Erik Van Looy

Gemiddelde leestijd: 11 min 

De diamantairzoon wilde voetballer worden, maar miste talent. Als veertienjarige snaak reisde Erik Van Looy met zijn grootouders naar Hollywood. Sindsdien wou hij Amerikaanse films maken. Met ‘The Loft’ vervulde hij zijn droom. Als introverte Antwerpenaar charmeert zijn verlegen rustigheid Amerikaanse steracteurs. Ietwat contrasterend presenteert hij plezierig ‘De Slimste Mens ter Wereld’.

De regisseur en de quizpresentator zijn twee totaal andere figuren in Erik Van Looy die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. “Ik hou van die afwisseling. Ik zou nooit alleen films kunnen maken of enkel quizmaster kunnen zijn. Ik heb echt twee jobs nodig. Vroeger werkte ik zowel in de bioscoop als in de krantenwinkel. Het was vanuit een soort onzekerheid. Ik schreef ook over films voor meerdere bladen: Libelle, Knack, De Morgen en enkele filmmagazines. Ik dacht altijd: op een bepaald moment gaat één medium zeggen: ‘Hij is toch niet goed genoeg voor ons.’ In dat geval kon ik nog op andere bladen terugvallen.” De Borgerhoutenaar, wonend in een bescheiden appartement, praat stil, snel en zwiert af en toe een goede grap in dit interview. Door de drukte die zijn recentste film ‘The Loft’ teweegbrengt, oogt hij vermoeid, maar daarom niet minder vriendelijk. Zijn nieuwe film vormt voorlopig ‘le moment suprême’ van zijn filmcarrière.

In 2003 zei je na ‘De zaak Alzheimer’: ‘Ik leef in de vreemde veronderstelling dat ik het nooit meer even goed zal doen’. Nu blijkt je uitspraak een vergissing, niet?
Erik Van Looy: “Heb ik dat echt gezegd? Dan heb ik mij inderdaad vergist. Wat ik zeker weet: nooit zal ik een beter programma maken dan ‘De Slimste Mens’. Ik vind dat een ongelofelijk format. Ik mag dat zeggen, want ik heb het niet zelf bedacht. De manier waarop humor en spanning er samenvallen: subliem. Vanaf het begin heb ik daar op een belachelijk maniakale manier heel erg hard aan gewerkt. Dat blijf ik doen, anders zal het niet meer goed zijn.”

Je presenteert dat quizprogramma zo graag. Als regisseur kan je nochtans jezelf zijn en hoef je jouw verlegenheid niet te verbergen. Als quizpresentator daarentegen zijn alle ogen op jou gericht.
Van Looy:
“Ja, maar dat personage in mij treedt op dat moment in werking en amuseert zich. Op tv kan ik goed lachen, in het echte leven lach ik nooit zo hard. Een film kan je op je eigen verlegen manier regisseren, ‘De Slimste Mens’ kan ik niet in alle verlegenheid presenteren. Dan moet ik een knop omdraaien. Maar als de opname door een technische fout wordt stilgelegd, valt mijn verlegenheid wel op. Dan sta ik stilletjes te wachten, terwijl sommige presentatoren op zulke momenten het publiek kunnen blijven entertainen. Philippe Geubels neemt het dan eventjes van mij over. (denkt na) Misschien ben ik minder verlegen dan ik zelf denk. Of ik word net minder verlegen. Een van de twee actrices uit ‘The Loft’ is echt verlegen. Als ik met haar ga eten, zie ik toch het verschil met mijn verlegenheid. Maar zet ze voor de camera en ze komt volledig los. Ik kom vaak verlegen acteurs tegen. Verlegenheid komt voor in vele lagen. Een café binnenkomen en iets bestellen: dat kan ik niet. Mijn bekendheid helpt wel, vroeger was dat hopeloos. Als ik in een rij stond, wist ik dat ik niet bediend zou worden. Zeker niet in Antwerpen. Daar lopen te veel assertieve mensen rond. Meteen roepen ze (praat plat Antwerps): ‘Voor mij twee pintjes!’ Daar kan ik niet tegen op, zelfs als ze drie meter achter mij staan. Nu ik bekend ben, komt het personeel zelf naar me toe.”

