Primavera, prima Tom

door | mrt 15, 2016 | Column | 0 Reacties

Het lijkt nog maar eergisteren, maar “Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?!” ligt al ruim tien jaar achter ons. Tom Boonen die zich naar de zege spurt in de straten van Madrid en Michel Wuyts die zich in zijn commentaarcabine de longen uit het lijf schreeuwt, met die ene oneliner als prettig gestoord gevolg. Op dat ogenblik was hij net doorgebroken. In 2005 won hij voor de tweede keer de E3 Prijs, zijn eerste Ronde Vlaanderen én zijn eerste Parijs-Roubaix, en twee ritten in de Tour. De wereldtitel was de kers op een grote taart.

Vandaag is Boonen 35, komt het afscheid naderbij (al wordt daar voorlopig geen datum op geplakt, in tegenstelling tot Cancellara), heeft hij vier keer Roubaix en drie keer de Ronde gewonnen, en wacht hij toch al vier jaar op een nieuwe klassieke zege. Is het beste eraf? Heeft het vaderschap hem veranderd, zijn sportieve ambitie afgebot? Zijn de valpartijen met de daaropvolgende lange revalidaties er te veel aan? Of mogen we van hem in de herfst van zijn carrière nog eens een stevige lente verwachten?

Drie jaar geleden liet hij op deze plek weten dat hij het wielrennen nog niet moe was. Op één detail na, en geen onbelangrijk: de vele dagen en weken weg van huis. “Ik ga niet graag meer weg. Hoe lang ik het nog ga volhouden? Zolang het nodig is. Als het te veel wordt, dan stop ik er mee. Maar het plezier van fietsen en de liefde voor de fiets is nog altijd groter dan de tegenzin om van huis te vertrekken.” Dat was nog voor de geboorte van de tweeling.

Het grote voordeel voor Boonen is dat weinigen nog verwachten dat hij wekenlang zal uitblinken. Een klassieke zege zou eerder verrassend dan normaal zijn. Niets moet nog, al lonken dan het absolute zegerecord in de Ronde van Vlaanderen en in Parijs-Roubaix. Weinigen verwachten het van hem, niemand zal het hem misgunnen. Want dat is het knappe van Boonen: hij heeft oneindig veel respect opgebouwd in het peloton. Dus… waarom niet nog één keer schitteren?

En… waarom niet meteen komende zaterdag, 19 maart, in de koers die de bijnaam ‘La Primavera’ kreeg, de lente? Ook in het meestal kille Vlaanderen, met zijn genadeloze maartse buien, voelt die ene zaterdag van het jaar aan als het begin van betere weertijden. Bijna driehonderd kilometer krijgen de renners traditioneel voorgeschoteld in Milaan-San Remo, met slechts een paar hindernissen onderweg, waarvan de Cipressa en vooral de Poggio het meest tot de verbeelding spreken. In de lange aanloop naar de Poggio gebeurt er bitter weinig en jongste vijftien jaar wint er meestal een sprinter. Toch heeft deze koers een bijzondere uitstraling. Voor wielerliefhebbers is het het begin van het wielervoorjaar. Ach ja, Omloop Het Nieuwsblad, Kuurne-Brussel-Kuurne en Strade Bianchi zijn aardige opwarmertjes, de korte wielerrondes in Qatar en Oman tellen helemaal niet mee: het begint pas echt op weg naar San Remo. Daarom zit je een hele namiddag voor de buis naar een snel peddelend, maar vrij passief peloton te kijken, met de fleurige landschappen op de achtergrond.

Primavera. Toen ik heel jong was en de wielerwereld nog werd onderverdeeld in Merckxisten en niet-Merckxisten (ik was een Merckxist), dacht ik dat die benaming iets te maken had met een achternicht die Vera heette. Bleek niet het geval te zijn. Lente. Het mooiste seizoen van het jaar, wat mij betreft. En na een paar uitstapjes naar zondag wordt Milaan-San Remo dit jaar weer netjes op zaterdag gereden, zoals het hoort. Tom Boonen is nooit echt dicht bij een eindzege geweest, maar waarom niet dit jaar? Op de Poggio meegaan in een elitegroepje en het afmaken in een machtsspurt, je ziet het zo voor je. Enfin, ik toch.

Nog één keer klassiek uitpakken, de zegebloemen netjes verdelen onder de drie meisjes thuis en dan de dag nadien een persconferentie beleggen waarop hij met onmiddellijke ingang zijn afscheid van de koers aankondigt. Na San Remo of — als het alweer niet lukt —, na Oudenaarde of Roubaix. Ik zou dat een droomscenario durven te noemen. En als dan de vraag “Tommeke Tommeke wat doe je nu?” komt, rustig antwoorden: “Ik ga het motto waarmaken dat ik later op mijn grafzerk wil zien staan en dat ik ook al aan die vriendelijke journalist van Intervista heb toevertrouwd: ‘Hij leefde lang en gelukkig’.”

 

Lees het portretinterview met Tom Boonen op Intervista.

 

Onze columnist Frank Van Laeken, onafhankelijk publicist/journalist/maandanser met een mening/boek, laat maandelijks zijn licht schijnen over één van de Intervista-geïnterviewden.

Volg Frank op Twitter of bezoek zijn website.

Pin It on Pinterest

Shares