Dingen schrijven over de Ronde die nog niet geschreven zijn

door | mrt 31, 2016 | Column | 0 Reacties

Zondag is het Ronde van Vlaanderen. Maar dat weet u al. De honderdste editie, nadat in 1913 alweer – wat vliegt die tijd zeg – de eerste editie door Paul Deman… Wist u ook al. Uiteraard. Anno 2016 is Fabian Cancellara de topfavoriet. Greg Van Avermaet en Peter Sagan ook. Om één plaats na Cancellara te eindigen. Nee, het lukt me niet om iets nieuws te vertellen. Komt daar nog verandering in voor het einde van deze column?

Dit gaat de verkeerde kant (als in: Uran die Vinokourov in de ogen kijkt) uit, dat ziet u ook. Wanneer columnisten zich aan een meta-analyse van hun eigen schrijfsels wagen, weet u dat de inspiratie even ver zoek is als vergelijkingen in debuutromans van literaire dorpsvirtuozen met het talent van een op hen neerkijkende columnist vergezocht zijn. Wanneer de columnist in de derde persoon enkelvoud begint te schrijven met zichzelf als een op smoezelig, ironische wijze glorieus opgevoerde held kan u ervan op aan: hij heeft opgezocht of het nu ervan op aan kunnen, ervan opaan kunnen of ervanop aan kunnen is.

In dit specifieke geval geeft de columnist zichzelf het voordeel van de twijfel. Kom ook maar eens origineel uit de hoek met de Ronde als onderwerp en lijdend voorwerp van dissectie. De Ronde, dat is in de eerste plaats een verheerlijking van een door het heden besproeid verleden. De meest begeerlijke invulling van vroeger in vroeger was alles beter. Als koers religie is, dan is de Ronde de in het tabernakel bewaarde ciborie met daarin het Lichaam van Christus. Als koers geen religie is, dan is de Ronde een heidens tafereel dat zelfs Gino Bartali zou doen twijfelen aan zijn geloof.

De columnist doet een schuchtere poging het tegendeel te bewijzen, de Ronde in een nieuw daglicht te plaatsen, maar botst dan ongelukkigerwijs in zijn voor de buitenwereld cryptische gedachtestroom op een kritische en helaas ook nog eens cassant geformuleerde voetnoot over het inmiddels vijf jaar oude nieuwe parcours dat hij deze het papier niet wenst te onthouden.

Het failliet van de column, dat is zeker. Het kon natuurlijk nog altijd fantasielozer. Denk maar aan het oude Chinese spreekwoord: je kan wel over Boonen schrijven zonder de Ronde erbij te betrekken, maar niet straffeloos over de Ronde zonder Boonen op een voetstuk te plaatsen. Vraag in Vlaanderen wie Tom Boonen of Fabian Cancellara is en je krijgt de gedetailleerdste autobiografische gegevens te horen die beide heren zich hoogstens vaag kunnen herinneren. Vraag er terloops wie Alejandro Valverde is en je leert noch dat hij de beste wielrenner van de laatste vijf jaar is, noch een gevierd hondenfokker. In het meest accurate geval blijkt hij een operazanger uit Sevilla.

De columnist kijkt gelukkig wel uit. Hij kan om spitant uit de hoek te komen zich afvragen of de Ronde echt zo majestueus is. Of de beste dagen van die koers niet ergens voor 2012 liggen, criterium wordt ze her en der smalend genoemd. En of gedokker over kasseien niet gedateerd is, een zielige drang naar een verleden dat nooit bestaan heeft. In die val trapt hij niet. Over de Ronde (synoniem: de koers) schrijf je in Vlaanderen in verheerlijkende, anekdotische termen of niet.

In zijn column zal hij het dan ook hebben over columnisten die overal een kans zien om over de humuslaag te schrijven.

Matthias Vangenechten is redacteur van Extrasport.be. Leest sportboeken en schrijft erover voor Sportliteratuur.

Pin It on Pinterest

Shares