‘De stem van een generatie’ wordt te gemakkelijk gebruikt. Maar als het voor iemand opgaat, dan wel Danny Verbiest. Want welke dertiger en veertiger associeert de stem van Samson niet met pyjama’s en frisgewassen haren op zondagochtend? En dat is nog niet alles: via Kameleon bracht Verbiest duizenden jongeren de liefde voor het knutselen bij. En jonge ouders zijn hem nog dagelijks dankbaar voor Kabouter Plop en Piet Piraat.

De liefde voor het poppenspel zat er bij jou al van kindsbeen af in.

“Ja, maar mijn vader kon niet uitstaan dat ik daar mee bezig was. Let op, met de beste bedoelingen, want hij vond dat je daar je boterham niet mee kon verdienen. Ik moest een goede stiel leren in plaats van mijn aandacht in die onnozelheden te steken. Plus, en dat was nog zijn belangrijkste argument: een jongen speelt niet met poppen, punt. Ik moet zeggen dat ik daar lang onder geleden heb, omdat het echt een manier was om mij te uiten.”

Op Expo 58 in Brussel, toen je 13 was, gebeurde er iets bijzonders.

“Inderdaad, en dat staat me nog allemaal zo helder voor de geest dat ik er een film van zou kunnen maken. Dat ging zo: het wereldberoemde Tsjechische poppenduo met Spejbl und Hurvínek kwam spelen op Expo ’58. En de klas van mijn jongere zus ging kijken. Mijn school niet, want dat was een jongensschool en zoals ik daarnet zei: dat hoorde niet. Nu woonden wij toen tegenover haar school, en mijn moeder wist dat ik dat graag wilde zien. Die regelde dat ik mee kon. Drie of vier bussen vol giechelende meisjes op weg naar Brussel, en ik als enige jongen daartussen (lacht). De voorstelling vond plaats in het Paleis voor Schone Kunsten, waar ik gebiologeerd toekeek. Toen het afgelopen was, ging ik naar beneden voor die poppenkast staan. Zo gehypnotiseerd dat ik niet doorhad dat al die meisjes intussen weg waren (lacht). Helemaal alleen stond ik daar, en plots kwam een meneer op mij af: of ik misschien eens achter de kast wilde kijken. Dat was net alsof je tegen een kleuter zou vragen of hij een snoepje wilde. Dus ik mee naar achter, waar die man de pop Spejbl nam en aan mij gaf. Hijzelf pakte Hurvínek, en zo hebben we daar samen staan spelen. En dat terwijl we elkaar niet eens begrepen. Achteraf kreeg ik een boekje van hem. En toen stelde ik vast dat de zaal leeg was. Alle meisjes van de school van mijn zus waren naar huis: ze hadden ze weliswaar allemaal geteld, maar die ene jongen die mee was, waren ze blijkbaar vergeten. Moederziel alleen in Brussel (lacht). Ik heb toen de tram naar huis genomen, en intussen las ik dat boekje. Daarin stond een foto van de meneer waar ik zonet mee gespeeld had: Jan Malík. Ik had dus eigenlijk met de Tom Boonen van het poppenspel gespeeld. De rest van het traject naar huis heb ik gezweefd. Of ik thuis op mijn donder heb gekregen? Dat weet ik zelfs niet meer. Wat ik vanaf toen wél wist: poppenspel is geen kinderspel, want het zijn grote mensen die er zich mee bezig houden. Het is een kunst. Ik besefte op dat moment dat ik niet verlegen moest zijn om mij daar mee bezig te houden. Dus waar de liefde zich tot dan toe tot mijn hoofd beperkte, ben ik er toen concreet mee aan de slag gegaan.”

Hoe concreet is concreet?

