Gemiddelde leestijd: 14 minuten

 

Voor velen is hij één van de strafste, meest creatieve en meest inventieve programmamakers van Vlaanderen. Tv-maker, scenarist, acteur: dat zijn de petjes die Bart De Pauw afwisselend opzet. Zonder diploma op zak baande hij vanaf 1985 zijn weg in de tv-wereld. Eerst op eigen benen, later bij Woestijnvis en na de (vertrouwens)breuk met Wouter Vandenhaute en co vanaf 2008 met zijn eigen productiehuis Koeken Troef.

Alle programma’s opsommen die Bart De Pauw intussen op zijn actief heeft, is onbegonnen werk. Als kind droomde hij van heldendom en wou hij dat er iets groots gebeurde in zijn leven. Die fantasie, zo vertelde hij ooit in een interview, heeft hij gebruikt toen hij ‘Buiten de Zone’ maakte. Ruim dertig jaar later staan humor, fictie en fantasie nog altijd centraal. “Ik heb van weinig dingen spijt. De enige spijt die ik heb, is dat ik geen muziekinstrument heb geleerd. Misschien had ik wel wat liedjes kunnen maken. Maar dat is een kleine zorg. Ik heb muziekles gevolgd, maar ben er uitgestapt.”

Je kan nog altijd de draad oppikken en opnieuw muziekles volgen.
Bart De Pauw:
“Mijn zoon volgt Muziek aan het Conservatorium van Amsterdam. Ik kan wat toon houden binnen een bepaalde range. Maar een grote zanger is aan mij niet verloren gegaan. Ik sluit niet uit dat ik misschien ooit nog eens iets ga doen op de planken. Een soort van avondvullende, humoristische show in culturele centra, waar ook wat muziek zou kunnen in zitten. Nummers die binnen mijn bereik liggen. Maar precies dàt heb ik geleerd in de loop der jaren: wat kan ik wel, en wat zou ik beter niet doen? Het enige wat ik het best kan, is scenario’s schrijven. Maar ik doe het ook het minst graag, want het is eenzaam. En ik werk heel graag samen met mensen. Soms moet ik door het schrijfproces om me dan te kunnen amuseren op de speelplaats met de andere kindjes. Ik wil graag heel goed zijn en naar die perfectie kunnen streven. Ik heb heel lang het gevoel gehad dat ik van alles iets kon, maar niet goed genoeg. Ik kon een beetje zingen, maar niet zoals de zangers die ik bewonder. Ik kon een beetje acteren, maar niet zoals mijn grote voorbeelden. En ik kon een beetje schrijven, maar een scenario is iets anders dan een boek. Een boek zou ik nooit kunnen schrijven. Bij mij is schrijven nog altijd een stug werk.” “ Ik heb er ook vrede mee genomen dat ik maar bepaalde zaken in het acteerwerk kan. Daar ga ik me niet vergalopperen. Op een bepaald moment was ik aan het flirten met de gedachte om ook een rol te spelen in ‘Loft’, met name die van Koen De Graeve. Dat was de rol die het dichtst bij mij lag. Op een meeting hadden we twaalf acteurs uitgenodigd die eventueel in aanmerking kwamen voor de verschillende rollen. We waren de puzzel aan het maken. Toen Koen De Graeve enkele lijnen aan het lezen was, dacht ik: ‘Fuck, die is gewoon beter. Hij moet die rol krijgen, want hij tilt die op van het papier.’ Actrice Sien Eggers deed ooit de uitspraak: ‘Elke acteur heeft een huis.’ Sommigen hebben een klein huis met twee kamertjes. Anderen hebben een gigantisch flatgebouw met veel deuren en kamers, heel veel registers die ze kunnen opentrekken. Maar als iedereen binnen zijn huis gebruikt wordt, kan dat wel iets opleveren.”

En welk huis heb jij?
De Pauw:
“Ik denk dat ik een bescheiden rijwoning heb.” (glimlacht) Ik mocht vroeger wel eens naar een auditie, maar heb nooit een rol gekregen. Alleen bij ‘Buiten de Zone’ is dat gelukt.”