Je bent ook geen typische Antwerpenaar.
Van Looy:
“Nee, helemaal niet. Ik hou wel van Antwerpen, maar niet van typische Antwerpenaren, al storen ze me ook niet. Antwerps hoor ik ook niet graag. Ik vind dat echt lelijk. Ik hoor mezelf niet graag praten. Uit dat accent komt vaak zo’n assertiviteit. Bovendien associeer ik het met moeilijke mensen en veel lawaai. Zo ben ik helemaal niet. Ik denk dat ik van de één of andere West-Vlaamse melkboer ben.” (lacht)

Ondanks je verlegenheid heb je het wel gemaakt: van kassier in de bioscoop tot topregisseur.
Van Looy:
“Het heeft zijn tijd nodig gehad. Ik had ook niet gedacht dat het zo zou gebeuren. Al vanaf het begin wou ik iets betekenen in de filmwereld. Als jonge knaap zat ik continu in de cinema. Een autistisch trekje van mij. Een heel blad met filmbesprekingen schreef ik vol. Ik droomde ervan om een film te draaien in Amerika. Die ambitie was er. Tegelijk zat ik met het ongeloof van mijn dromen: dit kan niet. Toen ik jong was, werden er in België zelfs geen politiefilms of thrillers gemaakt. Dat is zowat mijn smaak, nogal Amerikaans. Er werden toen minder films gemaakt en er waren ook geen typische filmgenres. Intussen is er veel veranderd. Ik denk dat we wel bewezen hebben dat we thrillers en donkere policiers kunnen maken. De tijd dat de Belgen thuisbleven achter de haard, terwijl de Hollanders op de boot of in het vliegtuig sprongen, is voorbij. Vlamingen doen mee. Het is prettig om daar deel van uit te maken.”

 

LIEVER PRESENTEREN DAN REGISSEREN

Je effende mee het pad voor de Vlaamse filmwereld. Heb je daarbij ellebogenwerk moeten verrichten?
Van Looy:
“Nee, want dat kan ik niet. Als ik in dat soort situaties terechtkom, zou ik altijd de ander zijn gang laten gaan. ‘Pak jij dat maar.’ Mijn eerste goede film heb ik pas gemaakt op mijn eenenveertigste, ‘De zaak Alzheimer’. Op mijn tweeënveertigste heb ik pas mijn eerste tv-programma gepresenteerd. Mocht ik assertief geweest zijn, was het misschien tien jaar vroeger gebeurd.”

Hoe ben je dan zonder assertief te zijn een topregisseur geworden?
Van Looy:
“Ik heb wat geluk gehad, denk ik. Ik heb vooral hard gewerkt. Je hebt mensen die geniaal zijn. Ik ben dat vast en zeker niet. Je moet zorgen dat je jouw ambities kenbaar maakt. Als de scenario’s niet je richting uitkomen, moet jij ze zelf schrijven. Ik maak mijn films door fucking hard te werken. Mijn eerste twee films, ‘Ad fundum’ en ‘Shades’, waren achteraf gezien niet goed genoeg. Ik had mijn lat niet voldoende hoog gelegd. Aan ‘De zaak Alzheimer’ hebben we acht jaar gewerkt, omdat we de film niet gefinancierd kregen. We hadden in het eerste jaar al kunnen draaien, maar als ik nu dat scenario herlees van dat eerste jaar, zou dat een veel minder goede film geweest zijn. Door het feit dat je daar lang aan werkt, wordt het almaar beter. Daarom heb ik ook lang aan ‘Loft’ en aan de remake gewerkt. Aan ‘De premier’ zijn we ook al vier jaar aan het schrijven. Voor mij is dat noodzakelijk. Ik ben zeker niet geniaal, dus ik moet echt lang en hard werken. Dat geldt voor iedereen, denk ik. Soms zie je in België films te snel verschijnen. Aan enkelen hadden ze misschien iets langer moeten werken. Bepaalde regisseurs maken bijna om het jaar een film. Dat gaat soms toch ten koste van de kwaliteit. Ik maak liever een goede film twee keer, dan één keer een middelmatige film. (onverstoorbaar) Ik begrijp niet dat mensen vragen waarom die remake van ‘Loft’ nodig is. Als je een film wil maken voor een breed publiek over de hele wereld, dan moet je een Amerikaanse film uitbrengen. Met een Belgische lukt dat niet. ‘Rundskop’ is een fantastische film die ook is uitgekomen in Amerika, maar voor een beperkt publiek, net zoals ‘De zaak Alzheimer’ en ‘The Broken Circle Breakdown’. ‘The Drop’ is een Amerikaanse film met Amerikaanse acteurs en dan is het publiek er natuurlijk wel.”

