jamesarthur-1057.jpg

Gemiddelde leestijd: 16 min 

Op haar sterfbed vroeg zijn grootmoeder of hij het familiebedrijf wilde overnemen. Wouter Torfs was een dertiger en had naar eigen zeggen alles om gelukkig te zijn. “Een goed huwelijk, vier gezonde kinderen, goed werk, materieel alles in orde – en toch voelde ik me niet spontaan perfect gelukkig.” Een keerpunt in zijn leven. Professioneel gooide hij als CEO van Schoenen Torfs het roer drastisch om, zijn persoonlijk geluk zocht en vond hij in spiritualiteit.

“Een goed interview leidt ertoe dat je als geïnterviewde bijleert over jezelf: die ervaring had ik na het interview met Intervista.” Dit schreef Wouter Torfs op Twitter enkele minuten na ons afscheid. Niet dat we nu naast onze schoenen durven te lopen. It takes two to tango: voor een goed interview moet je met twee zijn, dus moet ook de geïnterviewde in vorm zijn. Torfs noemt zichzelf een spirituele ajuinpeller. Aan ons om laag per laag te zoeken naar de ziel van de schoenenverkoper. Te beginnen met deze openingsvraag:

Heb je op mijn schoenen gelet toen ik binnenstapte?
Wouter Torfs:
 “Ja, toch wel. Ik doe dat spontaan. Ik heb niet zo heel lang gekeken, want het regende buiten en je moest snel binnen komen. Je hebt een sportieve schoen aan, en hij is al even gedragen. (lacht)

Het is geen schoen van Torfs. Mijn sportschoenen komen wèl uit één van jullie winkels.
Torfs:
 “Maakt niet uit.”

Maar dus: bij iedereen die je ziet, kijk je eens naar beneden?
Torfs:
 “Ja. Je kan veel afleiden of leren uit iemands schoenen. Verzorgd, gepoetst, klassiek, modieus, met veel aandacht, zonder aandacht. Voor jou zijn schoenen niet superbelangrijk. Het is gewoon een schoen. Bij anderen is dat superbelangrijk – en bij vrouwen zeker, natuurlijk.”

En wat kunnen we afleiden uit jouw schoenen?
Torfs:
 “Wel, ik zou het onderscheid willen maken. Door de job die ik heb en het bedrijf waar ik werk, let ik er op. De schoenen die ik draag, moeten publiciteit zijn voor het bedrijf. Echt oude, versleten schoenen dragen, zou raar zijn. Ik neem er regelmatig nieuwe mee, zodat ze passen bij de nieuwe outfit die ik aan heb. Maar mocht ik met het bedrijf niets te maken hebben, zou ik er niet mee bezig zijn. ‘Schoenen, pfff’, dacht ik vroeger.”

Je bent ondernemer. Gaat het jou vooral om het ondernemerschap, of om het product, in jouw geval ‘de schoen’?
Torfs:
 “Het ondernemerschap. Absoluut.”

Ook al is Schoenen Torfs een familiebedrijf?
Torfs:
 “Ja. Was het nu een bakkerij geweest of een bouwonderneming, had dat voor mij hetzelfde geweest. Nu vind ik het wel een leuk product, ik heb het leren waarderen, ik ben er in de loop der jaren van beginnen houden. Maar het product is niet het belangrijkste.”

Hoe keek je er dan tegen aan in het begin?
Torfs:
 “Ik kwam in een familiebedrijf, en daar werden schoenen verkocht. Ik stelde vast dat die mensen een hele dag over schoenen bezig waren. In het begin deed mij dat blazen. ‘Pfff, mannekes, ga ik het daar een heel leven moeten mee doen?’ Ik had dat eens tegen mijn vader gezegd. ‘Ja’, antwoordde hij, ‘ik heb een vriend die in zijn familiebedrijf kwam waar ze papier maken. En hij kwam bij de afdeling wc-papier. Dat jullie een hele dag over wc-papier kunnen klappen… Het is dus nog goed dat het bij ons om schoenen gaat’, zei mijn pa. (lacht smakelijk) Ik heb dat onthouden. Het kon zeker erger zijn dan schoenen. De liefde voor dat product is bij mij absoluut gegroeid. Nu kan ik het leuk vinden om naar schoenen of een collectie te kijken, of om naar een beurs te gaan. Ik zou dat missen.”