“Wel, ik zat toen in Vilvoorde op school, en elk jaar vond daar een schoolfeest plaats. Een fancy fair, zoals we dat toen noemden, bedoeld om geld op te halen om boeken te kunnen kopen. Op een bepaald moment zei de verantwoordelijke leerkracht: “Mannekes, we hebben tot nog toe nog maar twee barakken: één voor de lotto en één om met ballen naar potten te gooien. Heeft er nog iemand een voorstel?” Waarop ik zei dat we een klas als poppentheater konden inrichten en inkom vragen voor het boekenfonds. “Een goed gedacht”, antwoordde de leerkracht, “en gij zijt responsabel.” Dus ik naar huis, mijn poppen uit de garage gehaald en beginnen oefenen. Toen mijn vader thuiskwam, werd hij wit rond zijn neus, waardoor ik wist dat het ging stuiven. “Ja maar papa”, was ik hem te vlug af, “het is voor de school.” Toen was het goed. Meer nog, de dag erna is mijn vader zelfs begonnen met de bouw van een poppenkast. Daar heb ik nog jaren mee opgetreden. Maar dat is dus op school begonnen, en zo ging de bal aan het rollen. Dan kwam een leerkracht vragen of ik wilde spelen voor de biljartbond, of op een Sinterklaasfeest, of voor een voetbalvereniging … Op het moment zelf dat ik dat ik waanzinnig veel optredens had, maar alles opgeteld waren het er in die beginperiode maar zeven (lacht). Maar dat is blijven groeien, en uiteindelijk is daar ook mijn Poppentheater Malpertuus uit gekomen.”

 

20190211 Dilbeek België: Danny ‘Samson’ Verbiest geportretteerd bij hem thuis.

 

Malpertuus bracht je in 1981 zelfs tot in China. Hoe is dat gekomen?

“Wel, een collega-leerkracht – want ik gaf toen ook les – was met een vriend naar een poppenvoorstelling komen kijken. Ik weet zelfs nog waar: in de Toverfluitstraat in Molenbeek. Na de voorstelling kwamen ze achter de kast kijken en vroeg die vriend verwonderd “waar al die mensen naartoe waren”. Wij waren maar met twee, maar die geloofde dat niet, omdat er op een bepaald moment vijf personages tegelijk op scène stonden. Toch was het zo: als je met weinig bent, vind je veel uit om iets te doen werken. Opeens vroeg die man of ik ook in het buitenland zou optreden. Natuurlijk, want we hadden al in Nederland en Duitsland opgetreden. “Binnenkort mag je een telefoontje verwachten voor een optreden in China”, zei hij. Ik dacht dat hij met mijn voeten speelde. Meer nog, ik was op mijn tenen getrapt omdat ik vond dat hij mij belachelijk maakte. En uiteraard kreeg ik de maanden daarop geen telefoontje. Maar toen opeens, op een dag, wel: “Hello, this is the ambassy of China.” Ik dacht: niet met mij hé. Ik vroeg hun telefoonnummer en zei dat ik zelf binnen tien minuten zou terugbellen. Ik met dat nummer in de Telefoongids kijken, en dat nummer bleek inderdaad van de ambassade te zijn. Dus ofwel was het waar, ofwel was mijn kwelduivel goed voorbereid (lacht). Ik belde terug, het bleek diezelfde man en we maakten een afspraak voor de dag erop. Daar vroeg de ambassadeur mij of ik de maand erop in China wilde optreden. Ik viel bijna van mijn stoel. Maar zo ben ik daar dus terechtgekomen.”

Maar je was het Chinees toch niet machtig? Hoe verliep die in het Nederlands gesproken voorstelling dan?

“Madam Cou van het ministerie van Cultuur, die verantwoordelijk was voor mijn optreden daar, had mij eerst wat vragen over de voorstelling gesteld. Op basis daarvan heeft zij die Chinese kinderen eerst een tiental minuten ingelicht. En het gekke was: die kinderen reageerden op ons Nederlands alsof ze het perfect begrepen. Prachtig. We hebben daar heel veel voorstellingen gegeven.”