 

 

HET PUBLIEK HEEFT (NIET) ALTIJD GELIJK

‘Ik heb geen enkel diploma, behalve mijn zwembrevet’, zeg je altijd al lachend. Ben je trots dat je een soort selfmade man bent?
De Pauw: “Het is gewoon de manier waarop ik mijn weg heb gevonden. Mijn vrouw bijvoorbeeld was 18 jaar en wist niet wat ze moest doen. Ik wist al vrij vroeg welke richting ik uit wou: het vertellen van verhalen. Mijn vrouw moest eerst Rechten volgen om dan te concluderen dat haar hart eigenlijk elders lag. Op mijn tiende zat ik in de boeken en maakte ik strips. In een kartonnen doos had ik een lens gestoken. Ik had een systeem dat ik met een rol wc-papier een film kon laten afspelen, met een cassetterecorder die het verhaal vertelde. En een zaklamp in de doos lichtte de prentjes op. Daar was ik hele dagen mee bezig, terwijl anderen buiten aan het voetballen waren of kattenkwaad uitstaken. Toen ik 15 was, wilde ik graag naar Sint-Lucas om tekenaar te worden. Had ik gemogen van thuis, was ik misschien striptekenaar geworden. Maar vooral van mijn moeder moest ik burgerlijk ingenieur worden, omdat ik goede punten haalde bij wiskunde. Bovendien waren bijna alle zussen van mijn vader getrouwd met ingenieurs. En mijn moeder wou van mij iets meer maken dan de kleermaker die mijn vader is moeten worden van thuis uit. Ik ben uiteindelijk met Germaanse Filologie begonnen. Maar het eerste wat ik kreeg, was het droog ontleden van gedichten. ‘Weer wiskunde,’ dacht ik. In die tijd was ik al opgemerkt door Frank Dingenen. Ik had me dwaasweg ingeschreven samen met mijn neef om eens een dag te figureren. Met mijn grote mond heb ik toen wat ideeën aangeleverd voor moppen en werd ik betrokken bij de nieuwe reeks van ‘Meester, hij begint weer!’ Zo ben ik het vak beginnen leren en ben ik gestopt met Germaanse. Het pad was duidelijk. Het was de richting waar ik naartoe wou.”

Wanneer had je het gevoel: ‘Nu is het aan het lukken’?
De Pauw:
“Dat was toen we ‘Buiten de Zone’ aan het opnemen waren. Ik had voordien twee seizoenen van ‘Dag Coco’ – een dierenprogramma op VTM – gedaan als redacteur. Toen had ik al een vast inkomen. Daar was ik keiblij mee. Alsof ik de loterij had gewonnen. Op een zeker moment mochten er bij de Dienst Jeugd van de toenmalige BRT voorstellen ingediend worden. Toen hebben we ‘Buiten de Zone’ verzonnen. En toen we begonnen draaien, dacht ik: ‘Dit zou wel eens leuk kunnen worden.’”

Je had voor het eerst het idee: ‘Hier kan ik van leven?’
De Pauw:
“Voilà. ‘Nu kan ik voor de dwaze kloterij die ik verzin, ook nog geld krijgen.’ Dat was wel prettig. Ik zou nooit scenario’s kunnen schrijven voor ‘Thuis’. Niet omdat ik daar op neerkijk. Maar dat daagt mij niet genoeg uit. Ik ken dat soort constructies van scenario’s. Het is voor mij geen uitdaging om dat te maken. Ik moet goesting hebben, grinta zoals ze in sporttermen zeggen. Ik schrijf liever verhalen met verschillende lagen, zoals bij de film ‘Loft’. In het begin van mijn carrière ben ik gevraagd om sketches te schrijven voor Gaston en Leo. Ik vond het heel erg – want die twee waren een instituut – maar ik heb dat voorstel geweigerd. Het is mijn humor niet. Het ligt mij niet. Weigeren was not done in die tijd. Het was zelfs een tikkeltje arrogant.”

Was dat na ‘Buiten de Zone’?
De Pauw:
“Het was er nog voor. Eind jaren ’80, begin jaren ’90, de beginperiode van VTM waar alles wat die zender deed, goud was.”