Wat vond jouw familie er van dat het jou eerder om het ondernemerschap te doen was?
Torfs:
 “Ik was 28 jaar toen ik begon. Schoenen Torfs was een klein familiebedrijf, met een twintigtal winkels en een omzet van nog geen 10 miljoen euro, vandaag is dat 115 miljoen euro. Ze kochten toen zelf schoenen aan, keken zelf naar de collectie. Ik kende er niets van, ik was toen advocaat. In het begin vond ik een collectie schoenen gewoon vervelend. Mijn vader zag dat waarschijnlijk ook wel, en zei ‘Zeg, je moet wel wat je best doen, hè’.”

Het was jouw grootmoeder die bijna op haar sterfbed vroeg of je het bedrijf wilde overnemen.
Torfs:
 “In de loop van veel interviews is dat misschien wat geromantiseerd.”

Dat is tenminste wat we lezen in jouw boek ‘De ziel zit in een schoenendoos’.
Torfs:
 “Wel ja, ze heeft er zeker vaak over gesproken en regelmatig laten verstaan ‘ik zou graag hebben dat je het bedrijf overneemt’. Maar in het boek hebben we het inderdaad wat geromantiseerd door ‘bijna op haar sterfbed’ te schrijven. Zij was het wel die er over sprak, en zich zorgen maakte dat niemand van de kinderen in het bedrijf zou stappen. Het was een indirecte boodschap. ‘Het zou toch spijtig zijn mocht…’ ‘Ja bomma, dat is waar.’ Maar manneke, allez…’ Het was toen veel meer de tijd van indirecte boodschappen. Heel Vlaams ook.”

En waarom ben je uiteindelijk in het bedrijf gestapt?
Torfs:
 “Ik had drie jaar stage gedaan als advocaat. Ik kon bij mijn patron blijven – ik had er een goede relatie mee. Maar ik ervoer het toen als een kruispunt. ‘Als ik nu blijf, ga ik voor de advocatuur. En anders is het het familiebedrijf.’ Met pijn in het hart heb ik uiteindelijk niet gekozen voor een leven als advocaat. Ik kreeg zin in dat perspectief van dat klein, dynamisch familiebedrijf. Ook omdat mijn vrouw toen met een zelfstandige tandartsenpraktijk begon en we al een kindje hadden. In het familiebedrijf stappen bood toch een beetje zekerheid, en wat vastheid van uren. Er was geen masterplan ‘hoe werk je je in het bedrijf in?’ Mijn vader had op 1 A4’tje geschreven wat ik moest doen. Ik liep gewoon wat rond, ging mee naar de winkel voor de aankoop. Het was moeilijk om mijn weg te zoeken.”

‘Ik ben eigenlijk te vroeg voor de leeuwen gegooid’, lees ik in het boek.
Torfs:
 “Mijn vader en zijn schoonbroer zijn rap weg gegaan, ja. Vooral mijn vader. Die is al na twee jaar gestopt. Mijn oom, Staf Verlinden, is nog een paar jaar langer gebleven. Maar hij deed vooral het operationele en strategische. Dus ja, ik ben voor de leeuwen gegooid, in termen van ‘het is goed, je bent er mee weg, doe het maar verder’, met de vooronderstelling ‘doe het voort zoals wij het de voorbije twintig jaar hebben gedaan, want dat is de goeie manier’. Maar dat was helemààl de goeie manier niet meer. De dingen goed doen is iets anders dan de goede dingen doen. Dat is het verschil tussen operationele excellentie en strategie. Als je de dingen goed doet, wil dat niet altijd zeggen dat je met de juiste dingen bezig bent. Half jaren ’80, begin jaren ’90 waren wij een klassiek Unizo-lid. Wij deden schoenwinkels open in centrumsteden: Heist-op-den-Berg, Doornik, Menen, Roeselare. Dat ging wel, rustig aan. Maar op dat moment deed Brantano winkels open aan de rand van de stad, pakten een stuk marktaandeel en wij kwamen onder druk. We stagneerden en de kosten stegen. Het bedrijf had het toen heel moeilijk. Geen rode cijfers, maar wel winsten die daalden. Hadden we toen niet het geweer van schouder veranderd, waren we er vandaag niet geweest.”