Poppentheater was op een bepaald moment op sterven na dood in Vlaanderen. Toch bleef je erin geloven. En je hebt gelijk gekregen: Pierke Pierlala, Poppentheaterfestival … Het bestaat nog allemaal.

“En het zal ook blijven bestaan. Weet je waarom? Omdat poppentheater zo moeilijk te definiëren is. En kind dat met een luciferdoosje speelt en doet alsof het een vliegtuig is: dat is poppentheater, want het maakt van een dood voorwerp een levend voorwerp. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat het zowel kinderen als volwassenen kan blijven ontroeren. Neem nu die Japanse variant Bunraku: daar zie je de mensen die de poppen bedienen effectief staan, met een zwarte kap over hun hoofd. Ze bedienen met drie of vier mensen één pop, maar zo subliem dat je na twee minuten die mensen niet meer ziet. Zelfs als ik naar een voorstelling ging kijken met de bedoeling alleen op de techniek te letten, was ik meteen verloren. Zo was een pop op een bepaald moment zélf een snaarinstrument aan het bespelen en de akkoorden aan het aanslaan: je moet het maar doen.”

Via de poppen ben je dan met de televisie in contact gekomen. Vertel eens?

“Bob Davidse, beter bekend als Nonkel Bob, was net als ik lid van het Verbond voor Poppenspelers. We kenden elkaar vaag. Op een dag kwam hij op mij af en zei dat hij een creatief iemand zocht die goed met dieren en kinderen kon omgaan, voor een nieuw televisieprogramma. Ik zei dat ik daar geen ervaring mee had, maar dat zou geen probleem zijn: binnen de drie weken zou ik meer weten. Uiteraard kreeg ik pas maanden later telefoon om af te spreken. Het zou een programma worden dat zich afspeelde op een boerderij, met veel dieren en artiesten. Zo zou ik een staldeur openen, en daar zouden bijvoorbeeld Bassie en Adriaan staan. Maar toen puntje bij paaltje kwam, bleek het programma veel te duur. Waarop Bob zei dat hij wel iets anders zou regelen, en dat ik intussen maar zelf drie afleveringen van iets moest maken, met hem als producer. Maar waarover? Ik had nul televisie-ervaring! “Trek je dat niet aan”, antwoordde Bob, “doe gewoon wat jij als kind zelf graag deed en zet daar een camera op, dat zal wel werken. Want de tijden veranderen misschien, maar kinderen niet.” Bon, dan zal ik maar knutselen, redeneerde ik. En zo is Kameleon ontstaan. Na drie uitzendingen moest ik er nog drie maken, en uiteindelijk zijn er 124 geweest.”

Vind je het dan niet jammer dat je meer om Samson dan om Kameleon zal herinnerd worden?

“Goh nee: van Samson zijn er wel meer dan 800 afleveringen gemaakt hé. Uiteraard vind ik het leuk als iemand mij komt zeggen dat hij dankzij mij heeft leren knutselen, maar het kan mij geen barst schelen om wat ik herinnerd word, zolang ik mensen maar gelukkig maakte terwijl ze keken. Want dan word ik het ook.”

 

20190211 Dilbeek België: Danny ‘Samson’ Verbiest geportretteerd bij hem thuis.

 

‘De tijden veranderen, de kinderen niet’. Maar zou de jeugd echt nog te porren zijn om een programma waarin iemand voor een camera gewoon zit te knutselen?

“Ab-so-luut. Op de BBC zenden ze anno vandaag zelfs van die programma’s uit, waarom zou dat hier dan niet lukken?”

Op een bepaald moment vertrok Bob Davidse bij de BRTN en ben jij gevolgd.