Heeft het publiek altijd gelijk?
De Pauw:
“Niet helemaal. Waar de massa soms naar kijkt, vind ik niet altijd goed. Mijn lievelingsfilms zijn niet de blockbusters. Bepaalde films zijn waardevoller en beter. In dat opzicht heeft het publiek dus niet altijd gelijk. Maar: wij maken wel dingen voor het publiek. Of dat nu een nichepubliek is of een breder publiek. Anderzijds ben ik ook niet voor films waarvan je denkt: ‘My god, welk loodzwaar, kommer en kwel-verhaal is dat hier? Ik denk dat voor de regisseur een therapeut goedkoper is dan er een film over te maken.’”

Moet er een minimum aan toegankelijkheid zijn?
De Pauw:
“Je moet een publiek hebben. Het is waardevol dat je het voor iemand maakt. Als het is om jezelf te amuseren, kost het te veel.”

Moet je soms toegevingen doen?
De Pauw:
“Wel, wat heel belangrijk is, is dat het publiek verstaat wat je maakt. In een restaurant kunnen ze soms zodanig experimenteren, dat het voor mij niet meer lekker is als klant. Maar voor die chef-kok is het misschien wel interessant. Hij staat al veel verder in zijn palet en in wat hij wil maken. Maar dikwijls verliest hij dan de aansluiting met zijn publiek.”

Niet te veel vakidioot zijn dus? 
De Pauw:
“Inderdaad. Onze taak is ook de kijker meesleuren, ze boeien. En mensen hebben al zo véél gezien. Het moet ook allemaal veel rapper gaan. We hebben tegenwoordig de aandachtsspan van een YouTube-filmpje – en zelfs dat beginnen we door te spoelen. Je moet dus heel goed nadenken over hoe je de kijker geïnteresseerd laat zijn in hetgeen je aan het maken bent. Ik maak een quiz, ‘Twee tot de zesde macht’, maar ik combineer dat met humor en met BV’s. Dat zijn drie ingrediënten. ‘De slimste mens’ doet hetzelfde. Het volstaat dat minstens één van die ingrediënten je smaakt, om te kijken. In het beste geval kijk je graag naar een quiz met humor en BV’s, en is het volledig jouw programma. Dat zijn die meerdere lagen. We deden dat bij ‘Schalkse Ruiters’ ook. We hadden een gast, we maakten leuke filmpjes en we hadden een soort wedstrijdelement. Je kon stemmen: is het verhaal waar of niet waar? Als het publiek niet kijkt, heb je ergens een inschattingsfout gemaakt, of je werk niet goed genoeg gedaan. En dan heeft het publiek wel gelijk.”