Heb je in die eerste moeilijke jaren nooit gedacht om terug te gaan naar de advocatuur?
Torfs:
 “Nee. De switch was gemaakt, en het verantwoordelijkheidsgevoel was groot. Het laatste wat ik zou doen, is het zinkend schip verlaten.”

 

DENKEN, DURVEN, DOEN

Je bent van de derde generatie. Je weet wat ze zeggen over die generatie. Speelde dat in jouw achterhoofd?
Torfs:
 “Ja. Mensen vertellen het inderdaad vaak. ‘De eerste generatie start, de tweede bouwt op en de derde helpt het naar de haaien’. Ik hield het dus zeker in het achterhoofd: ‘Dit mag niet gebeuren’. Vooral omdat het familiekapitaal is. De familie is altijd aandeelhouder gebleven. Je bent er dus verantwoording over verschuldigd. Maar die uitspraak is een fabeltje. Je hebt even goed voorbeelden van de tweede generatie die de boel om zeep helpt.”

Bij jullie was dat niet het geval, wellicht omdat je een ommezwaai hebt gebracht.
Torfs:
 “Inderdaad. De ommezwaai is dat elke generatie van nul moet beginnen. In het begin dacht ik: ‘Ok, zo doen ze het, en het gaat goed op deze manier.’ Daarom volgden we die formule, maar dat bleek niet de juiste te zijn. Elke nieuwe generatie moet dus opnieuw die oefening maken en zeggen: ‘Wat is ons plan? Waar gaan wij onze vlag planten?’”

Aan het hoofd van de tweede generatie stond een triumviraat: jouw vader Karel, zijn broer Herman en schoonbroer Staf. ‘De Durver, de Denker en de Doener’, zo omschrijven jullie het.
Torfs:
 “Het zijn natuurlijk metaforen. Maar eigenlijk was dit inderdaad de verhouding. Mijn vader was de durver, diegene die het meest ondernemend en ook het meest dominant was. In de hiërarchie waren ze gelijk, maar ‘some animals are more equal than others animals’ en hij was duidelijk ‘more equal’. Hij was ook de oudste. Hij was impulsief, hart op de tong, flapte er soms dingen uit die wat ongelukkig waren. Maar hij ondernam en nam risico’s.”

Herken ik jou hier in?
Torfs:
 “Nee, niet helemaal . Zeker niet. Mijn oom Herman, die vier jaar jonger is, verantwoordelijk is voor de aankoop, en ook jurist was, is echt een denker en een goede schrijver. Ik ben een mix van hem en van mijn vader. En Staf was de doener. Dat heb ik minder. Nu goed, als jouw ‘durven’ en jouw ‘denken’ niet uitmonden in ‘doen’, à quoi ça serre, hein? Op die manier waren ze heel complementair en vruchtbaar. Ook bij tegenstellingen en conflicten wisten ze heel goed wat ze aan elkaar hadden. Dat is de basis van hun verstandhouding geweest, tot op vandaag. Die mannen, het zijn tachtigers nu, komen nog altijd goed overeen. Schoon. Die drie componenten – durven, denken, doen – zijn in het ondernemerschap essentieel. Maar het was niet het model dat wij moesten hanteren. Ik moest geen drie kopieën zoeken, maar zelf een team samenstellen en mijn eigen droom en authenticiteit vinden. Ik heb een vierde component toegevoegd: missie, ‘the sense of purpose’, waartoe leidt een onderneming uiteindelijk? Kijken voorbij het financiële. En dan zit je snel bij het maatschappelijk verantwoord ondernemen en ‘beste werkgeverschap’.”