“Dat moet ik toch even nuanceren: Bob was 65 en moest met pensioen, dus het is niet zo dat hij in onmin is vertrokken. En ten tweede ben ik hem niet gevolgd. Het zat zo: ik kreeg na het vertrek van Bob een nieuwe producer, met wie het niet klikte. Hij wilde het programma in een bepaalde richting laten evolueren die mij niet beviel. Want bepaalde zaken die er voor mij in absoluut in moesten blijven, omdat het programma anders niet goed meer zou zijn, wilde hij eruit. En ik ben nogal een koppigaard – de enige goede eigenschap die ik heb – dus ben ik ermee gestopt en heb ik de televisie verlaten. Niet omdat ik het niet meer graag deed, integendeel, maar omdat het niet meer was zoals ik het zag.”

Hoe ben je dan terug verzeild?

“Ik bleef natuurlijk mijn poppenkastvoorstellingen doen, en op een bepaald moment zat de toenmalige directeur-generaal van de BRTN in het publiek, omdat het op de school van zijn dochter was. Achteraf komt die man mij vragen waarom ik geen televisieprogramma’s meer wil maken. Ik antwoordde dat ik dat wél wilde, maar niet onder de voorwaarden die mij waren gesteld. “Dat lossen we wel op”, was zijn reactie. “Ik zal Lambert Van der Sijpe, het hoofd van de Dienst Jeugd, vragen om jou te recupereren”. Nu had dat hoofd een probleem: als hij mij niét in dienst nam, kreeg hij problemen met de directeur-generaal. Deed hij het wel, dan had hij ruzie met die producer, die zich in de rug geschoten zou voelen. Dus Lambert bedacht een plan: hij redeneerde dat ik als koppige einzelgänger moeilijk met iemand anders zou samenwerken, laat staan met nog een koppige einzelgänger. Dus besloot hij mij aan zo iemand te koppelen, in de veronderstelling dat het na tien minuten ambras zou zijn en ik het zou aftrappen, zodat zijn probleem meteen opgelost was. Maar wie bleek die andere? Een zekere Gert Verhulst. En dat klikte direct. Ik zag meteen dat Gert een verstandige en visionaire man was, en hij dacht over mij hetzelfde. Dat was het begin van Samson.”

Hoe is Hans Bourlon daar dan bij gekomen?

“Wel, we hadden een BRTN-producer nodig voor ons programma. En Hans, die op dat moment op de Dienst Jeugd werkte, was al bevriend met Gert. Vandaar dus. Hoe de samenwerking tussen ons drie verliep? Heel organisch, want iedereen voelde zijn taak aan: verhalen en dialogen uitschrijven was mijn werk, Gert maakte de liedjes en Hans deed het administratieve werk.”

 

GERT, SAMSON EN MARLENEKE

Samson dan. Gert kwam naar jou met de vraag een pop te creëren waarmee hij samen programma’s kon aankondigen.

“Eigenlijk wilde hij één van mijn bestaande poppen gebruiken. Hij was nog als kind naar een poppentheatervoorstelling komen kijken, vandaar. Maar een pop die voor poppentheater is gemaakt, wérkt niet op televisie. Dat zijn gans andere mechanismen en technieken, en bovendien is dat een pop die je van ver moet zien en waar de kijker van alles zelf moet bij denken. Bij televisie gebeurt alles veel dichter, dan heb je meer expressie nodig en een bewegende mond. Dus toen heb ik een pop uit het niets gecreëerd: Samson, genoemd naar de Bijbelse figuur met veel haar.”

Het ontwerp van de hond was één ding, maar hoe kwam je bij het stemgeluid en de taalfouten?

“Aanvankelijk gebruikte ik een zware stem, omdat ik vond dat een hond zo moest klinken. Maar dat bleek heel moeilijk vol te houden, dat was erg vermoeiend, bijvoorbeeld als je drie optredens op één dag moest doen. Dus heb ik die toonaard beetje bij beetje verhoogd. En die taalfouten, dat was omdat we Samson zagen als vervanging van het kind, dat op televisie vragen stelt die je als volwassene niet meer kan stellen, omdat je het antwoord al zou moeten weten.”

