt alleen wanneer de mensen er willen aan werken. Als je verandering doorvoert, is het meestal het management dat dit beslist. En ze doen het meestal voor de doelgroep: de burger, de klant. De derde groep die ze moeten overtuigen, is natuurlijk diegenen die het moeten doen in de organisatie. En meestal doen ze dit niet, maar duwen ze het door hun strot. Zelfs bij een goed idee dat de potentie heeft om de mensen mee te nemen, zeggen die mensen ‘foert, hier doe ik niet aan mee’. Dus moet je de mensen van bij het begin betrekken. Wij hebben bijna nooit consultancy op de FOD Sociale Zekerheid.”

Mag een manager, een baas of een chef, liegen?
Van Massenhove:
“Nee. Nooit. Hij kan het verkeerd voorhebben, en iets zeggen wat niet klopt. Maar liegen: nee. Ik ga zelfs verder: een mens mag niet liegen. Ik heb dat nog eens gezegd, toen ik het over mijn depressie had. Mijn depressie had te maken met liegen. 99 procent van de mensheid wil een goed mens zijn – slechts 1 procent is psychopaat – en wil in de spiegel kijken en zeggen ‘ik doe het goed’.”

In enkele interviews sprak je openlijk over jouw depressie, nadat je een relatie was begonnen met een andere vrouw.
Van Massenhove:
“Ik wilde met mijn depressie naar buiten komen, om het taboe dat er nog altijd rond heerst, te demystifiëren. Ook in mijn eigen organisatie kijk ik of mensen depressief zijn. Doordat ik het zelf heb gehad, heb ik er een derde oog voor. Ik zie heel snel wanneer mensen dreigen in een depressie of een burn out te geraken. Bij mij was het een echte depressie, geen burn out. Het gebeurt met mensen die zeer enthousiast zijn, die zeer veel energie hebben maar die de lat ook zeer hoog leggen voor zichzelf. Tv-presentator Carl Huybrechts, zanger Sergio en onlangs nog zangeres Selah Sue zijn er ook voor uitgekomen. Heel knap van hen.”

Hoe lang heb jij destijds gewacht om professionele hulp te zoeken?
Van Massenhove:
“Mijn depressie dateert van 1997. Ik heb snel hulp gehad, omdat ik waanzinnig goede vrienden had, die me toen ook het leven hebben gered. Ik wilde er een eind aan maken, en zij zagen dat meteen. Niet dat ik dat zou gedaan hebben, want ik ben fysiek heel laf. Maar psychologisch was het wel zo dat ik wilde dood gaan. ‘Wij kunnen niet meer 24 op 24 bij jou blijven’, zeiden ze. En dus heb ik professionele hulp gezocht. Eerst een psychiater, die was echt niet goed. Ze drong mij in een rol die ik vroeger had. Ik wilde me bewijzen tegen haar. Heel raar. Ik zat weliswaar in een depressie. Maar op dat moment komt de oude Frank boven, begin ik met de degens te spelen, en arrogant te zijn. Ik ben een trotse mens, en in een depressie ben je er gevoeliger voor als iemand op je tenen gaat staan. Ik zat tegenover een arrogante psychiater. En ik won. Maar dan kwam ik buiten, en zat ik nog dieper in de put. Nadien heb ik een zeer goede psycholoog gehad, die mij helemaal verstond, ze had door wie ik ben en liet me volledig in mijn waarde. Het gevolg was dat ik me op mijn gemak voelde en alles vertelde. Het grappige is dat zij ook in zo’n situatie had gezeten, zo vertelde ze me achteraf. Intussen is die psycholoog trouwens een vriendin voor het leven geworden. Ik mag geen depressie meer hebben, want ik mag niet bij haar gaan.” (lacht)

Dat ging ik net vragen: vrees je niet voor een nieuwe depressie, als de omstandigheden er opnieuw naar zouden zijn?
Van Massenhove:
“Nee. Zeker niet omwille van die redenen. Ik lieg niet, ook niet tegen mijn vrienden of mijn mensen hier. Ik ga niet vreemd. Het klinkt arrogant, maar ik denk dat ik niet meer zo arrogant ben dat ik een depressie voor mezelf kan organiseren – wat ik toen heb gedaan. Er kan natuurlijk een depressie komen door iets wat rond mij gebeurt. Mocht er iets gebeuren met mijn Anneke of met onze dochter Sara, dan weet ik niet meer waar de wereld staat.”

Plaats je jouw depressie als de belangrijkste cesuur in je leven, meer dan professionele ankerpunten?
Van Massenhove:
“Absoluut. Wat bijvoorbeeld met de NMBS is gebeurd, heeft mij helemaal niet veranderd. Die depressie heeft mij reusachtig veranderd. ‘Liegen: nooit meer’, heb ik gezegd. Een tweede ding dat mijn leven totaal heeft veranderd, is de figuur Frank Beke. Ik was kabinetschef bij Beke toen ik depressief werd, en die man heeft mij alle vertrouwen gegeven. ‘Kom terug wanneer jij wil’. Er zijn mensen die door hun depressie hun leven verloren hebben. Ze zijn er bijvoorbeeld hun job door kwijtgeraakt en zijn nooit meer teruggekomen. En op deze arbeidsmarkt ben je zo belangrijk als je laatste job. Daar moeten we van af. Wat ik altijd zeg aan werkgevers en HR-mensen: zoek alsjeblief niet alleen naar de zwarte punten in een cv. Bij sommigen is dat het geval – een depressie, een tegenvaller, een ruzie met een chef. Zij komen dan op gesprek en net over die zwarte punten gaat dan bijna het hele gesprek, terwijl ze een carrière hebben van 20 of 30 jaar. Ook daarom ben ik met mijn verhaal naar buiten gekomen, om te zeggen ‘geef mensen die een depressie hebben gehad achteraf de volle kans’.”

