De man die stopte met roken

door | feb 5, 2017 | Column | 0 Reacties

Radicale Omvormers en Sociale Strijders voor een Eerlijker Maatschappij. Eerlijk: ik heb het zelf moeten opzoeken, waarvoor het acroniem ROSSEM ook alweer stond. Ik beeld me in dat de stichter het diep in de nacht tijdens het oproken van zijn derde pakje sigaretten van dat etmaal moet bedacht hebben: zo’n partijnaam moest nu eenmaal een acroniem zijn en dus kwam Jean Pierre Van Rossem (zonder koppelteken, alstublieft!) hierbij uit. Klonk goed, al zullen de 198.182 kiezers vooral op de naam zijn afgegaan om ROSSEM op 24 november 1991 drie volksvertegenwoordigers en één senator te gunnen. Zwarte Zondag, weet u nog wel?

’s Anderendaags las Jan Becaus het nieuws op tv: ‘…kozen veel Vlamingen voor Vlaams Blok of, erger nog, ROSSEM’. ‘Erger nog’. Daar ergerde ik me mateloos aan. Dat dédain. Dat plaatsen van Jean Pierre en volgelingen in de extreemrechtse hoek. Dat subjectieve beoordelen van bijna tweehonderd duizend kiezers.

Bekentenis: ik voelde me in die dagen niet zo goed in mijn vel. Vastgeroest op mijn werkplek, de droom om beroepsjournalist te worden nog veraf, een interne drang om iets te betekenen, grote boosheid om het vastgeroeste politieke bestel na die verdoemde, duistere, neoliberale jaren tachtig. En dus contacteerde ik iemand van de partij met de melding dat ik wel iets voelde om me te engageren. Enkele tellen later zat ik in een veel te klein lokaaltje passief te roken en hevige discussies te aanhoren. Nog wat later schreef ik teksten voor het partijblad. De Grote Leider zette me zelfs op een voorlopige kieslijst, in het geval dat de regering snel zou vallen. Derde plaats in Vlaams-Brabant, als ik me niet vergis. Maar na acht maanden was het op. De ruzies, de vechtpartijen, de kritiekloze aanbidding van Van Rossem, de slijmerige opportunisten die in zijn zog meeliepen (en waarvan werd gefluisterd dat ze nog geld van hem tegoed hadden): ik was het grondig beu.

Er zaten Blokkers bij, die Karel Dillen te extreem vond voor zijn partij. Er liepen Amadezen rond, te links bevonden voor de Partij van de Arbeid. Links en rechts liepen er elkaar voor de voeten en vergaten vooral het dikke partijprogramma te lezen, dat Van Rossem in recordtempo in Libertijnse Breekpunten had neergepend. Daarin stonden bijzonder controversiële ideeën, zoals het uitzetten van vreemdelingen die een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar hebben uitgezeten. Van Rossem – die nota bene verkozen werd op het ogenblik dat hij zelf in een Antwerpse cel zat – wilde criminelen sneller bestraffen en naar de gevangenis sturen, maar wilde de duur van die straf dan weer verkorten en de maatschappelijke reïntegratie bevorderen. De enkelband dook bij hem al op als alternatieve sanctie. Armoede moest bestreden worden, woningen dienden weer betaalbaar te worden, cannabis gelegaliseerd, de Universele Verklaring van de Rechten van het Dier verdiende erkenning. Radicaal. Omvormen. Sociaal. Strijd. Eerlijk. Maatschappelijk. Het enige wat ontbrak was een lijn, een rode draad, een, jawel, ideologie.

Ik las in die tijd ook gretig het vuistdikke Staat in staat van ontbinding, een sleutelroman over de Bende van Nijvel dat Van Rossem naar eigen zeggen in één lang weekend geschreven had. Een heel knap boek, vind ik ook vandaag nog. En er volgden die dagen romans tegen een tempo dat onmenselijk leek. In de zomer van 1993 zat ik glimlachend voor mijn tv, toen Van Rossem tijdens de eedaflegging van de nieuwe koning “Vive la république d’Europe, vive Julien Lahaut” riep. De eeuwige rebel, het langharig tuig dat het monarchistisch feestje verpestte, maar die zijn onsamenhangende partij kort daarna uiteen zag spatten, na Grote Ruzie Elvendertig.

En nu wil hij dat het zo snel mogelijk eindigt, Jean Pierre Van Rossem. Hij heeft euthanasie aangevraagd, liefst nog voor het einde van 2017 uit te voeren, lazen we in kranten en boekjes, al trapte hij na die publicaties na tegen de slordige sensatiejournalisten. Niet eens tweeënzeventig, pas verzoend met zijn hoogbejaarde ouders, na een – hier volgt een huizenhoog cliché! – zeer bewogen leven. Ongedekte cheques. Heroïneverslaving. Celstraffen. Moneytron. Econometrie. Formule 1. Ferrari’s in de garage, een jacht van 2 miljoen euro in een chique haven, twee vliegtuigen op het tarmac, vrouwen aan zijn voeten. Niet alles wat hij zei, was de objectieve waarheid. Niet alles wat hij deed, was maatschappelijk geoorloofd. Maar ook: veel van wat hij zei en schreef, ging veel dieper dan het leek. Ik blijf ervan overtuigd dat Jean Pierre Van Rossem ook nu nog een van de slimste mensen van het land is, maar wat ben je daarmee, als je al twintig jaar op een zijspoor wandelt?

“Als ik morgen met mijn auto tegen een boom rijd, zal ik denken: ‘foert, ik heb toch goed geleefd'”, zei hij bijna vier jaar geleden op deze plek. En hij noemde zichzelf voor de zoveelste keer averechts. “De overheid is een hinderpaal in het economisch leven. Die hinderpaal willen we wegwerken. En dat is rechts. Maar tezelfdertijd zeggen we dat we bij de rijken het geld moeten halen om de economie weer gezond te krijgen. Dat is dan links.”

Hij is gestopt met roken, zei hij ook nog in een van de recentere interviews. Van Rossem zonder sigaret, dat lijkt me veel erger dan een café zonder bier.

 

Onze columnist Frank Van Laeken, onafhankelijk publicist/journalist/maandanser met een mening/boek, laat maandelijks zijn licht schijnen over één van de Intervista-geïnterviewden.

Volg Frank op Twitter of bezoek zijn website.

Pin It on Pinterest

Shares