Er is het hardnekkige gerucht dat je een hond creëerde, omdat Bassie en Adriaan, waar je een slimme professor in speelde, ook twee honden hadden.

“Klopt niét. Bassie en Adriaan hadden inderdaad twee bouviers en daarom dacht Bas dat ik daar mijn inspiratie had gehaald. Vooral omdat de eerste keer dat Samson op tv kwam we meteen ook een aflevering van Bassie en Adriaan moesten aankondigen waarin die honden voorkwamen. Uiteraard was Samson daar wild over, maar het heeft er niets mee te maken – ook al omdat Samson geen bouvier is. De reden waarom het een hond was, is omdat mensen nu eenmaal tegen een hond praten zonder dat ze voor gek worden verklaard. Bovendien leende het type hond dat Samson was zich perfect voor die eerder genoemde mimiek die nodig was voor televisiepoppen.”

Aanvankelijk praatten Gert en Samson programma’s aan elkaar. Hoe is jullie eigen show daar dan uitgegroeid?

“Dat waren inderdaad korte interventies, meestal opgebouwd rond een mopje. Maar als je er zo’n tien per dag moet doen, en dat 96 dagen na elkaar, dan raken die mopjes snel op. Dus rees het idee om die interventies uit te bouwen tot een wat langer, familiaal programma, waarin we die grapjes wat beter konden uitwerken. We kregen toestemming van de BRT, zij het dat we alleen studio 13 ter beschikking kregen, een piepkleine studio waar amper een zetel in kon. In zo’n decor zaten we natuurlijk ook al snel door onze mopjes en verhaaltjes, dus toen kreeg ik het idee van de telefoon, zodat Gert tenminste wat interactie had met mensen aan de andere kant van de lijn, zijnde ‘meneer de dikke deur’, de directeur dus, en Marlène.”

 

20190211 Dilbeek België: Danny ‘Samson’ Verbiest geportretteerd bij hem thuis.

 

Even tussendoor, voor eens en altijd: is Marlène nu wel of niet geïnspireerd op Marlène De Wouters?

“Absoluut niét. Ik weet dat de laatste maanden werd beweerd dat het wel zo was, maar het is onjuist. Ten eerste kende ik Marlène De Wouters amper en ten tweede, als ik het had gedaan, zou ik haar niet zo hebben neergezet. Marlène was wél gebaseerd op iemand die ik kende, net zoals alle andere personages. Ik vond dat gemakkelijk, omdat ik zo tijdens het schrijven geen fouten tegen het karakter kon maken. Heel grappig wel: Octaaf De Bolle was gebaseerd op mijn achterbuurman, een ex-militair die naar eigen zeggen alles had meegemaakt en gedaan. “Mijn kolonel, die zei altijd …” Hoe vaak ik dat niet heb moeten horen (lacht). Hij keek altijd naar het programma, omdat hij erg fier was dat zijn tuin grensde aan die van Samson. Op een dag kwam hij me zeggen dat hij het nog altijd plezant vond, maar dat dat nieuwe personage Octaaf De Bolle maar niets was. Ik heb wijselijk gezwegen (lacht). Maar Marlène heb ik altijd gezien als iemand die profiteert van een ander. Als ze met Jean-Louis-Michel, die veel geld had, op reis kon gaan, zei ze meteen ja. Terwijl Gert mocht opdraven om het gras af te rijden, te schilderen en weet ik veel. Samson kon haar eigenlijk niet verdragen: hij heeft nooit ‘Marlèneke’ gezegd zoals Gert, altijd ‘Marlène’.”

Vanaf wanneer en hoe kwamen er echte personages in de show?