Durven, denken, doen. Is dat ook niet een bekende slogan van een bekende partij?
Torfs:
 “Van de N-VA of zo? Nu je het zegt, ja. Daar heb ik niet bij stilgestaan. Hand op het hart. Het boek is ook geschreven lang voor van N-VA sprake was. Die drie woorden zijn de basis van het ondernemerschap en de basis om in beweging te komen, om in een bepaalde richting te gaan. Dus ook in de politiek waarschijnlijk.”

Je hebt nog geen telefoontje gekregen van Bart De Wever?
Torfs:
 “Nee. Ik heb hem nog nooit ontmoet. Ze zeggen wel eens dat ik N-VA praat uitsla. Terwijl ik eerder naar CD&V neig.”

Kort na de verkiezingen van mei 2014 schreef je op Twitter dat een tripartite absoluut te vermijden was, jouw voorkeur ging uit naar een centrumrechtse coalitie.
Torfs:
 “Ik sprak uit eigen naam, niet in naam van het bedrijf. Ik heb niet de ambitie om het standpunt van onze personeelsleden of van onze klanten te vertolken. De tweet is veelvuldig gedeeld, veel mensen gingen akkoord. Anderzijds heeft een dertigtal mensen laten weten dat ze geen paar schoenen bij Torfs meer kopen. Dat mensen een commerciële conclusie vastknoopten aan die uitspraak, heeft me wel verrast. Iemand schreef: ‘Het stemhokje is voor de kiezer wat de winkel is voor de consument.’ Dat is dus de manier om iemand te belonen om te bestraffen. Dit kan niet de bedoeling zijn, dacht ik, als het dàt effect heeft op een bedrijf of op mijn medewerkers. Ik ga nu twee keer nadenken voor ik een partijpolitiek standpunt inneem. ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’, schreef Luc Van der Kelen in zijn editoriaal in ‘Het Laatste Nieuws’. Dat vond ik een heel denigrerende uitspraak. Het maakte mij kwaad. Ik heb ook ‘ego’, maar ik kan heel goed zien dat ik gewoon een ondernemer ben en schoenwinkels heb.”

Waarom stuurde je dan die tweet? Voor je eigen winkel – letterlijk – of in naam van het ondernemerschap?
Torfs:
 “Niet voor mijn eigen winkel. Vanuit de overtuiging van een bezorgde burger. ‘Als de kaarten zo liggen, denk ik dat die keuze het best wordt gemaakt. Veel mensen willen geen tripartite’. En ik heb gemerkt dat dit door veel mensen is opgepakt. Nadien zijn er ook enquêtes gekomen en zo. Je mening niet zeggen, vind ik schuldig verzuim. En dan maar klagen en zagen in de achterkamers van de Voka’s en de VKW’s en de Unizo’s… Je gedacht kunnen zeggen, zo moet democratie toch kunnen werken? Ik ben helemaal niet rechts. Ik heb een broertje dood aan rechtse mensen. Ik heb spijt dat ik het woord ‘centrumrechts’ heb gebruikt.”

 

jamesarthur-103053e91222d5319

 

NIET SIMPELWEG GELUKKIG

Je bent al lang met spiritualiteit bezig. Wanneer is die kiem precies ontstaan?
Torfs:
 “Die kiem is ontstaan toen ik half de dertig was. Ik stelde vast dat ik alles had om gelukkig te zijn – een goed huwelijk, vier gezonde kinderen, goed werk, materieel alles in orde – en toch voelde ik me niet spontaan perfect gelukkig. Er ontbrak iets, ik was toch nog zoekende. Dat zit in mijn DNA. Mijn vrouw heeft dat totaal niet. Zij kan simpelweg gelukkig zijn. Ik ben jaloers op zulke mensen. Dat zoekende op zich is niet zo leuk, maar het is wel de motor naar verandering, de brandstof naar zelfontwikkeling. Als je gewoon content bent, ga je ook niet zoeken en kom je op niets nieuws. In die periode ben ik met NLP in contact gekomen: neuro linguïstisch programmeren. En ik was meteen door die microbe gebeten, na een workshop die in onze hoofdzetel in Sint-Niklaas georganiseerd werd door Rudy Vandamme (NLP-onderzoeker en doctor in de sociale psychologie, MS). Communicatie met andere mensen, de relatie tussen de mensen, opvoeding, leiding geven: NLP bevatte vele praktische handvatten om hier vloeiender mee overweg te gaan. Daarnaast was het ook een uitnodiging tot introspectie en gaan graven bij mezelf.”

