’t Es nog al nie na de wuppe

door | jul 1, 2017 | Column | 0 Reacties

Vier sterren op de sites van De Morgen en De Standaard, drieënhalve ster bij de krenterige tiepen van Humo: de passage van Het Zesde Metaal op de eerste dag van Rock Werchter werd gesmaakt door publiek en pers. Door liefhebbers en kenners (ik had bijna: “liefhebbers en amateurs” geschreven). “Regionaal geluid, universeel gevoel”, schreef iemand.

Hij is niet langer alleen hot (uit te spreken als: God) in West-Vlaanderen, Wannes Cappelle. Op z’n, bijna, achtendertigste, man van de wereld, of dan toch op z’n minste: ónze wereld van De Panne tot Tongeren, en een stukje Reykjavik erbij, want hij is getrouwd met een IJslandse en woont in, hot/godbetert, Antwerpen.

D’eirde warmt ip / mo de weireld verkilt / No d’Ardennen, an de zie / dat a’m toch oltid gewild / Der zin meer bommen gemakt / dan dat er zin ontploft / Der wordt nog altid mjir gelogen / dan dat er wordt geluofd

Schone mens. Zo iemand met een hoek af. Die in een gesprek al eens een stilte laat vallen. (Stilte, daar kunnen radio- en tv-presentatoren niet meer mee om. In de schrijvende pers hebben ze dat liever, dan kunnen ze (Stilte) of (Denkt lang na) voor een zin zetten, dan lijkt het gesprek ernstiger.)

Zoals zowat iedereen in dit trage, veel te gezapige landje heb ik Cappelle en Het Zesde Metaal pas leren kennen met die geweldige single ‘Ploegsteert’. Over Frank Vandenbroucke, jazeker. Al denk ik dat de zinssnede “‘k Komme d’raan, ik ga der staan” ook autobiografisch kan worden geïnterpreteerd. Hij staat er, de zanger. De coureur helaas niet meer.

De taal waarin ik zing is belangrijk, zei hij in december 2013 op deze plek, op een moment dat hij nog niet van zijn muziek kon leven. “Mijn eigen stem moet vasthangen met mijn eigen taal.” Een zin om op te kauwen. En te herkauwen. Niet dat ik het helemaal met hem eens ben – ook Nederlandstaligen kunnen keurige Engelse teksten schrijven -, maar ik begrijp hem wel. En die eigen taal is dan niet het Nederlands, maar het West-Vlaams, zoals ook Flip Kowlier dat doet. Niet iedereen buiten die provincie zal alle nuances begrijpen, maar dan moeten ze maar wat beter hun best doen. In dat dialect ligt hun ziel en als je die ziel als luisteraar wilt begrijpen, moet je een inspanning doen. Zo hoort het. There is no such thing as a free lunch. (Oeps, Engels, sorry.)

Het is oeze plicht veur te genieten / Voor den tid dat hier nog duurt / Voorda w’ons laatste krut verskietn ‘en  / ’t onvermijdelijke is gebeurd / Et rum es lek / Den buot makt water / Ma de kapitein gif show / Ie zegt verdrinken is vo loater / J’is echt kluchtig lik ne clown

Wannes Cappelle is een bescheiden, rustige jongen, leidde ik uit dat gesprek van toen af. Wil gerust gelaten worden. Lees even mee. “Wij hadden thuis vroeger een voordeur maar we gebruikten die niet. Iedereen kwam langs de poort binnen. Wij waren ook met vijf kinderen. Vrienden van mijn ouders, zussen of broer, of familie die vlakbij woonde… Er was constant volk over de vloer. Toen heb ik daar nooit bij stilgestaan. Maar achteraf gezien vond ik dat eigenlijk niet leuk. Je moest dan vriendelijk zijn en je een beetje inhouden. Terwijl mijn ouders dat altijd uitdroegen: ons huis staat open, iedereen is hier welkom. Ik merk dat nu ook. Ik spreek graag af met mensen. Maar iemand die onverwacht aan mijn deur staat… Als dat goed uitkomt, kan ik dat leuk vinden. Maar meestal komt het ongelegen. Zelfs al bellen ze vijf minuten voordien. Dan kan ik mij daar op voorbereiden. Maar ineens de bel, en iemand die daar staat… Acht van de tien keren ga ik mij daar toch ongemakkelijk bij voelen.”

Dus, lieve lezer, beste media: laat hem ongestoord zijn gang gaan. ’t Es nog al nie na de wuppe, als warme mensen als Wannes Cappelle hun ding mogen doen. En draai hem nog wat vaker in de stille uren, radiomakers. Hij is een prettige compagnon op weg naar huis, op een bijna verlaten baan, met de sterren als verre gezellen. Altijd goed voor een glimlach. Of een eenzame traan in een ooghoek.

Boodschap van algemeen nut aan de heer Cappelle, Wannes: “’t Is al wa da j’aan ’t doen woart, gelik wa da j’aan ’t doen woart, doe mo voert!”

 

Lees het portretinterview met Wannes Cappelle op Intervista.

 

Onze columnist Frank Van Laeken, onafhankelijk publicist/journalist/maandanser met een mening/boek, laat maandelijks zijn licht schijnen over één van de Intervista-geïnterviewden.

Volg Frank op Twitter of bezoek zijn website.

Pin It on Pinterest

Shares