“Wel, het programma draaide goed, dus we mochten verhuizen naar de grotere Escovi-studio in Brussel. Dat liet ons toe één aan twee personages te betrekken. Het tweede was de burgemeester: ik had Walter De Donder al eens aan het werk gezien en ik vond dat hij veel weg had van ‘de dunne’ van ‘de dikke en de dunne’, waar ik enorm van hield. Hij stemde toe om het personage een paar keer – maar niet meer! – te spelen. Hoe anders is dat uitgedraaid (lacht). Maar de eerste was onze buurman, meneer Chocomousse. Gespeeld door Stef Bos, een acteur die Herman Teirlinck had gedaan. Het feit dat hij Nederlander was, had niets te maken met ambities in Nederland of zo, we vonden dat gewoon een heel plezante gast. Je moet niet altijd dingen zoeken achter iets (lacht). Maar toen brak hij plots door als muzikant met zijn plaat Is Dit Nu Later?, waardoor hij geen tijd meer had. Toen hebben we hem vervangen door Alberto. Een kapper, omdat Koen Crucke dat ook in Koko Flanel speelde en dat heel goed deed. Dat verwijfde spelen ging hem goed af, zullen we maar zeggen (lacht). Ook hij was gebaseerd op iemand die ik kende: een kapper die het in zijn hoofd had gehaald dat hij de beste acteur van België was. Alleen was de wereld nog niet rijp voor hem (lacht). En de burgemeester is gebaseerd op een bestaand politicus, maar ik heb nooit gezegd op wie en ik zal dat ook nu niet doen. Alleen Marlène is nooit in beeld geweest. Bobientje wel, zij het amper twee keer. Mijn dochter heeft toen trouwens die stem gedaan.”

Je hebt meer dan 800 afleveringen van Samson gemaakt. Deed je dat altijd even graag?

“Ja, maar ik heb wel vaak afgezien: regelmatig had ik ontstekingen aan mijn armspieren, waarvoor we dan een cortisonespuit moesten inzetten. Maar ik deed het zo graag dat ik het er voor over had. Uiteindelijk kwam het neer op nog eens kind mogen zijn.”

Maar was je dan nooit jaloers op Gert, die interactie met het publiek had, terwijl jij achter een scherm of onder de grond zat?

“Goh, denk jij dat de wereldberoemde clown Popov jaloers was omdat niemand in het circus wist wie hij écht was? Nee toch? Let op, soms was het niet aangenaam: ik herinner me dat Gert voor een benefietshow een ticket voor de parking en een bon om te eten kreeg, en ik niets. Toen ben ik boos geweest, want we waren een duo, en hij kreeg voordelen terwijl ik mijn plan moest trekken. Maar toen dacht ik weer aan Popov en ik kon ik het wel plaatsen. Bovendien spraken kinderen altijd over Samson en soms eens over Gert – nooit omgekeerd. Daar trok ik me aan op. Bovendien heb ik het feit dat ik zo onbekend mogelijk moest blijven zelf in de hand gewerkt: er mochten geen foto’s gemaakt worden met Samson aan mijn hand. Het geheim moest intact blijven.”

Meer dan 800 afleveringen: beschouw jij jezelf als de ultieme Samson-stem?

“Ten eerste: alle respect voor mijn twee opvolgers, want het kan niet evident geweest zijn om die oorspronkelijke stem op te volgen. Bovendien doen ze dat uitstekend: Dirk Bosschaert, de huidige acteur, speelt Samson niet, hij is Samson.”

Was er dan echt niets dat je niet graag deed? Liedjes opnemen in de studio bijvoorbeeld?

“Tja, het enige dat ik op dat gebied niet prettig vond, was het feit dat ik nooit muziekschool heb gevolgd, omdat mijn ouders vonden dat ik dat er naast mijn schoolwerk niet nog eens bij kon doen. Ik kan dus geen noten lezen. Dus Gert kwam de studio binnen, zag een reeks noten en begon meteen die melodie te zingen. Ik zag alleen zwarte en witte blokjes. Op die momenten heb ik wel vaak gevloekt, omdat ik dat een enorme tekortkoming van mezelf vond.”

Wanneer wisten jullie eigenlijk dat jullie met Samson een fenomeen te pakken hadden?