Je wil altijd beter doen dan de vorige keer. Je houdt dus geen rekening met falen?
Van Looy:
“Jawel, daarom werk ik zo hard. Ik heb enorm gevochten om ‘Loft’ op mijn manier te maken. We zijn ook blijven vechten voor een brede release. ‘De premier’ moet opnieuw straffe kost worden. Ik vecht tegen het falen, maar ik wapen me ertegen door hard te werken en geduldig te blijven. Ik heb wel gemakkelijk spreken: ik presenteer ook een quiz. Als regisseren je enige job is, zal je soms te snel iets uitbrengen. De film laten rijpen is belangrijk. Ik heb het scenario van ‘De premier’ drie maanden in de kast laten liggen. Onvermijdelijk vind ik dan een heleboel zaken niet meer goed. In 2016 zou ‘De premier’ klaar moeten zijn. Eigenlijk is het scenario al draaiklaar, maar ik ga er toch nog behoorlijk wat aan werken.”

De meeste regisseurs zijn leidinggevers. Jij bent een stil type. Is dat een verademing voor steracteurs?
Van Looy:
“Ja, zij vinden dat leuk. Niemand vindt het prettig om op een set afgebruld te worden. Iedereen kan zachtaardigheid wel appreciëren. Wentworth Miller zei me dat letterlijk. Al kan het ook zijn dat je door een intimidatietechniek op een bepaald moment iets meer uit een vertolking haalt. Zo sloot Hitchcock zijn actrices op.”

Heb je er nooit aan gedacht om aan een serie te werken?
Van Looy:
“Series vind ik te veel werk om te maken. Als ik met een film bezig ben, verdwijn ik erin voor één à anderhalf jaar van mijn leven. Bij een serie zou dat twee of drie jaar zijn. Ik sta ook niet graag op een set. Het draaien zelf vind ik niet zo leuk. Soms zijn er veertig, zelfs tachtig of negentig draaidagen voor een serie: dat is te veel.”

Presenteer je daarom ook liever dan dat je regisseert?
Van Looy:
“Ja, dat klopt. Als presentator ben je ook wel zenuwachtig, maar als je na vijf minuten merkt dat de sfeer goed zit en er is al wat gelachen dan is dat ‘a walk in the park’ tot het einde. Soms kunnen de grappen eens niet aanslaan, is het publiek een beetje mak, vinden de kandidaten het niet zo tof of is het niet spannend… Dan loopt het fout.”

Je bent ook goed in zelfspot.
Van Looy:
“Veel van de grappen gebeuren geïmproviseerd, maar ik ben zelf ook een van de vijf tekstschrijvers. Ik weet dat ik heel vaak moppen heb geschreven waarin ik mezelf liet beledigen. Ik merk dat ik heel goed ben in het beledigen van mezelf. Je moet met jezelf kunnen lachen in alle omstandigheden, al ga ik daar misschien wat te ver in. Ik weet dat Philippe Geubels mij graag ziet en dat hij niet meent wat hij zegt. Waarom maakt hij altijd grappen over zijn vrouw? Omdat dat natuurlijk helemaal niet over zijn vrouw gaat. Er is niemand die in het dagelijkse leven met zo veel liefde over zijn echte vrouw praat. Zo geraakt hij weg met de grappen over zijn fictieve vrouw.”

Voor een verlegen, bezeten filmregisseur ben je ook opvallend goedlachs.
Van Looy:
“Ik vind: je moet met alles kunnen lachen. Ik heb ook een hevige schrik om mensen te vervelen. Ik heb vroeger een tijdje lesgegeven op het HRITCS en dan tapte ik na vijf minuten serieuze uitleg soms een minuut moppen. Er is toch een gebrek aan humor in de wereld. Met geloof zou je toch moeten kunnen lachen. Met wat humor zouden er meer politieke en relationele problemen opgelost raken. Een heel simplistische analyse, maar het is wel zo. Je moet niet met alles lachen, maar er zijn toch veel mensen die zichzelf te serieus nemen. Dat zal ik nooit doen.”