‘Ik wil liever een grote vis zijn in een kleine vijver dan een kleine vis in een grote vijver’, heb je al eens verteld, onder meer als het over de Amerikaanse verfilming ‘The Loft’ ging. Heb je toch geen spijt dat je niet in een Angelsaksische wereld bent geboren?
De Pauw:
“Ik heb een paar keren een internationaal verhaal proberen te vertellen. ‘De Mol’ is zo’n verhaal. Dat is verkocht geweest aan veel landen. Een spel gecreëerd door Vlamingen dat een internationaal appeal had. Maar we hebben hem wel lokaal gemaakt. ‘Loft’ is twee keer verkocht als scenario. Eén keer in Nederland en één keer in de Verenigde Staten. Maar om ergens eenzaam in een hotelkamer in Londen of in Los Angeles te zitten, zonder vrienden en familie, … Weet je wat wél eens leuk was? (geamuseerd:) Ooit gingen Michiel Devlieger en ik als consultant naar Amerika voor ‘De Mol’. Een boer uit Moen en een boer uit Wachtebeke. We kregen elk een suite. Kuifje in Amerika. Ik belde vanuit mijn suite naar Devlieger: ‘Hey, heb jij ook een keuken en zo?’ Een week lang mochten we aan een crew uitleggen hoe we ‘De Mol’ gemaakt hadden. Er was een spel waar ik zelf de tekeningetjes en hints op de muur had getekend en één van die Amerikanen vroeg: ‘Who was your art director?’ Ik zei: ‘I did it, between the soup and the potatoes.’ Toen keken ze allemaal stomverbaasd naar ons alsof het ‘close to African television’ was. Wij deden alles zelf. En dan, gelukkig, na een week mochten we terug naar huis en konden we daar grote verhalen vertellen. Dàt vind ik plezant.” Wereldwijd wordt op dit moment vijf keer meer fictie gemaakt dan tien jaar geleden. Netflix, Amazon, HBO, … het aanbod is gigantisch. Je weet op de duur niet meer waar je naar moet kijken. Je kan niet meer alles zien. Ze kunnen dat daar in Amerika niet meer bolwerken. Elke Europeaan die ooit eens heeft meegewerkt aan een succesvolle reeks, wordt naar daar getrokken. Regisseurs, scenario’s, … En dus zijn ze ongelooflijk op zoek naar verhalen van hier. Een Brits productiehuis heeft trouwens een optie genomen op ‘Quiz Me Quick’ voor een remake. Dus als alles goed verloopt, komt er een remake in Groot-Brittannië. Maar ik heb niet de behoefte om naar het buitenland te trekken. Ik vind het waardevoller om in een gezellige jazzclub te spelen dan op Rock Werchter. Ik zou op Rock Werchter willen staan ‘om er eens gestaan te hebben’. Maar ik wil niet dat dit mijn levensdoel is, wel vanuit het idee ‘dat ik het dan eens meegemaakt heb’. De binnenscènes van ‘The Loft’ zijn allemaal in Vilvoorde gedraaid. Tijdens de opnames mocht ik op setbezoek. Ik heb dus Eric Stonestreet gezien van Modern Family, Karl Urban van The Bourne Identity, James Marsden van Westworld. Toen ik binnen kwam, zag je ze kijken ‘Wat kom jij hier doen?’ En als je wordt voorgesteld als de scriptwriter, zeggen ze ‘Oh yeah, right ! Great script.’ Toen dacht ik: ‘Voilà, dat was dan mijn stukje Hollywood hier’.”

 

 

DE TRANEN VAN WOUTER VANDENHAUTE

Ik wil het even over Woestijnvis hebben. Uit goede bron heb ik vernomen dat Wouter Vandenhaute jou gesmeekt heeft om te blijven. Hij zou zelfs geweend hebben bij je vertrek.
Klopt dat? De Pauw:
“Hij heeft een klein beetje gepokerd en gedacht dat ik niet zou weggaan. Hij vond het heel erg dat hij me niet heeft kunnen houden. Dat dat niet gelukt is, daar heeft hij spijt van. Daarna heb ik tranen in zijn ogen gezien. Maar goed, ik heb Wouter intussen al meermaals teruggezien. Volgend jaar bestaat Koeken Troef tien jaar. Dat is exact de periode dat ik bij Woestijnvis heb gezeten.”