Welke woorden van Rudy Vandamme hebben jou precies geraakt?
Torfs:
 “Hij gebruikte de metafoor van een driehoek die veranderde in een cirkel. En de uitnodiging was ‘ga vloeiender door het leven’. Dat sloeg aan, het triggerde mij. Rudy Vandamme is een fascinerende kerel, met zeven of acht verschillende universitaire diploma’s. In persoonlijke ontwikkeling is het belang van de leraar groot. ‘Je wil iets leren, je wil iets veranderen? Ik zal je eens een boek geven’: daar geloof ik niet in. Een boek kan iets wakker maken. Maar de kracht van de leraar kan inspireren. ‘Inspirare’ is Latijn voor inblazen. Ik heb een cursus gevolgd en ben later zelf NLP-trainer geworden.”

Hoe zou je NLP omschrijven?
Torfs:
 “Een geheel van inzichten, modellen, technieken en methodes om aan zelfsturing te doen en jezelf te ontwikkelen. Ze zorgen ervoor dat je beter en efficiënter communiceert, in de twee richtingen – uitzenden maar ook ontvangen en luisteren. Je empathisch vermogen zal verbeteren. Ten tweede stelt het je in staat om bewuster en mooier in een relatie met iemand te staan. En ten derde is er de factor zelfontwikkeling.”

Kan je voor elk van die drie een concreet voorbeeld geven?
Torfs:
 “Op vlak van communicatie zal ik er op letten om mijn woordgebruik af te stemmen op diegene die luistert. Als jij bijvoorbeeld woorden gebruikt die eerder visueel zijn, zal ik meer in die beeldtermen spreken. Ik zal mijn taal afstemmen op de manier waarop jij denkt en de werkelijkheid voorstelt – bij veel mensen is dat in beelden, bij mij is dat niet zo. Op vlak van ‘in relatie staan’ heeft het te maken met empathie voor de gesprekspartner en ‘de anderen leren volgen’. Veel vrouwen hebben dit spontaan in zich, voor veel mannen is dat een uitdaging. Bijvoorbeeld: ik kan rekening houden en voeling maken met wat jij verwacht van een goed interview en wat je van deze voormiddag verwachtte. En dan gaat onze relatie beter zijn. Ook in ondernemen, zakendoen en leidinggeven is dit super belangrijk. Empathie leidt tot contact maken met de behoefte van de ander. Ik heb me nadien ook verdiept in mindfullness, het boeddhisme en het taoïsme.”

Welke inspiratie haalde je hier uit?
Torfs:
 “Eerst en vooral een stuk mildheid en mededogen, naar mezelf en naar anderen. Je kan andere mensen maar aanvaarden in hun onvolmaaktheid als je jezelf aanvaardt. Daarnaast leerde ik dankzij mindfullness ook meer in het hier en nu aanwezig te zijn, en minder hersenspinsels te hebben. Vroeger was ik te veel met mijn gedachten elders. Mindfullness is een observatieoefening van je geest. Het is geen methode om tot rust te komen – in tegenstelling tot wat iedereen denkt. Elke dag mediteer ik een halfuurtje. De essentie is dat je zit, in lotus of halve lotus, en je aandacht brengt naar je ademhaling.”