 

Erik Van Looy

 

TWEEDEHANDS AUTO

In ‘De Laatste Show’ had je destijds ook een rubriek waarin je bekende Amerikaanse filmacteurs mocht interviewen. Gebruikte je toen humor om het ijs te breken?
Van Looy:
“In zulke interviews krijgen steracteurs steeds dezelfde vragen en zeggen ze telkens hetzelfde. Die antwoorden zijn niet boeiend. Wat doe je dan? Onnozele vragen stellen en dan krijg je reacties. Misschien zijn die wel prettig om te horen. Waarom werkte dat? Die mensen zijn het zat om de hele tijd hetzelfde te zeggen en dan komt er eentje binnen die heel verrassende vragen stelt. Ik kwam niet echt bedreigend over. Ik gaf mezelf helemaal bloot. Ik begon altijd over mezelf. Je schildert jezelf af als een complete loser en dan durven ze zichzelf ook sneller bloot te geven. Als geïnterviewde moet je wel oppassen dat je niet meegaat in het persoonlijke verhaal van de journalist. Als hij vertelt dat hij thuis met een echtscheiding zit, ben je sneller geneigd om ook over je echtscheiding te praten. Wat ik dan wel niet doe. Het zijn geen technieken die ik heb aangeleerd, maar ik merk dat het geen kwaad kan om met jezelf te lachen. ‘De Slimste Mens’ is daar ook deels op gebaseerd. Er staat een presentator waarvan de mensen denken: die jongen amuseert zichzelf. Dat maakt je op de één of andere manier sympathiek. Je moet je kwetsbaarheid durven te tonen en zelfs je gebreken uitvergroten. Ik weet dat mijn Nederlands niet perfect is: ze moeten daar maar mee kunnen lachen. Mijn tanden zijn niet helemaal wit, daar moeten ze ook mee kunnen lachen.’

Je provoceerde wel eens voor ‘De Laatste Show’. Aan de vrouw van Michael Douglas, Catherine Zeta-Jones, maakte je een opmerking over het leeftijdsverschil tussen haar en haar man. Je zei daarop dat ze haar echtgenoot sterk vond in ‘Spartacus’. Terwijl Kirk, de vader van Michael, de hoofdrol in die film vertolkte.
Van Looy:
“Ook daar moet je gewoon mee kunnen lachen. Het probleem was: ze was zwanger en dus emotioneler. Achteraf bleek ook dat ze niet altijd honderd procent even stabiel bleek te zijn. Bovendien was er ’s morgens een persconferentie geweest waar er echt heel grof was geweest tegen haar. Zij had al een baby en Michael Douglas is twintig, vijfentwintig jaar ouder. Een journalist vroeg: ‘Welke luiers vervang je het liefst? Die van Michael of die van de baby?’ Ik was daar niet van op de hoogte toen het mijn beurt was. Zelf ben ik nooit in die rubriek grof geweest. Altijd plagend en op het randje van het onderuit halen van mezelf. Nooit boosaardig. Nooit.”

Jij had ook slechts vijf minuutjes om er iets uit te halen: niet evident.
Van Looy:
“Ja, dat is waar. Ik ben blij dat ik dat niet meer moet doen. Ze hebben me vaak gevraagd om die rubriek terug op mij te nemen. Maar ik vind dat ik daar uitgegroeid ben: ik kan niet meer de imbeciele idioot spelen. Ik heb al bewezen dat ik een quiz kan leiden. Bovendien riskeer ik mensen tegen te komen waar ik tevoren al mee heb gewerkt, of mee wil werken. Wat trouwens al gebeurd is, maar zij wisten dat meestal niet meer. Met Pierce Brosnan ben ik ooit gaan eten. ‘Gebeurt het soms tijdens opnames van liefdesscènes dat je een woody krijgt?’ (het Engelse woord voor een erectie, MS, SC) ‘Yes, sometimes’, antwoordde hij. ‘Even now, because you’re 49 years old’, zei ik. Toen stond hij recht en deed hij alsof hij wilde vertrekken. Tijdens dat etentje heb ik hem dat toen wel verteld. Hij wist het niet meer, maar hij moest er opnieuw mee lachen. Een heel toffe gast trouwens, een slimme mens.”