Wat bedoel je met ‘hij heeft gepokerd’?
De Pauw:
“Toen de contracten uitkwamen en iedereen heel boos was, was ik vooral teleurgesteld omdat ik niet alle informatie had gekregen. Wouter liet altijd uitschijnen dat de budgetten heel beperkt waren. Een paar keer heeft hij dat als argument gebruikt naar de VRT. Toen de contracten uitlekten en ze bijvoorbeeld een dikke som voor de exclusiviteit van de schermgezichten kregen bleek dat hij toch niet slecht verdiende. Om me te overtuigen, zette hij er toen later een aanzienlijke som tegenover en dacht hij dat ik dan wel zou blijven. Maar geld heeft nooit de doorslag gegeven. Er was een vertrouwensbreuk. Hij heeft mij daar dus verkeerd gelezen. Wouter kon niet peilen wat ik eigenlijk zocht, namelijk dat vertrouwen. Hij nam zakelijk enkele beslissingen. Ik had graag gehad dat hij me had meegenomen in the loop.’ Dit en dit staat er te gebeuren’, ‘daarom kunnen we dit of dat niet doen.’ Wij waren onvoorwaardelijk bezig bij Woestijnvis. Nachten en nachten gewerkt. Mochten we onze uren uitgerekend hebben… Wij maakten geen tv van 9 tot 5. Wij maakten tv tot het af was.” “Een paar jaar voordien heb ik een gigantisch aanbod gekregen van het toenmalige VT4. Omdat Chris Van den Durpel weg ging, vroegen ze mij om dat gat in te vullen. Geheime gesprekken, want ik zat nog onder contract bij Woestijnvis. De bedragen die ik toen voorgesteld kreeg, waren waanzinnig hoog. Ik verdiende beduidend minder toen bij Woestijnvis. Ik heb Wouter toen gevraagd hoe dat kwam. ‘Zij werken met andere budgetten,’ was zijn antwoord. ‘Wij kunnen dat helaas niet, want onze budgetten zijn beperkt. Wij werken voor een staatszender. En jij moet rock ’n roll zijn en blijven en een commerciële zender is niet jouw omgeving. Je zou er trouwens ongelukkig worden. ‘OK, kan ik volgen’, dacht ik. En dan lekken die contracten uit… Toen dacht ik: ‘Hela man, wat jij toen gezegd hebt, is niet juist.’ Hij is geschrokken dat ik het toch niet louter voor het geld deed.”

Met het verhaal over VT4 in gedachten, moet Wouter Vandenhaute toch gesnapt hebben dat jou met geld paaien niet zou lukken?
De Pauw:
“Hij is natuurlijk de patron van een bedrijf. Dat kan ik wel kaderen. Hij bepaalt de prijs die hij voor een medewerker betaalt. Maar we waren over twee verschillende dingen aan het babbelen: de één over vertrouwen, de ander over het financiële. Ik wil bij elke fles champagne wel een glaasje meedrinken op het succes. Ik moet geen flessen champagne hebben en veel centen. Veel heb ik echt niet nodig. Ik wil wel geld, maar alleen om er mij geen zorgen over te moeten maken. Ervoor zorgen dat ik wat reserve heb als er slechte tijden komen, dat is het belangrijkste voor mij. Ik heb mijn vrouw gesproken over dat lucratieve voorstel. ‘We zijn nu zo ver dat ik dit krijg aangeboden. Maar ik ga het niet doen, denk ik. Vind je dat erg?’ En Inès zei: ‘Neen, want je gaat je daar niet gelukkig meer voelen.’ Ik heb dan eerst met andere productiehuizen gepraat. En toen kwam het idee om mijn eigen speeltuin op te richten, zodanig dat ik zelf mijn beslissingen kon maken.”

Je hebt het lucratieve voorstel bij je vrouw afgetoetst, zeg je. Had je het voor jezelf al uitgemaakt, of heeft zij mee jouw beslissing bepaald?
De Pauw:
“Enerzijds wilde ik niet weg. Waarom zou ik veranderen? Waar moest ik naartoe? De toekomst was onzeker. Aangezien die beslissing een effect zou hebben op mijn gezin, moest ik dat wel even toetsen bij mijn vrouw. Eigenlijk toets ik elke beslissing die ik neem, af bij haar. Mijn gezin is heel belangrijk voor mij. Nu, wat dat huilen van Wouter Vandenhaute betreft. We hebben twee jaar later nog eens afgesproken. ‘Wouter, je hebt me niet goed gelezen.’ Toen heb ik geweend.”

Omdat je wellicht dacht: ‘Had je me toen gelezen, was ik wellicht gebleven.’
De Pauw:
(knikt)

En je hebt op dat moment niet overwogen om terug te keren?
De Pauw:
“Nee. Je bouwt ondertussen iets op, je dwingt jezelf om te veranderen en volledig uit je comfortzone te stappen. Als je televisie maken beschouwt als van A naar B rijden, kan je twee dingen doen. Ofwel ga je met de taxi of zit je op de grote Woestijnvis-bus. Ofwel koop je een klein autootje, sta je zelf in voor het onderhoud en was je het zelf regelmatig. Je neemt dus geen taxi’s meer, maar haalt je rijbewijs en bestuurt zelf.”