Ben je nu gelukkiger dan toen je dertiger was?
Torfs:
 “Ja. Nu, ik denk dat de meeste mensen gelukkiger zijn als vijftiger dan als dertiger. Ik ben 56. Het zijn harde tijden als dertiger, hè. Je moet alles op poten zetten op die leeftijd : kinderen, huis, werk, financiën. Die strijd is voor ons wat gestreden. Alleen zijn we de jeugd wat kwijt.”

Je kan niet alles hebben, hè.
Torfs:
 “(lacht) Nee. En de jeugd geraak je maar kwijt omdat je dat denkt.”

 

LEVEN NA DE SCHOENEN

Ben je rijk?
Torfs:
 “Wat is rijk?”

Ik wist dat je dit zou zeggen. Kan je je het permitteren om nu al te stoppen met werken?
Torfs:
 “Ja. Dat zou gaan, als ik niet zot doe. Ik zou kunnen rentenieren.”

Geeft je dat ergens een gevoel van vrijheid?
Torfs:
 “(denkt na) Ja, in die zin dat ik geen financiële druk voel. Ik moet niet blijven werken om te overleven. Maar daar stopt het ook bij. Blijven werken is een vrijwillige keuze. Het komt totaal niet in mij op om nu al te stoppen. Niet omdat ik onmisbaar ben, maar het is e nog niet de tijd voor. Ik heb het comfort om in mijn huidige werkcontext niet voortdurend ‘hands on’ met het bedrijf bezig te zijn. Ik ga naar andere raden van bestuur, ik geef een voordracht, volg een workshop, of ik kan met jou een interview doen. Dat laat ook toe om het graag te blijven doen.”

Hoe zie je de toekomst van het bedrijf?
Torfs:
 “Schoenen Torfs telt elf aandeelhouders, elf neven en nichten. We zijn nu in de familie het transitieproces naar de vierde generatie opgestart, en laten ons hierin begeleiden door experten. Bedoeling is om het familiecharter te herschrijven, te actualiseren. Ik zie mezelf een tijd samenwerken met de opvolger, zeker de eerste jaren, om dan stilletjes aan los te laten. Er is nog veel te doen. Ik wil mijn kennis ten dienste stellen van andere bedrijven. Ik ben onder meer ambassadeur van CUNINA (een ngo die zich inzet voor kinderen uit derde wereldlanden, MS) en wil in de fondsenwerving van Bond Zonder Naam stappen. Het leven moet niet ophouden als je geen schoenen meer verkoopt.”

Je hebt altijd gezegd: ‘De expansie naar het buitenland is voor de vierde generatie.’ Waarom heb je nooit echt je blik naar het buitenland gericht?
Torfs:
 “Die uitspraak is natuurlijk een boutade. Het zou niet verstandig zijn om zoiets uit te sluiten voor de derde generatie. Maar inderdaad, we hebben alleen winkels in Vlaanderen. Met 75 winkels is de saturatie bereikt in Vlaanderen. Als er nu één bijkomt, voelen we dit meteen in een andere winkel. 80 à 85 winkels is echt het maximum, denken we. The next step zal Wallonië zijn, een regio die we vergelijken met landen als Nederland, Frankrijk of Duitsland. Niet communautair bedoeld, maar het is een vreemde markt, net als onze buurlanden. We hebben vandaag een marktaandeel van 12 procent, dat willen we nog vergroten, door de formule te versterken en de service en het aanbod te verbeteren. Daarnaast denken we aan het internet, met de uitbouw van e-commerce. Onze webwinkel is vandaag onze grootste Torfswinkel. De webshop gaan we binnenbrengen in alle stenen winkels.”

Jullie pakken bij Schoenen Torfs altijd uit met de term’ klantvriendelijkheid’. Hoe realiseer je dat in een webshop?
Torfs:
 “Door de klantenservice. Ik nodig je uit om eens naar de webshop van Torfs te bellen met een vraag over het aanbod, een levering, de openingsuren van de winkel. Wij beloven jou een ervaring die gelijkaardig is als die in een stenen winkel. Dezelfde vriendelijkheid en hartelijkheid, je wordt geen vier keer doorverbonden, het is geen call center maar het gaat om telefoonlijnen die bemand en bevrouwd zijn door mensen die in de winkels actief zijn, met dezelfde kennis van zaken en dezelfde filosofie.”