“Al na enkele weken. We zaten op een woensdag gewoon als co-presentatoren naast elkaar, en opeens zei de regisseur dat we een paar minuten langer moesten praten, omdat de filmpjes korter bleken dan verwacht. Dus toen zijn we begonnen improviseren over het slechte weer buiten, en dat kinderen die tijd over hadden een mooie tekening voor ons mochten maken en opsturen, met kans op een prijs. Tegen vrijdag stonden in de gang van de BRT postzakken met meer dan 60.000 tekeningen. Nooit gebeurd, en van De Post mochten we zo’n oproep niet meer doen, want ze waren overwerkt (lacht). Dus een volgende keer riepen we op om te bellen, en toen is door overbelasting de hele zone 02-platgegaan. Zoiets mochten we dan weer van de politie niet meer doen. Op den duur mochten we niets meer (lacht).”

Jullie hadden van in het begin een enorm publiek, en toch hebben jullie nooit maatschappelijke thema’s aangekaart. Waarom niet?

“Dat was een bewuste keuze. Je had kinderprogramma’s die dat wel deden. Liegebeest bijvoorbeeld sprak over zure regen, de belastingen, enzovoort. Maar de kinderen begrepen dat niet en haakten af. Ik kwam uit het onderwijs en vond dat kinderen daar al genoeg pedagogische dingen in de maag gesplitst kregen. Ze hadden recht op puur plezier zonder meer, het recht om even gewoon kind te zijn. Let op, als je met iets zinvol kon eindigen, zoveel te beter, maar een uitzending wijden aan het klimaat of weet ik veel: dat hebben we opzettelijk vermeden.”

 

20190211 Dilbeek België: Danny ‘Samson’ Verbiest geportretteerd bij hem thuis.

 

STUDIO 100

In 1996 hebben jullie toen Studio 100 opgericht.

“Ja, we moesten weg uit de Escovi-studio in de Moutstraat, die was opgekocht door het RITS. Toen hebben we een tijdje rondgereisd van studio naar studio, waarbij een ‘studio’ soms gewoon een stal was met wat lampen in. Dus dat ging niet meer, dus dachten we: we maken zelf een studio, die aan alle nodige behoeften beantwoordt. En zo is dat verder uitgegroeid. Maar dat het ooit zo groot zou worden, hadden we in onze stoutste dromen niet verwacht. Wij hoopten vooral dat het niet zou mislukken.”

Waarom lukten Samson en Kabouter Plop wel, en Big en Betsy niet?

“Dat heb je niet in de hand: soms werkt iets, maar je hebt nooit de garantie dat het volgende ook zal werken. Het komt ook niet gewoon vanzelf hé: Samson, Piet Piraat en Plop waren geen personages die in 1,2,3 gecreëerd zijn, die zijn heel langzaam gegroeid. Planten die te snel bloeien, gaan ook veel sneller dood. Voor gezonde planten die hun kopje niet laten hangen heb je goede aarde nodig, voedingsstoffen, geduld … Bij personages is dat net hetzelfde. Er bestaan verhaaltjes over iconische figuren die op één dag zijn uitgevonden, maar ik geloof ze niet. Samson en Gert, daar hebben wij uren over gediscussieerd: als dit gebeurt, wat zou dan het gevolg kunnen zijn? Soms ging dat over de simpelste dingen. Maar het gevolg was dat wij die personages door en door kenden en dus wisten waarover het ging. Luk Alloo kwam destijds voor Sterren en Kometen langs, en hij probeerde mij als Samson uit mijn rol te krijgen. Het is hem niet gelukt, omdat ik op dat moment Samson was.”

In 2005 ben je weggegaan bij Studio 100. Waarom daar niet uitgebold?

“Eerst en vooral: dat vertrek gebeurde in de beste omstandigheden, niet met slaande deuren zoals wel eens beweerd is. Anders zou Gert een paar maanden later toch geen getuige op mijn huwelijk geweest zijn. Telkens wanneer ik Gert zie – dat gebeurt niet zo vaak, hij heeft het heel druk – dan vallen wij elkaar in de armen. Gert is een erg warme, familiale man.