Je vader was kleermaker en heeft een faillissement meegemaakt. Heeft dat deels jouw kijk op geld gevormd?
De Pauw:
“Mijn ouders zijn gescheiden en de samenwerking tussen hen was niet optimaal. Op een bepaald moment hadden we wel wat schulden. En dat is een moeilijke periode geweest. We hebben het niet breed gehad. Toen heb ik gezworen om mijn kinderen die angst niet aan te doen om een deurwaarder aan je deur te hebben, of niet weten of je de volgende maand haalt. Door omstandigheden, crisis en verkeerde inschattingen van mijn ouders liep het vaak mis thuis. Mijn moeder was echt geen spaarzame. Dat heb ik dus van thuis meegekregen: zorgen dat er genoeg reserve is, dat mijn vrouw en kinderen verder kunnen als ik door een vrachtwagen wordt gegrepen.”

Met crisis bedoel je de crisis in de textielsector, waardoor je vader zijn winkel heeft moeten sluiten?
De Pauw:
“Niet alleen die crisis. Mijn ouders verbouwden ook, kochten een auto, gingen leningen aan.” 

Ken jij het begrip ‘pensioenplaat’?
De Pauw:
“Welke plaat ze mogen draaien als ik met pensioen ga?”

Nee. Het is een term in muzikantenmiddens: een nummer dat zo succesvol is dat het hun pensioen betaalt. Heb jij zo’n pensioenplaat, met andere woorden centen die maandelijks op de rekening komen door een programma dat je gemaakt hebt?
De Pauw:
“Nee. We hebben wel een stuk van de format van ‘De Mol’ gekregen en in die periode zijn er in andere landen ook ‘De Mol’ gemaakt. Daardoor kon ik wel altijd een heel schone reis maken. Maar om nu te zeggen dat dit mijn pensioen zal betalen: nee.”

Geen ‘Win for Life’?
De Pauw:
“Geen ‘Win for Life’. Ik heb wel ‘Loft’ verkocht. Dat was ook fijn. Extra geld voor iets wat je al gemaakt had.”

En hoeveel reizen heeft ‘Loft’ opgeleverd?
De Pauw:
“Daarmee zouden we toch wel een jaar op reis kunnen.” (glimlacht)

Een wereldreis.
De Pauw:
“Een kleine wereldreis, ja. Maar ook niet genoeg om te stoppen met werken. Dus ik ben niet ‘binnen’. Op mijn spaarboek staat bijna niets.”

Mag ik vragen wat je met dat geld van ‘Loft’ hebt gedaan? Geïnvesteerd in het bedrijf?
De Pauw:
“Ja. Geïnvesteerd in een stuk van het pand van Koeken Troef.”

 

 

CONTENTE MENS

Hoe opgelucht was je toen ‘Quiz Me Quick’ aansloeg?
De Pauw:
“Wel, ten tijde van Woestijnvis konden we soms niet aangeraakt worden door journalisten. Maar Woestijnvis was het succesvolle bedrijf dat ook veel irritatie opwekte. Niemand houdt van de beste leerling van de klas. En toen ik er vertrok, vroeg iedereen zich af: ‘Gaat hij het alleen kunnen?’ Of komt het succes niet vooral door de omgeving, namelijk Woestijnvis?’ Ik denk dat enkele mensen van Woestijnvis dit ook graag zo hebben verder verteld. Het eerste wat ik maakte, was ‘De Kinderpuzzel.’ Ik blijf het een mooi kindje vinden, maar het was te ingewikkeld voor veel kijkers. Al snel werd gezegd: ‘Hij kan het niet.’ Daarna kwam ‘De Kazakkendraaiers.’ Terwijl de kijkcijfers best meevielen, hoorde ik: ‘Het is toch niet vintage Bart De Pauw.’ Maar ja, als de gazelle even uit de kudde loopt, is ze kwetsbaar. Ik kreeg kletsen. (lachje) En voor ‘Quiz Me Quick’ op tv kwam, schreven de media: ‘Erop of eronder voor Bart De Pauw.’ Het voordeel was wel dat de reeks eerst op Telenet te zien was. De journalisten hadden bijna alle afleveringen gezien. Die konden er dus op een andere manier over schrijven.”