Je verwees al naar de titels die jullie hebben behaald, onder meer die van ‘Beste Winkelketen’, je won ook vijf keer als ‘Beste Werkgever’. Hoe reageert jouw vader op die prijzen?
Torfs:
 “Hij reageert goed. ‘Je hebt dat goed gezegd’, vertelt hij als er iets in de krant verschijnt of als ik in het tv-programma ‘De Zevende Dag’ kom. Met mijn vader praat ik niet over het bedrijf. Hij kan het loslaten. Dat vind ik fantastisch. Ik ga geen namen noemen, maar ik wil de vaders niet de kost geven die jaloers zouden zijn. ‘Al die aandacht die hij nu krijgt, en wij hebben dat niet gehad.’ Sommigen kunnen hier echt niet mee overweg.”

‘Loslaten’, zeg je. Jouw vader is al na twee jaar uit het bedrijf gestapt. En hij heeft na zijn 58 niets meer gedaan, vertelde je daarnet.
Torfs:
 “Inderdaad. Tennissen, golfen. Hij is heel gelukkig.”

Jij zit niet ver van de leeftijd van je vader.
Torfs:
 “Ik ben 56. Ik ben anders. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 37 jaar was. Dat was toen een schok voor mij, en voor ons allen. Maar dat is allemaal voorbij, de plooien zijn gladgestreken. Mijn vader heeft een nieuwe vriendin. Ook met mijn moeder is het goed gekomen. Ze kunnen zonder probleem met drie samenkomen.”

Toen je half de dertig was, voelde je je ongelukkig. Had die scheiding er ook mee te maken?
Torfs:
 “Ja. Dat heeft een rol gespeeld. Het was een moeilijk moment. Je ouders gaan uit elkaar, je wil het op een bepaald moment voor je moeder opnemen. Maar je moet daar niet in tussen komen, niet als kind en ook niet als je 37 jaar bent. Zij zijn daar heel wijs en volwassen mee omgegaan. Altijd in een goede verstandhouding, en nooit een woord over geld – niet evident in een familiebedrijf. Daar ben ik hen heel dankbaar om. Scheiden is één ding, maar het is veel erger als je een conflict of spanningen tussen je ouders moet meemaken.”

 

DE WIJDE WERELD ROND

Je praat niet echt in beelden, zeg je. Toch omschrijf je jezelf in jouw boek met een beeld als een ‘spirituele ajuinpeller’.
Torfs:
 “Om eerlijk te zijn komt dit woord van onze editor. Ik schrijf, maar hij maakt er beter Nederlands van. Die beelden komen van hem. Ik zou die beelden niet spontaan gebruiken. Maar het klopt wel. Ik ben zoekende, en ben geïnteresseerd in de volgende laag. Ik merk nu dat onze kinderen dit ook beginnen te krijgen. Jarenlang heb ik er voor gepreekt, en zeiden ze ‘Papa, jij met al dat gedoe’. Maar eens half de twintig kwam de goesting om op zoek te gaan toch ook. En dat doet mij heel veel plezier. Evelien, ons tweede kind, is orthopedagoog en wilde na haar studies iets doen. ‘Als je nu eens een jaar investeert in persoonlijke ontwikkeling’, stelden mijn vrouw en ik voor. Ze heeft een jaar opleiding ‘Mediation’ gevolgd, een traject ‘Leading by being’ en een cursus rond coaching. Dat jaar heeft haar fenomenaal veel opgebracht, ten opzichte van gewoon een jaar bijstuderen en boekenwijsheid opdoen.”