 

Photographer

 

HAAR TOT AAN DE KONT

Ik wil het nog kort hebben over één van jouw grootste passies: muziek. Jij kan niet zonder?
Van Massenhove:
“Zonder muziek ga ik gewoon dood. Mijn leven is begonnen met muziek en zal er ook mee eindigen, hoop ik – als ik niet doof word. Ik ben beginnen boeken lezen doordat ik muziek hoorde. Ik hoorde bijvoorbeeld een interview met Frank Zappa, die zei ‘Je moet Thomas Pynchon lezen’. Niemand had ooit van Pynchon gehoord in 1966. Hij had net ‘V.’ geschreven, wat later verscheen ook ‘Gravity’s rainbow’. Ik heb dat toen proberen te lezen, maar het was onleesbaar. Al op mijn 7de had ik de bibliotheek ontdekt, ik las 7 à 8 boeken op een dag. Lezen is: je hersenen duizenden verbindingen geven. De wereld ging open. Ik ben Zerkegem, het dorp in West-Vlaanderen waar ik vandaan kom, met veel plezier ontsnapt toen ik 18 was. Muziek heeft me aan het lezen gezet en heeft ervoor gezorgd dat ik kon studeren.”

Naar verluidt heb jij duizenden platen.
Van Massenhove:
“Ik heb terra muziek – ik kan het in mijn leven niet allemaal meer beluisteren. Duizenden vinylalbums heb ik staan, en tienduizenden singles.”

En vroeger was je een punker.
Van Massenhove:
“Ik ben inderdaad punker geweest, maar ook hippie en new waver. Eigenlijk ben ik alles geweest. Ik ben bijvoorbeeld ook fan van ska en soul.”

Je hebt ook nog lang haar gehad.
Van Massenhove:
“Ik had haar tot aan mijn kont en een baard tot aan mijn navel.” (lacht)

Waarom deed je dit?
Van Massenhove:
“Ik wilde altijd anders zijn dan anderen en wilde dat tonen. En in het achterlijke West-Vlaanderen was dat niet moeilijk. Het mocht niet van de school – dat op zich al was leuk. Ook de ouders waren er tegen – in die tijd waren ouders nog conservatief, de jongeren van nu hebben progressieve ouders en dus kunnen ze zich niet meer afzetten tegen hun vader of moeder. ‘Je gaat nooit een decente job hebben’, hoorde ik toen. Eigenlijk is dat bullshit. Je moet je persoonlijkheid najagen.”

Zijn die lange haren er niet af gemoeten voor een decente job?
Van Massenhove:
“Nee. Daarvoor heb ik het echt niet moeten doen. Ik was anderhalf jaar gewetensbewaarder, de job ben ik begonnen als hippie en geëindigd als punker. Onder invloed van een optreden in Deinze van de ska-groep Madness. In het voorprogramma stond een kapper, die avond heb ik me een Madness coupe laten zetten. De zaal ging uit de bol voor die hippie die als ska-liefhebber buiten ging. Mijn toenmalige vrouw die nachtdiensten deed, stampte me ’s morgens uit bed, want ze dacht dat er iemand anders in bed lag. (lacht smakelijk) Ik had aan mijn pa gezien dat ik zijn richting uitging en mijn haar ging verliezen. Toen dat gebeurde, zo’n 15 jaar geleden, heb ik me helemaal kaalgeschoren. Toen was dat helemaal niet de mode – alweer was ik het buitenbeentje. En de mensen dachten toen al dat ik kanker had.”

Klopt het dat je ook nog blauw haar hebt gehad?
Van Massenhove:
“Ja. Dat was in de punkperiode. Ik wilde me associëren met de muziek waar ik op dat moment gek van was. Aan de ene kant was mijn haar paars, aan de andere kant oranje. Ik was toen BTK-inspecteur bij het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en ging op bezoek bij gemeenten en OCMW’s die projecten indienden. Die dachten ‘Welke rare vogel komt er hier?’ maar ze moesten wel vriendelijk zijn, anders ging hun project niet door. Mijn gekleurd haar werd toegelaten, maar ik moest wel een kostuum dragen. Een das was niet verplicht. Die das was ook belachelijk, je kon die niet zien want het zat onder mijn baard.” (lacht)

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Van Massenhove:
“Aan veel mensen moet ik zeggen ‘Don’t eat the poison’. Maar dat is niet mijn slogan, omdat ik dat niet doe. Er gaat enorm veel negatieve energie om in de wereld. Mensen vallen elkaar ongelooflijk graag aan. De kranten leven van koppen waarbij mensen elkaar naar het leven staan. Het grote gevaar is dat je negatieve energie opeet, je bent je constant kwaad aan het maken en maakt daardoor fouten in je beslissingen, je gedraagt je niet goed en maakt vijanden. Daarom kies ik voor een ander grafschrift: ’To get nowhere, follow the crowd.’ Je moet niet kijken naar wat de massa doet, maar luisteren naar individuele mensen. Ik heb dat jaren aan een stuk toegepast. Je mag niet de gemene deler volgen, niet professioneel en niet in je liefdesleven.”

 

Beluister hier een kort interview-fragment met Frank Van Massenhove.

      1. Frank Van Massenhove

 

Photographer

 

Pin It on Pinterest