Terwijl recensenten anders al na één aflevering klaar staan met hun kritiek?
De Pauw:
“Ja. Eigenlijk zou dat altijd moeten: de hele reeks bekijken en ze dan pas beoordelen. ‘De Mol’ was in het begin geen succesverhaal. Na de eerste aflevering waren er vier recensies: allemaal slechte beoordelingen. Pas vanaf aflevering 3 is het beginnen marcheren. Nu, ik moet eerlijk zeggen, ik mag wel kwaad zijn op recensenten, maar ik doe het soms ook: ik kijk naar een eerste aflevering en denk ‘het valt niet mee’, na de tweede zeg ik ‘ah ja’, en na de derde vind ik het ‘top’.”

Het lijkt me verleidelijk om na een programma of een reeks die fantastisch is gelopen, op je lauweren te rusten. Hoe moeilijk is het om te zeggen: ‘Dit is niet het beste wat ik gemaakt heb, het beste moet nog komen?’
De Pauw: “Ik denk daar een beetje anders over. Ik heb misschien het beste wat ik ooit gemaakt heb, al gemaakt. Ik heb veel dingen gemaakt, en op de meeste ben ik trots. Ik heb ook al verschillende programma’s gemaakt, voor een groot publiek, maar ook voor een nichepubliek en voor een beperkt publiek. ‘Willy’s en Marjetten’ is niet iets voor het grote publiek. Dat wisten we. Het is soms te absurd. Bij ‘De Mol’ hadden we nooit gedacht dat het internationaal zou doorbreken. Niet elk programma is succesvol geweest. Maar ik vind het nog altijd interessant om aan dingen te werken die nog niet gemaakt zijn. Iets nieuw uitvinden en zien wat daar dan de mogelijkheden van zijn. Of een heel leuke habitat creëren, zoals bij ‘It’s showtime’.” Het parcours dat ik gelopen heb, is een fijn parcours geweest. Ik heb met heel veel fijne mensen mogen samenwerken, mooie dingen mogen maken, heel veel gelachen, mij goed geamuseerd. Wat je wel voelt, is dat je een aantal dingen aan het sluiten bent naarmate je ouder wordt. En dat vind ik wel jammer. Ik zit in een zaalvoetbalploegje waar ik de oudste ben. Ik kan niet meer zo goed mee als de jeugd. Niet dat ik een rappe was toen ik jong was. (glimlacht) Dat je rimpels krijgt, dat het doorzakt, dat je je gewicht niet meer kwijt geraakt, dàt vind ik jammer. Maar ik denk niet ‘Wat als ik striptekenaar zou geworden zijn?’ of ‘Wat als ik mij niet had ingeschreven om te figureren bij ‘Meester, hij begint weer!’”

Je fantaseert er over, maar niet met een soort melancholie?
De Pauw:
“Inderdaad. Zelfs dingen die minder aansloegen, heb ik nog altijd graag gemaakt. En met hart en ziel. Ze kunnen me verwijten dat het niet goed is, dat ze het niet smaken. Maar ze kunnen me nooit verwijten dat ik lui ben geweest. Ik ben een meer contente mens geworden naarmate ik ouder werd. ‘Tevreden zijn’ vind ik heel belangrijk. Soms meer dan ‘gelukkig zijn’, want tevredenheid is een mooie vorm van geluk. Niet meer altijd proberen om de wereld te bestormen of te veranderen. In de korte tijd dat we hier zijn, proberen we allemaal iets te betekenen, een kleine afdruk na te laten. Dat je aanwezigheid niet zinloos is geweest. Dertig jaar na mijn dood gaat toch niemand meer weten wie ik was.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?
De Pauw:
“Een uitspraak van de Engelse schrijver Douglas Adams: ‘I may not have gone where I intended to go. But I think I have ended up where I needed to be.’”

 

Foto’s door Kristof Claeys.

Pin It on Pinterest