Je kan ook rondtrekken, de wijde wereld in. Heeft jouw oudste dochter dit niet gedaan?
Torfs:
 “Inderdaad. Zij is een jaar met de rugzak door Zuid-Amerika getrokken. Dat heeft hetzelfde effect gehad als bij onze tweede dochter. Dit is wat zij nodig had. Ze was legendarisch verstrooid. Maar als je op deze manier een jaar alleen door Zuid-Amerika trekt, sta je rap terug. Je wordt dus gedwongen om wat zorgvuldiger te zijn, en dat heeft ze daar echt wel geleerd. En van daaruit heeft ze de passie voor ontwikkelingswerk opgedaan. Ze is beginnen werken bij Via Don Bosco, de ngo van de salesianen, en is er nu coördinator voor de Zuidwerking.”

Ik heb ook begrepen dat het een beetje in de familie zit. Is jouw moeder niet ooit naar India getrokken?
Torfs:
 “Klopt. Goed dat je dit vraagt. Want toen je vroeg hoe ik met spiritualiteit ben begonnen als dertiger, kwam de inspiratie zeker en vast van mijn moeder, die wekenlang naar een ashram in Indië is geweest. Ze komt uit de generatie net na de flower power, de uitlopers van mei ‘68 die bezig waren met boeddhisme en een andere dimensie nodig hadden. Ik zag mijn moeder boeken lezen en mediteren. Mijn oudste zus werkt voor ‘Artsen Zonder Grenzen’. En mijn andere zus zit in Amerika, zij heeft jaren ‘Friends of the Earth’ geleid (een internationaal netwerk van milieubewegingen, MS). De appel valt dus niet zo ver van de boom.”

Zit het ook in jou om de wereld te verkennen?
Torfs:
 “(aarzelt) Mja. Het is toch een droom om op termijn deeltijds te werken. Mijn vader is gestopt toen hij 58 was. Dat is niet meer van deze tijd, totaal ondenkbaar. We zullen allemaal langer moeten werken, dat weet ik. Maar dan moeten we nadenken over hoe we carrières zinvoller en anders invullen. Nog tien jaar werken zoals ik nu doe, zie ik niet zitten. Waarom zou er dus op het einde van je carrière geen periode kunnen komen dat je deeltijds werkt en een coachende rol hebt naar je opvolger? En dat er daarnaast ruimte komt voor andere dingen. En dan droom ik er van om de wereld wat te verkennen. Met mijn vrouw, maar ook alleen. Eens naar Compostella trekken, bijvoorbeeld. Drie weken alleen stappen.”

Ik zou zeggen: waarom uitstellen?
Torfs:
 “Ja… (zucht) De waan en de drukte van de dag, hè? Daar heb je discipline voor nodig. Echt zeggen ‘nu ben ik weg en de rest mag op zijn kop staan’. Ik ben bezig met een nieuw boek: ‘Werken met hart en ziel, bouwstenen voor ‘a great place to work’. In het boek kijk ik met een afstand naar de titel ‘Beste Werkgever’, een prijs die we al vijf keer wonnen. De filosofie, de missie en de bouwstenen achter Schoenen Torfs. Dit boek schrijven, drijft mij nu heel erg, en dat combineer ik met mijn werk.”

En dan zit je vast…
Torfs:
 “Dan zit je vast. Na het boek gaan er weer andere dingen komen. Het heeft te maken met prioriteiten, keuzes maken, je kop er naar zetten. Op een bepaald moment moet je weg gaan. En dat zal gebeuren. Mijn vader had meer lef – hij had misschien wel minder verantwoordelijkheid. Ik moet gewoon zeggen ‘ik ben een maand weg’. Frans Colruyt, CEO van de Colruyt Group, een fantastische man en een goede vriend, heeft dat een jaar gedaan.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Torfs:
 “Liefde en het bewustzijn, of het inzicht, zijn de twee dimensies in mijn leven. Daarom kies ik voor een uitspraak van de bekende boeddhistische filosoof Osho: ‘Love without consciousness is blind, but consciousness without love is poor’.”

 

Beluister hier een kort interview-fragment met Wouter Torfs.

      1. Wouter Torfs

 

jamesarthur-10341

 

Foto’s James Arthur:

 

Pin It on Pinterest