Maar over mijn vertrek: je mag niet vergeten dat ik een heel druk leven heb gehad: Samson en Gert, dat was jarenlang van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat hard werken, zonder ooit een moment vakantie. De politie kon daar zelfs de tijd aan afmeten: als ze ’s nachts hun ronde deden en het licht brandde nog bij mij, wisten ze dat het nog een 3 uur was. Dus toen dat allemaal fysiek wat begon door te wegen, heb ik een stap opzijgezet. Ik was ook te soft om zaken te doen, in tegenstelling tot Gert en Hans. Maar ik kon ook niet gewoon aan een tafel zitten nietsdoen, want dan zou ik binnen de drie jaar dood zijn. Dus ik heb sindsdien heel wat andere dingen gedaan: café Het Goudblommeke in Papier mee overgenomen en in ere hersteld, een reisbureau begonnen …”

Je bent ook peter van Villa Samson. Wat is dat precies?

“Een vleugel van UZ Brussel waar patiënten mét hun huisdier welkom zijn, omdat het hen helpt bij de revalidatie. Ik liet oudere mensen met hun hond of kat ook altijd binnen in Het Goudblommeke, dus toen een oud-leerling met dit concept afkwam, zei ik meteen ja. Omdat ik besefte hoe belangrijk dieren voor mensen zijn, je kan dat niet in waarde uitdrukken. Het idee om het Villa Samson te noemen was leuk, maar ik had het gebruik van de naam voor 25 jaar aan Studio 100 gegeven. Maar uiteraard deed Gert daar niet moeilijk over, hij ging meteen akkoord.”

Je bent nu 73, lukt het nog altijd niet om stil te zitten?

“Tja, vier jaar geleden heb ik een probleempje met de hersenen gehad, waardoor het in mijn bovenkamer heel wat stiller is geworden. Ik vind dat jammer: elke dag wil ik schrijven, maar het lukt me niet meer. Ik hoop wel dat het ooit wél nog lukt.”

Je hebt je nooit geschaamd voor het feit dat je rijk bent geworden door hard te werken. Dat is redelijk on-Vlaams, niet?

“Ja, maar ik hou niet van die valse Vlaamse bescheidenheid. Nu, ik heb ook héél veel weggeschonken. Ik heb de plannen van Villa Samson betaald, mijn kinderen zullen niets tekortkomen … Ik voel me daar enorm goed bij, omdat ik van nature een gever ben. Zowel creatief als materieel. Let op, ik ga hier niet zweverig beginnen doen dat ik alles deed ‘voor de glimlach van een kind’, maar ergens klopt het wel. Want in het begin van Samson en Gert werden we niet betaald voor onze optredens, we deden dat puur voor het plezier. Geld is nodig om een huis te kopen, op vakantie te gaan, te eten … Maar met macht en status heeft dat niets te maken, zoals sommige mensen denken. Macht interesseert me niets.”

Hoe zou je het liefst herinnerd worden? Bedenker van Samson? Peter van Villa Samson? Goede vader?

“ik denk daar weinig over na, maar eerlijk: ik zou wel graag herinnerd worden. Maar om welke reden maakt me niet zoveel uit. Het kan me zelfs niet schelen.”

Wat mogen we op jouw grafzerk schrijven?

“Ik zal u ontgoochelen, maar ik wil geen grafzerk. Ik hoop dat de herinnering die mensen van mij hebben, mijn graf is. En hoe ze dat invullen, kiezen ze zelf.”

 

20190211 Dilbeek België: Danny ‘Samson’ Verbiest geportretteerd bij hem thuis.

 

Foto’s © door James Arthur Photography. Beelden zonder credit kunnen aangeschaft worden op www.idphotoagency.com.

Pin It on Pinterest