Hoe schatplichtig ben je mensen zoals Wouter Vandenhaute? Hij is de baas van Woestijnvis, dat met ‘Anonymous Content’ de productie van ‘The Loft’ verzorgde en de film mee financierde.
Van Looy:
“De rechten van ‘De zaak Alzheimer’ hebben we verkocht aan Amerika. Vanaf dat moment heb je ook niets meer te zeggen en dan doen ze er verkeerde dingen mee. Een remake van de film is er ook niet meer gekomen. Bij ‘The Loft’ wilden we mee aan het stuur blijven zitten. Ik heb al veel verhalen gehoord waarbij de regisseur niet altijd de baas is, zelfs niet meer dan een veredelde verkeersagent. De meeste regisseurs die in Amerika werken zijn dat gewend, daar schrok ik toch van. Zij pikken dat wel of ze roepen terug. Ik wil ten eerste zeer goede films maken die mijn vorige overtreffen. Ten tweede in menswaardige omstandigheden: ik wil niet het verkeer regelen. Bij ‘The Loft’ was ik de baas. Dat impliceert ook dat je zelf mee moet financieren: wie het geld heeft is de baas.”

En bij ‘The Loft’ is Wouter Vandenhaute de baas?
Van Looy:
“Hij is de baas. Het merendeel van het budget komt van België. Maar je zit in een vreemd land, dus dat zal wel bijgedragen hebben aan de problemen die er af en toe waren. Die kwamen nooit door de film zelf. Uiteindelijk zit er redelijk veel geld in, dat staat geblokkeerd. Wouter verdient zeker zijn geld terug omdat de film over de hele wereld verspreid wordt. In die zin ben ik hem echt immens dankbaar. Een straffe gast. Hij is ondernemer en dat heeft hem heel ver gebracht in het leven. Ook in moeilijke situaties, maar het ondernemen zit gewoon in hem. Indrukwekkend. Geweldig veel respect voor mensen die dat kunnen, dat kan ik allemaal niet.”

Wat doe jij zoal met je geld?
Van Looy:
“Dat staat op de bank. Zo veel doe ik er niet mee. Reizen. En vroeger kocht ik vooral veel dvd’s. Ik koop ook altijd een tweedehands auto. Een auto vind ik totaal onbelangrijk. Ik weet meestal – bij mijn huidige zelfs ook niet – met welk model ik rijd. Het is een Renault. Maar is het een Scénic of Mégane? Geen idee. Daar ben ik helemaal niet mee bezig. Ik ben niet zo materieel ingesteld.”

Een regisseur moet veel zitten, heeft wel eens stress. En toch zie je er vrij fit uit.
Van Looy: “Ik heb natuurlijk heel lang geen alcohol gedronken. De eerste vijftig jaar van mijn leven heb ik geen druppel alcohol aangeraakt. Dat zal wel niet zo slecht geweest zijn zeker? Ik heb nooit gerookt en ik ga redelijk vroeg slapen. Maar zie ik er echt zo goed uit?”

Niet dik: geen buikje…
Van Looy:
“Dat is waar. Te mager zeggen ze soms. Ik ben een tijdje gezond gaan eten en mocht geen cola meer drinken, dat is blijkbaar echt niet gezond. Ik ben daarmee gestopt en ben zo vijf à tien kilo afgevallen. Toen stond er in Story: ‘Wat is er aan de hand met Erik Van Looy?’ Op straat vroegen mensen wat er met me scheelde. Dus ben ik terug cola gaan drinken. Cola is zo lekker. Mijn broer is ook heel slank. Als ik stop met cola drinken, denk ik dat ik er ook zo uit zie. Alleen is hij mooier en groter. Nochtans zijn er al misverstanden geweest: soms herkenden mensen mij, maar zagen ze mijn broer.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
Van Looy:
“’Ik heb goed gelachen. En dat is niet onbelangrijk.’ Om niet ‘Het is gebeurd’ te zeggen, want dat heb ik nu al zo vaak gehoord, dat ik zéker niet dit op mijn grafzerk wil.”

 

Beluister hier een kort interview-fragment met Erik Van Looy.

      1. Erik Van Looy

 

Erik Van Looy

 

Foto’s: James Arthur

Pin It on Pinterest